GODS GROOTHEID IN DE NATUUR
H. Je vertelde mij vanmorgen dat je in dat bos was en dat je in de stilte van dat bos God zo dicht bij voelde, kun je dat opnieuw vertellen?
Willem: Nou dan.. nou, ik zag gewoon al die natuur om me heen. En dan.. ja, dat heb ik vanmorgen niet verteld. Maar ik had een eindje met Wampie (de hond) gerend, we hadden achter de konijnen aan gerend, en toen was ik moe, en toen ben ik even gaan zitten langs de weg, langs het pad, aan de kant. Ja, en toen zat ik daar dus en toen hoorde ik pas, hoe stil het was. En toen keek ik rustig om me heen en toen zag ik, hoe mooi dat allemaal eigenlijk is.. al die bomen die weer groen begonnen te worden en weer begonnen uit te lopen. En toen ben ik op m'n knieën gegaan voor God en toen heb ik even in dat bos gefluisterd van: Nou, Heer, dank U wel voor die geweldige schepping en ook omdat die schepping van de Heer.. nou ja de grootste getuigenis is, die Hij heeft van Zichzelf, of hoe je dat zegt. Ja, je kunt het misschien geen bewijs noemen, je kunt daar weer heel wat omheen breien, maar toch, als je kijkt naar al die mensen die proberen dat uit te leggen van: dat is uit een eerste begin gekomen en daar is dat helemaal uitgegroeid. Dan denk ik, nou, als dat allemaal zo is gegaan, is het dan toeval dat het zo is geworden? Dat kan toch alleen maar een Schepper hebben gemaakt. Zo geweldig en zo mooi en machtig als dat allemaal is en hoe dat allemaal in elkaar overgaat van nou ja.. bomen die de dieren helpen en de dieren die weer bomen helpen.. om zo te zeggen, ze vullen elkaar gewoon aan. En zonder elkaar zouden ze niet kunnen leven. Nou ja, echt zo die hele schepping. Het ene dier — misschien is dat ook wel weer wreed — het ene dier eet het andere op en zo. Als het andere dier er niet was geweest, dan had het ene dier weer geen voedsel gehad. En dat gaat zo helemaal door.. één golflengte. En dat vind ik zo iets geweldigs, zo mooi, die schepping van de Heer. We waren al een paar konijnen tegen gekomen. Eerst is Wampie d'r achter aan gegaan en toen heb ik Wampie nog vast genomen. En even later kwamen we bij een slootje en daar zat zo'n merel, of hoe zo'n beest heet, dit zat zo met die vleugeltjes te fladderen. Heel stilletjes kon ik dat beest afkijken en we zagen, hoe dat beest zich zat te wassen. En een eind verder, midden op het pad, daar zag ik een eekhoorntje, die zat daar beukennootjes, denk ik, te verzamelen. We zaten daar stil naar te kijken. Ik had Wampie op schoot genomen en op een gegeven moment zag Wampie dat beestje en het beestje zag Wampie, en toen begon die te spartelen in mijn armen en toen wou hij op de grond staan. En dat beest bemerkte dat toen ook, omdat er bewogen werd, en toen meteen, toen was hij weg.. ook zoals je dan die angst ziet in de ogen van dat beestje. En dat is misschien wat jij bedoelt, als jij het soms hebt over de gebrokenheid van de schepping: iedereen is doodsbang voor mekaar, dat je door mekaar opgevreten wordt. Het leven is een strijd om in leven te blijven, tenminste voor de dieren.
H.: Ja.. en ik vind ook dat juist dit, de angst, niet het laatste kan zijn. Als we in de Bijbel lezen, dan lezen we over God die liefde is, God die alles goed heeft geschapen en dan kan ik mij vanuit de Bijbel — niet vanuit mijn eigen gevoelsleven, dat heeft geen waarde — moeilijk voorstellen dat dat de bedoeling van de Schepper zou zijn geweest en nóg zijn.. om zo héél deze schepping in de angst te laten leven.
Ook wij, mensen, wij leven in de angst. Daar heb je volkomen gelijk in. We voelen ons voortdurend bedreigd en wij kijken naar elkaar en je ziet de volkeren tegenover elkaar staan en loeren naar elkaar, en dan krijg je de oorlogen en dan krijg je al die spanningen. Maar dat is niet de bedoeling geweest van de Schepper.
