Gesprekken met Willem
H.: Waarom vind je het fijn dat ze je Willem noemen? Dat is toch eigenlijk een jongensnaam.
Willem: Ik vind dat kameraadschappelijk klinken. Willemien, dat vind ik 20 plechtig en zo lang.
H.: Maar waarom dan niet Willy of Mien?
Willem: Mien, dat vind ik een boerentrullennaam en Willy is ook al uit de mode.
H.: Vind je dat misschien een beetje stoer klinken, Willem?
Willem: Ja.
H.: Goed, dan blijft het Willem.
H.: Zeg, Willem, kunt jij kort vertellen, hoe jij de Heere hebt gevonden en hoe de Heere jou heeft gevonden?
Willem: Velen kunnen dat vertellen, maar ik vind het ergens moeilijk, ik kan niet gemakkelijk een beginpunt zeggen. Toen ik het vorig jaar voor het eerst naar Youth ging, toen heb ik wel gezien, dat de Heere anders was dan ik tevoren dacht, maar ik geloof niet dat ik mij toen echt aan de Heer had overgegeven. Ik had toen een ontiegelijk oppervlakkig geloof. Ik geloof dat het het meest is begonnen, toen ik bij de Westerkerk was bij een van de opwekkingssamenkomsten. Toen heb ik mij echt aan de Heer overgegeven. Ik geloof dat ik mij toen pas echt en bewust helemaal aan de Heer heb overgegeven.
H.: Wat versta jij daaronder: Ik heb mij aan de Heere overgegeven?
Willem: Ik heb toen gevraagd, of Hij in mijn leven wou komen en of Hij mijn leven wou leiden. En toen heb ik gezegd, dat ik mijzelf graag aan de kant wou zetten en dat Hij het middelpunt van mijn leven mocht zijn.
Wij, theologen, lopen altijd gevaar een soort vaktaal te bezigen, die door velen niet verstaan wordt. Wij moeten ons steeds bewust blijven van dat gevaar. We moeten proberen om, zoals Christus dat ook deed, ons voor iedereen begrijpelijk te maken, ook voor de jeugd. Daarom heb ik Willem aangeklampt en haar gevraagd of ik wat gesprekken met haar mocht hebben, om die op de band op te nemen en daarna uit te tikken, ten behoeve vooral van onze jeugdige lezers. Ze vond dat meteen goed. Ze vond het zelfs fijn, als het Evangelie daardoor voor anderen meer verstaanbaar zou kunnen gemaakt worden.
Willem heeft veertien lentes achter de rug en is geboren 21 februari 1959. Ze studeert op de Mavo, bezoekt regelmatig de Youth for Christ-avonden in Arnhem, speelt gitaar en heeft nog wat andere liefhebberijtjes. Wat Y.f.C. betreft, men zegt: Er is Youth for Christ, én Youth for Christ in Arnhem om aan te duiden de unieke sfeer die er in Y.f.C. in Arnhem heerst. Ik stelde aan Willem de volgende vragen:
H.: En vind je dat de Heere dan ook maar komen moet, als je Hem dat zo maar vraagt?
Willem: Nee, ik zat zelf ook met die vraag. Ik schaamde me voor God en ik vroeg me af: Wil Hij zo iemand als ik ben, wel aannemen. Ik had daar een gesprek over met iemand van de nazorg. Die zei tegen mij: 'Dat is inderdaad vreemd, dat God ons, zondige mensen, in genade wil aannemen. We zouden dat ook nooit kunnen geloven, maar Hij heeft het zelf in Zijn Woord beloofd en dan mogen wij op die belofte vertrouwen'. Die nazorger zei ook nog: 'God heeft je laten zien wie je bent iemand die altijd geneigd is om zichzelf te zoeken. Maar Hij heeft dat niet gedaan om je in de puree te laten zitten. Hij wil je er juist uithalen. God laat je niet in de steek, wanneer Hij je je rottigheid heeft getoond. Hij wil je verlossen door Jezus Christus. Hij wil je verder helpen'.
