In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ZWERVER IN DE STRATEN VAN DELHI

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZWERVER IN DE STRATEN VAN DELHI

4 minuten leestijd

Ik heb mijn priesterambt neergelegd vanwege verschillende redenen.

Ik trad in het seminarie om vrede en troost te vinden. Ik was thuis slecht behandeld door mijn stiefvader, stiefbroers en -zusters. De enige manier om aan die ondraaglijke situatie te ontsnappen, was het seminarie. Ik volgde daar de theologische studie. Vaak was ik het met een of ander leerstuk niet eens, maar er was voor mij geen andere mogelijkheid. Ik had bezwaren tegen de leer over de biecht, de onfeilbaarheid van de paus, het vagevuur en de aflaat. Maar ik kon daar niet openlijk over spreken, omdat ik dan gestraft zou worden. Bovendien was er in mij, ondanks die intellektuele bezwaren, toch ook een angst voor de excommunicatie van Rome en vooral angst voor de hel.

In 1945 werd ik priester gewijd. En zo begon ik mijn priesterarbeid zonder veel geestdrift.

Ik kon er echter niet aan denken mijn ambt neer te leggen, omdat mijn moeder nog leefde. Als ik mijn priestertoog zou uittrekken, dan zou dat haar zo erg kunnen aangrijpen, dat dit haar dood zou veroorzaken en dan zou ik heel mijn leven lang op grond daarvan met een zwaar schuldgevoel blijven rondlopen.

In 1962 stierf mijn moeder. Sindsdien werd elke betrekking tot mijn stieffamilie verbroken. Voor mij was toen de gunstige gelegenheid gekomen om de r.-k. kerk te verlaten.

Maar toen ik op straat stond, was er geen uitzicht voor mij. Iedereen keerde zich tegen mij. Ik stond volledig alleen op de wereld. Deuren, die vroeger nog voor mij openstonden, toen ik nog priester was, werden nu voor mij dichtgeslagen. Geen enkele rooms-katholiek wilde nog iets te maken hebben met mij, de „afvallige" priester.

Ik had nog voldoende geld om uit Kerala weg te vluchten naar Delhi en legde daar mijn geval voor aan de pauselijke internuntius, maar die toonde geen enkel medeleven. Hij wist alleen maar te herhalen: „Ga terug naar je bisschop". Maar dat zou voor mij opnieuw de geestelijke slavernij betekenen. En dat wilde ik niet, tot geen enkele prijs.

Zo ging ik uit zijn paleis weg en begon door de straten van Delhi te zwerven als een vagebond, verlaten door iedereen.

Tenslotte opende de Heere een weg voor mij. Ik vond een betrekking in een kleine school, waar ik mijn kost kon verdienen. Dat duurde echter niet lang. Toen vond ik weer werk bij de ambassade van Nigeria en daarna in een school in Missore. En het was daar dat de Heere mij vond.

Het hoofd van die school was nl. ds. Charles Warren, een Canadees, een vroom man, een ware volgeling van Christus, een oprecht zendeling. Hij bemoedigde mij en vertelde mij wat het Evangelie inhoudt. Hij toonde mij wie Jezus was. En toen kon ik niets anders dan Hem aannemen en in Hem geloven, opdat ik daardoor de macht zou ontvangen om kind van God te worden (Joh. 1:12). De Heere gaf mij rust en kracht. De Heere vertrooste mij. En ondanks al de moeilijkheden, die ik daarna steeds weer ondervonden heb, ben ik gelukkig bij de Heere, gelukkig onder Zijn leiding. Ik weet: Hij zal mij nooit verlaten. Hij, die mij door dalen van duisternis heeft geleid, zal altijd bij mij blijven en mij leiden aan Zijn hand. Dat geloof ik oprecht en van harte.

Jaren na zijn uittreden ontmoette Cyril een meisje, waarmee hij getrouwd is. Het verhaal van hun toevallige ontmoeting lijkt op een romance, maar het heeft geen zin om dat in dit verband te vertellen. Zijn vrouw die r.-k. was en ook tot geloof is gekomen, is hem steeds tot sterkte en bemoediging geweest.

Ze werken nu samen aan een „Christelijk instituut" (het lijkt mij beter om het bij deze vage aanduiding te laten). Hij geeft er les en zij zit op het kantoor, vooral voor typewerk. Samen verdienen zij per maand — schrik niet —: 300 rupies (ƒ 150,—). Dat christelijk instituut kán niet meer geven. Bovendien is het voortbestaan van dit instituut in de toekomst zeer onzeker en dan staan ze wéér op straat en weten niet, waarheen. Ds. Wesley en ik zullen grondig zoeken naar een definitieve oplossing van hun problemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1973

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ZWERVER IN DE STRATEN VAN DELHI

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1973

In de Rechte Straat | 32 Pagina's