Maar de Bijbel toont ons een andere achtergrond, toont ons een geweldige schuld die op het mensdom drukt. En die schuld is ontstaan door de zonde van Adam, ons aller stamhoofd, en zó een schuld die op ons allemaal ligt. En we begrijpen dat natuurlijk ook niet helemaal, hoe wij schuldig kunnen zijn in een ander, in het hoofd van ons mensengeslacht. Maar al is dat dan niet doorzichtig te maken voor ons redenerend verstand, maar met ons hart kunnen we daar wél iets van verstaan. Gods Geest maakt iets daarvan duidelijk aan Gods kinderen. Dan zien we! hoe daar een oerschuld, een erfschuld op ons rust, een vloek die we over onszelf hebben gehaald, en dan begrijp je iets meer van die rotheid, van dat bederf dat jes overal om je heen ziet, in de dierenwereld, in de mensenwereld, overal is er die ellende.
Willem: Nou, ondanks die gebrokenheid is de schepping toch nog ontiegelijk mooi. Ik hoor dat ook wel van anderen. Lambert zei het laatst ook dat, als hij in het bos loopt, dat hij dan bij zichzelf denkt: wat is dat toch intiegelijk mooi. Daar moet toch een God achter zijn. Maar hij zegt alleen: nou ja, hij weet niet wélke God. Er is zoveel keuze.
H.: Maar daar heeft Lambert dan volkomen gelijk in, want dat kun je ook niet uit de natuur weten. Wélke God het is, kun je alleen uit de Bijbel te weten komen. En die God van de Bijbel, die spreekt je heel persoonlijk aan. Dat is je Schepper. En Zijn stem dringt via de Bijbel, via Zijn Woord, door tot het diepste van jezelf. Kijk, uit de schepping kun je alleen maar komen tot een algemeen idee van een grote God, een machtig Opperwezen. Maar die God, die spreekt dan niet tot je, Die raakt niet het diepste van jezelf. En God wil dat ook niet. God wil alleen maar tot ons spreeken door Zijn Woord, althans rechtstreeks tot ons spreken, dat Woord dat Hij ons heeft gegeven. En als wij dan die Bijbel, dat door God Zelf gegeven Woord, voor ons hebben liggen en we willen dan toch langs een andere weg God bereiken, dan is dat vruchteloos, dan komen we toch nooit bij Hem uit. God heeft nu eenmaal Zijn eigen weg bepaald, hoe wij tot Hem moeten naderen, en dat is Zijn Woord.
En bovendien in dat Woord is het Jezus Christus, Zijn Zoon, die Zich daarin openbaart en die Christus zegt van Zichzelf, dat Hij de weg is, „de weg, de waarheid en het leven". Hij alleen is de weg naar de Vader. We kunnen God ten diepste dan ook alleen maar kennen door Jezus Christus. En langs een andere weg, dan vind je wel een idee van God, maar dan vind je niet de levende God, die jou gemaakt heeft.
Willem: Ik bedoel niet een ANDERE weg, maar wel dit: de schepping brengt veel mensen tot nadenken. En die gaan dan denken: wat en wie zit daar eigenlijk achter? D'r zijn ook heel wat mensen die d'r heel geen zin in hebben om d'r over na te denken. Maar het is toch wel fijn, als mensen zich gaan afvragen: hoe komt dat zó?
H.:Ja, het is een goed idee om van de schepping uit te gaan. Dat zien we trouwend ook in de Bijbel. De brief aan de Romeinen bijvoorbeeld, die zegt dat ook, dat God kan gekend worden uit de schepping. Laat ik het maar even letterlijk aanhalen: „Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn" (Rom. 1:20). Daar staat dus „opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn" en niet: „opdat ze daardoor tot geloof komen". Dat staat wel in het Evangelie van Johannes. Daar spreekt de Evangelist over vele tekenen, die de Heere gedaan heeft, maar die niet zijn opgetekend in de Bijbel en dan vervolgt hij: „Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon Gods; en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam" (Joh. 20:31). Tot geloof in Christus en in de levende God kunnen we alleen komen door middel van het Woord Gods, zoals dat in de Schrift is neergelegd.
Daarom moet je er ook voor zorgen dat je nooit bij dergelijke gesprekken over Gods openbaring in de natuur steken blijft. Want langs die weg vind je niet de levende God, de God die met je spreken wil, die Zich Persoonlijk met je bemoeien wil, de God die je het leven wil schenken, het eeuwige leven. Die God vind je alleen in de Bijbel en in Jezus Christus. Als je dat niet in de gaten houdt, blijven ze maar wat zitten te filosoferen over de God van de schepping, maar ze komen nooit verder. Ze komen dan ook niet tot het besef van hun zondigheid en dan krijgen ze ook nooit het echte diepe verlangen naar de verlossing. Dat kan alleen door het Woord Gods van de Bijbel komen. Dan zie je die God veel dieper, veel persoonlijker. Dan zie je die God die ons tegemoet treedt in Jezus Christus, in Zijn eigen Zoon, die Hij gegeven heeft om ons te redden uit deze ontzettende ellende en uit de sfeer van de voortdurende angst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