H.: Je zei: „Ik wist niet of Hij wel tot zo iemand zou willen komen?" Wat bedoelde je daarmee?
Willem: Nou, omdat ik voor mezelf zag dat ik de Heer misschien bedrogen had, ik weet niet hoe ik dat zeg, en dat het allemaal ontiegelijk oppervlakkig was, omdat ik wist dat dat zondig was, dat is gewoon omdat ik een zondig mens was, laat ik het zo maar zeggen, maar dat klinkt zo uit de theorie.
H.: Dat vind ik erg leuk dat je dat zegt. Heb jij de indruk dat mensen vaak hun zondigheid alleen maar belijden als een soort theorie?
Willem: Ja, dat geloof ik wel, ja. Dat valt bij mezelf ook wel eens op. Het is zo gemakkelijk om te zeggen: ja, ik ben een zondig mens, om dat tegen God te zeggen. Maar dan draai je d'r eigenlijk om heen en dan zeg je niet tegen God wat je nu eigenlijk zondig hebt gedaan, daar durf je dan niet voor uit te komen. Ik heb het daar ook wel eens met Anton over gehad. En die zei ook: Het wordt altijd zo eentonig, als je altijd maar zegt: God, ik ben een zondig mens en wilt u mijn zonden nu maar vergeven. Dat zei hij en daarom deed hij dat ook maar nooit.
H.: Kun je nog iets meer zeggen over wat zondigheid eigenlijk is?
Willem: Ja, ik kan het wel zeggen uit de theorie, van wat ik van meerderen heb gehoord. Zonde dat is alles wat je naar jezelf toerekent, wat je voor jezelf doet, dus, nou ja gewoon, wat je doet en denkt uit egoïme.
H.: Zie je dan ook dat God die zonde en zondigheid moet straffen?
Willem: (kucht een beetje). Dat is moeilijk. Ja, nou straffen? Ik kan me dat moeilijk voorstellen. Ik heb me God altijd ingebeeld, nou ja, als een erg barmhartig Iemand, die nooit zou straffen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat God zo maar zou straffen.
H.: Je zegt: „Ik kan me dat niet voorstellen", maar is dat wel juist? Moeten we niet uitgaan vanuit de Bijbel. En de Bijbel zegt wel heel uitdrukkelijk dat God de zonde en de zondigheid straft.
Willem: Ja, dat weet ik wel, ja. Als je het zo bekijkt wel, ja. Voor mijzelf zou ik het moeilijk kunnen voorstellen. Maar ik ben zo bang voor theorietermen. Dat klinkt niet echt.
H.: Kan dat ook hier vandaan komen, dat jij je zondigheid wel altijd min of meer beseft hebt, maar van de andere kant toch ook ergens het gevoel hebt gehad: God vergeeft het mij in Jezus Christus, en dat dat toch wel een rol heeft gespeeld, waarom jij het voor jezelf moeilijk kunt voorstellen dat God je straft.
Willem: Ja, dat zei ik al. God is mij altijd voorgesteld als een barmhartig Iemand en zo. En daarom kan ik me moeilijk voorstellen dat God mij zou straffen.
H.: Maar je hebt toch ook in de kerk en op de catechesatie, en je hebt toch ook thuis gehoord dat God de zonde straft en je hebt dat toch ook voortdurend in de Bijbel gelezen, hoe komt het dan dat jij je dat niet kunt voorstellen?
Willem: Nou ja, i k zie God ergens als een Vader, als een Vriend, die niet zo zit te straffen. Ik weet niet, hoe ik dat moet zeggen. Nou ja, Hij is voor mij geen bullebak, die niet op alles wat ik doe, zit te kijken; ja, wel kijken, maar niet om dan meteen te straffen.
H.: Maar God heeft toch de zonde gestraft in Zijn Zoon Jezus Christus.
