Ben jij bereid om te sterven?
Ik was rooms-katholiek, ging elke zondag naar de kerk, ging regelmatig te biechten en te kommunie en stond steeds klaar, wanneer de pastoor een beroep op me deed. Maar geestelijk bleef ik onvoldaan. Ik voelde me leeg van binnen. Een kennis van ons stierf bij een autoongeluk in Europa. Er werd een rouwdienst gehouden in de baptistenkerk van Penticton. Het was een ernstige en tevens mooie dienst. De dominee sprak kort over het feit dat wij allen God zullen ontmoeten in de Dag des Oordeels, maar, zo zei hij, deze dame was gereed om naar haar Heere te gaan, die zij had leren kennen als haar volkomen Zaligmaker.
Die avond ging ik naar bed, maar ik kon niet slapen. De Heere sprak met mij. Indringend kwam de vraag op mij af: „Ben jij bereid om te sterven?".
Nee, ik kon daar ge«n bevestigend antwoord op geven. Ik wist dat ik niet bezat wat die dominee in zijn toespraak had ontvouwd: die persoonlijke overgave in vertrouwen aan Jezus Christus en op grond daarvan de zekerheid van de vergeving der zonden.
Ik stond op en liep op en neer door de huiskamer. Toen stond het ineens helder voor mij: „De Heere is ook voor jouw zonden gestorven". Ik knielde neer en vroeg aan Christus of Hij ook in mijn leven zou willen komen en ook mij zou willen vullen met Zijn liefde en met Zijn Heilige Geest. En toen was er iets, ja Iemand, in mij die zei: Ta, het is zo.
Tranen stroomden over mijn wangen van dankbaarheid. Toen ging ik weer naar bed en viel in een diepe slaap. De vrede van God had mijn ziel overmees terd.
Maanden later hadden er in diezelfde baptistenkerk vernieuwingssamenkomsten plaats. Daarbij werd het leven van de christenen onder het felle licht van Gods heilige geboden gesteld. Indringende vragen kwamen op ons af, ook op mij:
„Heb ik de naaste lief als mijzelf? Veroordeel ik nooit andere mensen? Doe ik nooit mee aan roddelpraat? Kan ik écht vergeven, als anderen mij wat hebben aangedaan? Lees ik regelmatig in Gods Woord?".
Op deze en dergelijke vragen moest ik antwoorden: neen. Dat was een pijnlijke ontdekking. Ik had gedacht dat ik na de ervaring van die nacht, waarin ik tot overgave aan Jezus Christus was gekomen, leefde als een christen, waar niets meer op aan te merken was. Maar onder die prediking bleef er niets meer van mij over.
Maar — Gods Naam zij geprezen — toen bleef alles over van Christus. Toen wist ik op een nieuwe wijze dat ik alles, maar dan ook alles, van Hem mocht verwachten. Ik mag nu dagelijks een vernieuwd leven met Christus leiden. Wat een vreugde! Wat een heerlijkheid! Zeker, ik ben niet volmaakt en zal dat hier op aarde ook nooit worden, maar ik weet dat ik mag delen in Zijn kracht. Door het geloof mag ik het ervoor houden, dat ik nu dood ben voor de zonde en Gode levend in Christus (Rom. 6:11). Met Paulus mag ik nu in het geloof zingen: „Ik ben met Christus gekruisigd, en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
