De Heere aanwezig onder ons
In het Oude Testament zien wij voortdurend, hoe de Heere God in gesprek is met Zijn volk en hoe Hij midden onder hen vertoeft en hen Persoonlijk leidt. In het Nieuwe Testament wordt ons een nieuwe wijze van de tegenwoordigheid Gods geleerd. We lezen: „God, voortijds vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon" (Hebr. 1:1). "Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid en het uitgedrukte beeld Zijner zelfstandigheid" (vs. 3). En Johannes zegt: „En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid" (Joh. 1:14). Ze hebben Hem gezien. Ze zijn met Hem opgetrokken. Ze waren getuigen van Zijn „werkelijke tegenwoordigheid" in tijd en ruimte, dat wil zeggen: in de geschiedenis. En ze hebben Hem gepredikt, de Gekruisigde: een ergernis voor de Joden en een dwaasheid voor de Grieken. In Matth. 18:20 lezen we een belofte omtrent een andere „werkelijke tegenwoordigheid": „Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen". Deze belofte is volkomen duidelijk en wordt met nadruk uitgesproken. „Daar ben Ik", zo luidt de belofte.
Maar als het erop aankomt om de „werkelijke tegenwoordigheid" van Christus in het Heilig Avondmaal te verklaren, dan rijzen ineens allerlei problemen. Dan laaï de r.-k. kerk alle mogelijke hulptroepen van filosofie en theologie aanrukken om iets te verdedigen, wat, naar mijn overtuiging, volkomen vreemd is aan de letter en geest van de Bijbel. Voor de r.-k. kerk is het eucharistische maal tegelijk een offer en een sakrament. Daar in brood en wijn is de Heere tegenwoordig en wordt Hij voortdurend opnieuw geofferd voor de verzoening van onze zonden. Daar wordt Hij eten en drinken voor ons door middel van de zichtbare tekenen van brood en wijn. Hij is daar „werkelijk tegenwoordig" op een fysieke manier. Die tegenwoordigheid komt tot stand, aldus de leer van Rome, op een wonderbare wijze door de verandering van brood en wijn in het Lichaam en Bloed van Christus. Dat mysterieuze veranderingsproces wordt aangeduid met een even mysterieuze term: „transsubstantiatie".
Waarom deze wonderlijke verklaring? De „werkelijke tegenwoordigheid" die Christus in Matth. 18:20 belooft, heeft zulk een „transsubstantiatie" niet nodig. Zouden we dan moeten besluiten dat de Heere toch niet „werkelijk tegenwoordig" is, wanneer „twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn?" Ja, tot zulk een aanmatigende dwaasheid komen wij, wanneer wij met de menselijke wijsheid van de filosofen de Bijbel te lijf gaan. Met zulke „wijsheid" kunnen we zelfs de heerlijkste beloften van Christus van hun vertroostende inhoud beroven.
De evangelisten hebben hun verhalen te boek gesteld voor heel eenvoudige lezers. De Bijbel, ook het Nieuwe Testament, is bestemd voor ieder mens en bevat geen geheimtaal, die alleen toegankelijk is voor bestudeerden. De schrijvers van het Nieuwe Testament dachten en schreven niet vanuit het Griekse denken of vanuit het latere Scholastiek. Paulus stelt met nadruk zijn boodschap tegenover de wijsheid van de sophistische denkers van het Grieks-Romeinse wereldrijk. „Waar is de wijze? waar is de Schriftgeleerde? waar is de onderzoeker dezer eeuw? …Doch wij prediken Christus, de Gekruisigde" (1 Kor. 1:20-23). Maar de r.-k. kerk moest deze leer wel ingewikkeld maken, toen zij eenmaal te rade was gegaan bij de Griekse wijsgeren. Daardoor moest zij wel in haar verkondiging verre boven de hoofden van de eenvoudigen uitgaan, die immers geen beroepsfilosofen zijn.
Maar de priesterkaste heeft aldus van Christus een „gegoten beeld" gemaakt, dat op een mysterieuze wijze macht zou betekenen en dat door de mensen zou kunnen worden aanbeden (zie Ex. 3 2 : 1 - 6 ) . Zo hebben ze voedsel gegeven aan het bijgeloof en de heidense wanhoop van de massa. Zal de levende God, de God van Abraham, Izaak en Jakob, opnieuw neerdalen van de berg en verklaren: „En nu, laat Mij toe dat Mijn toorn tegen hen opsteke en hen vertere" (Ex. 3 2 : 1 0 ) . Laten de profeten van de valse oecumene daaraan denken, wanneer ze aan tafel gaan zitten met de leiders van de r.-k. kerk om compromis-formules op te stellen. Laat het voor ons, gelovigen, voldoende zijn dat de Heere beloofd heeft dat, waar twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn, Hij in hun midden is. In het Heilig Avondmaal heeft de Heere deze sublieme belofte uitgebeeld en voor ons verzegeld. Laten wij zo Zijn gedachtenis vieren in de heilige tekenen van brood en wijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