Willem: Ja.. ja.. ja.. hoe moet ik dat zeggen? Ja.. dat vind ik.. moeilijk. Ik vraag me altijd af, waarom moet dat eigenlijk? Misschien dat dan duidelijker de liefde van God naar voren komt. Maar van de andere kant denk ik dan ook: God is toch almachtig en dan zou Hij toch net zo goed zonde kunnen vergeven zonder dat Christus er was geweest.
H.: Ik vind het toch goed dat we dit gesprek hebben, want ik merk dat je toch nog te veel uitgaat van hoe wij het vinden, wat wij denken: „Ik kan me niet voorstellen", dat is een uitdrukking die jij nog al eens gebruikt; „ik kan me moeilijk indenken dat….". Maar dat is iets wat je toch eigenlijk moet afleren, omdat…. daarvoor hebben we juist de Bijbel. God heeft Zich geopenbaard in de Bijbel. God is… God is niet te doorgronden. Wij kunnen Hem nooit echt kennen tenzij door de Bijbel. Wanneer wij uitgaan van hoe wij ons God kunnen voorstellen of niet kunnen voorstellen, hoe we ons Hem kunnen indenken of niet kunnen indenken, dan zijn we op een verkeerd spoor en dan, dan kan er allerlei dwaling binnensluipen. En dat is juist het geweldige dat God Zich tóch heeft willen openbaren, hoe Hij is en wat Hij wil en dat Hij dat ook vast heeft laten leggen in de Bijbel, dat we dat nu op Schrift voor ons hebben. En anders… door de eeuwen heen krijg je allerlei theorieën en allerlei stromingen en allerlei mensen die dit voelen en allerlei mensen die dat voelen. En dat is allemaal ontzettend wispelturig en daar heb je geen houvast aan, maar het is juist het Woord Gods, dat is het enige houvast voor ons. Als je daarnaar luistert, dan weet je precies wat God doet en wat Hij wil, hoe Hij werkelijk is.
Willem: Ja, ik ben het daarin wel eens met jou. Maar als jij mij vraagt: Wat is zonde en zo, dan denk ik dat weet jij toch ook wel. En dan kan ik wel mooi die zinnetjes die ik van jou geleerd heb, napraten, maar ik vind, ik vind dat zo dom. En dan zoek ik naar andere zinnen, maar terwijl ik het zo zei, voelde ik dat het toch wel anders is. Maar ik heb nu eenmaal een ontiegelijke hekel aan napraten en aan theorietermen. Dan zeg i k bijna nog liever iets verkeerds.
H.: Kun je dan toch nog iets zeggen, hoe jij de zondigheid voelt, hoe sta jij tegen over God, hoe voel je je tegenover Hem als je je zonde ziet? Kun je dat misschien nog een beetje omschrijven?
Willem: Och, da's moeilijk. Nou.. ik voel me soms, als ik er bij stil sta, dan voel ik me echt een ontiegelijk klein mens tegenover God, omdat ik zondig ben. Ik denk wel eens: nou ja, God, Die heeft mij zo ontiegelijk lief, en zoals we het op de Bijbelstudie daar ook over hebben gehad, toen heb ik gezegd — je weet dat misschien nog wel? — nou ja, God zou ook zonder mij kunnen leven en tóch heeft Hij mij lief. Dat vind ik altijd zo moeilijk om dat te begrijpen. Dat is zo iets geweldigs. En ik heb God wél nodig, ik zou niet zonder God kunnen. Ik heb God nog zo weinig lief, zo twijfelachtig ben ik nog, weet je wel?
H.: En… voel je dat alles als een schuld tegenover God, voel je dat als een schuld.. of hoe zou ik dat anders moeten noemen, jij zou misschien een andere term bezigen?
Willem: Schuld tegenover God, hoe bedoel je dat?
