In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Toen wierp ik mijn priestertoog weg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toen wierp ik mijn priestertoog weg

De geschiedenis van ex-priester Chiragil

5 minuten leestijd

Maart 1972 heb ik mijn ambt als priester neergelegd. Dat is gebeurd om verschillende redenen.

Ik groeide op als een voorbeeldige en vrome r.-k. jongen. Vanaf mijn vroegste jeugd voelde ik mij verbonden met de armen. Ik wilde volmaakt worden in alle dingen. Ik wilde een heilige worden. Daarom besloot ik in 't klooster te treden en wel van de orde van de jezuieten.

Daar kwam ik tot een hoge graad van kontemplatief leven, zoals ook mijn oversten getuigden. Ik mediteerde graag uit de Evangeliën en de brieven van Paulus.

Mijn oversten gaven mij de raad om naar een meer beschouwende kloosterorde over te gaan. Ze dachten dat ik met mijn kontemplatieve neigingen mij niet voldoende zou thuis voelen bij de meer aktieve jezuietenorde.

Ik heb inderdaad de jezuietenorde verlaten maar ben niet naar een strengere beschouwende orde overgegaan, maar besloot gewoon parochiegeestelijke te worden.

In het seminarie vervulde ik nauwgezet de verschillende regels, want ik dacht dat ik dan vanzelf wel een heilige zou worden. In '64 werd ik priester gewijd. Daarna werd ik als pastoor geplaatst in een arme parochie. Ik vond dat heerlijk. Ik gaf mij helemaal aan deze verstoten en lijdende klasse. En juist dat kontakt met de uitgeworpenen en de armen bracht mij tot nadenken. Ik vroeg mij af: „Is er iets niet in orde in onze kerk?"

Ik konstateerde dat de r.-k. kerk zo weinig aandacht heeft voor de armen. Ze is steeds goede maatjes met de rijken van de wereld, maar bekommert zich nauwelijks om de noodlijdenden, die maar moeilijk het hoofd boven water kunnen houden. Toen ik mij dat goed realiseerde, begon heel mijn r.-k. overtuiging te wankelen. Alles in de r.-k. kerk begon mij verdacht te lijken.

Ik kwam tot de verbijsterende ontdekking, dat veel priesters in India hun celibaatsplicht niet volbrengen en aldus een immoreel leven leiden. Een bijzondere schok betekende het voor mij, toen ik vernam dat ook een priester, die algemeen als een heilig man werd beschouwd, eveneens niet trouw was aan zijn gelofte. En daartegenover hielden de priesters zware preken, waarin ze elke vorm van ontucht streng veroordeelden en zich lyrisch uitlieten over de „heilige deugd van kuisheid".

En het drong tot mij door dat de paus, die toch immers op de hoogte moest zijn van die immoraliteit van dergelijke priesters, tóch maar die wet van het celibaat bleef handhaven. Ik vond dat een grove onrechtvaardigheid en begon de gezagsdragers in de r.-k. kerk, de paus en de bisschoppen, ja de hele kerk, te haten.

Daarom gingen wij een vereniging oprichten van priesters die de overtuiging waren toegedaan, dat de r.-k. kerk hervormd moet worden, en die ook bereid waren mee te werken aan de verwezenlijking van zulk een reformatie. Veel priesters dachten er innerlijk ook zo over, maar zij durfden zich daarover niet openlijk uit te spreken. En toen wij dan ook heel wat priesters hadden uitgenodigd voor een vergadering om te spreken over de nodige reformatie van de kerk, kwamen er maar vier opdagen.

Toen de bisschoppen over onze beweging hoorden, sloegen ze groot alarm. Ze probeerden ons ervan te overtuigen, dat we dat streven moesten opgeven. Maar wij gingen tóch door. Toen begonnen ze ons te vervolgen. De een na de ander werd gedwongen zijn priesterambt neer te leggen. Ik was de laatste van de vier die overbleef. De bisschop had mij verplicht in een huis te gaan wonen, schuin tegenover hem, zodat hij mij goed in de gaten kon houden. De bisschop bewerkte enkele mensen van mijn parochie om een rel tegen mij uit te lokken, zodat hij een reden zou kunnen hebben.

Ze deden dat en toen zat er voor mij niets anders op dan te gaan. Maar de mensen die van mij hielden, vooral de jeugd en de arbeiders, arrangeerden een samenkomst voor mij. In die samenkomst hekelde ik de korruptie van de r.-k. kerk, die mij genoodzaakt had de parochie te verlaten. Ik klaagde de r.-k. kerk aan vanwege al die onbijbelse dingen, de immoraliteit, de uitbuiting van de eenvoudigen door al die bijgelovige praktijken, de heiligen- en beeldenverering, de handel in misstipendia (= geld dat gegeven moet worden door iemand die wil dat een priester een mis voor hem opdraagt en dan bijzonder voor hem bidt). Ik werd heel erg opgewonden en richtte me toen tot de mensen met de woorden: „Als deze priestertoog voor mij een belemmering is om de armen te dienen en de mensen werkelijk te helpen, als het dragen van deze priestertoog mij mee verantwoordelijk maakt voor de korruptie, die de r.-k. kerk in naam van Christus bedrijft, dan wil ik die toog niet langer dragen".

Toen trok ik mijn priestertoog uit ten aanschouwen der toegestroomde massa en gooide hem weg. Een Hindoe gaf mij gewone burgerkleren en ik trok die aan. Nu probeer ik de mensen te vertellen van de Christus der Schriften, de vriend van de armen en de Zaligmaker voor verloren zondaars.

Het was 19 maart 1972, dat ik de r.-k. kerk verliet. Sindsdien zette de vervolging van de r.-k. kerk pas goed in.

Zodra ik in 't openbaar mijn toog had uitgetrokken en weggeworpen, omringden mijn vrienden mij om te voorkomen dat ik door het r.-k. gepeupel zou worden gelyncht. Die dag was ik zodoende veilig, want mijn vrienden waakten over mij.

Later kwam ik een keer terug. Ik verbleef in een hut, bij een vriend. Maar de mensen vertelden het meteen aan de pastoor. Die liet toen de klok luiden en honderden mensen verzamelden zich rondom die hut, om mij te grijpen en te doden. Maar ik ontsnapte naar een ander, een groot huis. De volgende dag ben ik vertrokken naar een plaats ver weg van die parochie en daar verblijf ik nu nog.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1973

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Toen wierp ik mijn priestertoog weg

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1973

In de Rechte Straat | 32 Pagina's