H.: Schuld… nou ja dat je zegt: Heere, ik mag dit niet doen, ik moest eigenlijk anders leven, een soort verootmoediging, een soort…
Willem: Ja.. ja.. soms dan twijfel ik wel eens, ook door gesprekken die ik heb met anderen en zo, dan ga ik zelf wel eens twijfelen. Als ik met m'n verstand ga redeneren, dan ga ik altijd twijfelen. En eigenlijk wil ik het niet, die twijfel; dan wil ik juist houvast hebben. En dan vraag ik aan de Heer of Hij mij kracht daarvoor geeft, dan.. nou ja, omdat ik het gewoon zelf niet wil, die twijfel. Maar ergens komt dat toch weer in me op. Ik weet niet.. Als ik bid soms ook, dan vraag ik me opeens af: Tot wie zit ik nou eigenlijk te praten? En dan voel ik me op het moment dat ik dat denk, ontiegelijk ver van God af. Als ik daar niet bij ga redeneren, dan ben ik wél dicht bij God, dan is het gewoon vanzelfsprekend dat ik bij God ben. Maar ik weet niet meer wat je vraag was..
H.: Nee, ik bedoel meer.. die zondigheid of hoe we dat dan verder ook willen noemen… of die schuld… hoe zou je dat kunnen beschrijven? Is dat een soort druk? Is dat een soort verslagenheid? Dat je je beroerd voelt tegenover de heilige God?
Willem: Nou, soms dan.. ja dan, dan zou ik wel willen dat ik veel dichter bij de Heer leefde, dat ik Hem gewoon veel meer liefhad. Maar dat is toch weer moeilijk, omdat.. nou ja.. de satan mij weer de andere kant opstookt en omdat ik nog mijn eigen egoïstische ik heb, dat ik altijd nog maar mezelf zoek.
H.: En dat vind je dan een beroerd gevoel?
Willem: Ja, ergens zou ik wel dicht bij God willen zijn, maar dan ben ik het helemaal niet, tenminste, dan lukt het me niet om dicht bij Hem te komen.. ja ik weet niet hoe ik het zeggen moet, dan dwaal ik zo gauw weer af. Als ik op Youth ben bijvoorbeeld, dan weet ik het wel, maar als ik op school ben, dan ben ik het al lang weer vergeten. Soms kan het me wel een beetje beknellen dat ik op school.. nou ia, het is ontzettend moeilijk op school., die jongens van onze klas.. die zijn, nou ik weet niet of je dat zeggen kunt dat ze er niet rijp voor zijn om met hen over God te praten, maar.. maar het lukt met ook nooit, om met die jongens daarover te beginnen en ik trek toch elke dag met ze op. En dat beknelt me soms wel eens. En dan denk ik, wat ben ik toch eigenlijk ontiegelijk laf.
H.: Nou, Willem, we hebben hier nog al lang over doorgepraat, omdat ik dat toch wel heel belangrijk vind voor andere jongens en meisjes, want ik geloof nu toch wel dat ze door je woorden heen begrepen hebben, wat jij bedoelt, tenminste, daar is toch wel kans voor dat ze ook begrijpen, wat die term, die theorieterm zou jij zeggen, zondigheid dan toch in de praktijk betekent.
De vergeving van de zonde
H.: Hoe ervaar jij de vergeving? Als je dan tóch telkens weer tot de ontdekking komt: hé, die heilige God, die vergeeft mij iedere keer opnieuw. Hoe ervaar je dat?
Willem: Eigenlijk kan ik daar alleen maar stil van worden en heel blij van worden dat God het mij vergeven kan, dat Hij het mij vergeven wil. Dat vind ik altijd zo iets geweldigs.. nou ja, omdat ik zo ontzettend zondig ben en zoals ik net ook al heb gezegd, Hij zou net zo goed zonder mij kunnen, want Hij heeft genoeg engelen in de hemel en, weet ik wat voor allemaal, er naast. Het zou voor Hem, in wezen zou het voor Hem niet uitmaken van.. eentje d'r bij of eentje d'r niet bij. En toch maakt het wél uit, zoals de Heer ook zegt, dat er vreugde is in de hemel, als d'r eentje tot bekering komt, dat vind ik zo iets geweldigs, dan kan ik er alleen maar stil van worden.. en ook dat Hij mij vergeeft, mijn zonden. Dat vind ik iets geweldigs, daar kan ik alleen maar blij om zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
