Reisverslag India
duisternis, tranen, Tagore, Johannes
Toen we de kerk verlieten, was het intussen donker geworden in Hyderabad. We reden voor een groot gedeelte door een wijk, waar in die tijd de stroom was afgesneden. Per toerbeurt wordt dan in een wijk de elektriciteit uitgeschakeld om stroom te sparen.
Overal in de restaurants zag men kaarsjes branden. Het deed mij aan de oorlog denken, toen er ook schaarste was aan stroom en de huizen bovendien verduisterd moesten worden, op last van de Duitse bezetter tegen de Geallieerde vliegers.
Water, water, dat is het grootste probleem van India; water om te drinken, water voor het opwekken van de stroom, water voor de irrigatie.
Ds. Wesley vertelde mij dat er op de 5 jaar meestal één jaar van droogte voorkomt en dat betekent tegelijk één jaar van hongersnood. Maar nu is er al twee jaar heel weinig regen gevallen. Hij had dit nog nooit zó erg meegemaakt.
Als straks in april en mei de moesson uitblijft en er weer geen of weinig regen valt, gaat India hier het derde jaar van droogte in. En dat betekent een onvoorstelbare ramp. Dan zullen miljoenen sterven.
Laten wij allen met aandrang de Heere smeken om regen voor dit zo geteisterde land. Juist hier voel je zozeer je afhankelijkheid van de Heere. Niemand van ons is de gunsten van de Heere waardig. Maar de Heer is genadig, barmhartig en groot van goedertierenheid. Zijn Naam zij geprezen voor immer, in overvloed en in schaarste, in vreugde en in verdriet.
Een goed christen bidt echter niet alleen. Hij werkt ook. Wij moeten de Indiërs helpen om steeds meer stuwdammen te bouwen, om de gave Gods, het water uit de hemel, op te vangen en te bewaren in grote reservoirs.
Naar Kedgaon
De trein zou om half acht binnenkomen, maar dat werd een uur later. Heel erg vond ik dat niet, want intussen kon ik de mensen op het drukke roezemoezende perron een beetje gadeslaan. Vlakbij ons zat een moeder met haar kind, haar moeder en grootmoeder, haar twee zussen, haar broer. Ze was drie maanden bij haar familie geweest. Haar vader reist met haar mee om haar terug te brengen naar Bombay, waar haar man een kleine fietsenwinkel heeft. Er was een intens verdriet bij die familie. De manier, waarop die vrouw van haar broer afscheid nam, was ontroerend. Ds. Wesly vertelde mij, dat de familiebanden in India enorm sterk zijn. Je kon dat ook zien. Het was een verdriet, alsof ze elkaar nooit meer zouden zien.
Ik dacht toen, wanneer deze verslagen als boekje verschijnen, dan zal ik het de naam geven: „India, land van tranen". Dat is inderdaad zo. Hier worden tranen geschreid die uit vele bronnen opwellen: tranen van vertwijfeling en wanhoop, tranen om de altijd weer knagende honger, tranen die smeken om water, tranen van angst voor de demonen, die hen omringen, tranen van vreugde in de intense ontmoeting met God, tranen om de vele babies en de kinderen, die 20 vroeg sterven, tranen om de vele doden, die genezen hadden kunnen worden, als er een betere medische verzorging was. Tranen, altijd weer tranen.
De trein heeft zich in beweging gezet. Het is een reis van 500 km, ongeveer de afstand Amsterdam—Hamburg. We hopen morgenvroeg om 8 uur te arriveren.
Bij het vertrek had ik de nieuwe Indian Weekly gekocht. Er staat een artikel in over de beroemde Indische (Bengaalse) dichter, Rabindranath Tagore, tevens musicus en schilder (1861—1941), winnaar van de Nobelprijs voor literatuur.
Tagore is destijds zeer door het westen bewonderd om de diepte en de wijsheid van zijn poëzie en proza, maar volgens de schrijver van het artikel heeft het westen hem nooit ten volle kunnen begrijpen. Dat is overigens ook de mening van Tagore, als hij o.a. schrijft: „Er is geen echte levende verbindingsschakel tussen Europa en India".
Tagore zelf kon zich dan ook niet thuis voelen in de Engelse society. Eens was hij uitgenodigd voor een diner ten huize van een hooggeplaatste Brit in India. In een brief daarop schreef hij zijn ervaring:
„Vóór mijn ogen bevinden zich de dames in avondjapon en aan mijn oren is er het gemurmel van de met glimlachjes bestrooide Engelse conversatie. Het lijkt allemaal onwezenlijk, schijn. Hoe echt is voor mij mijn eeuwige India en hoe hol, hoe gemaakt, hoe dóór en door onwaarachtig is de combinatie van beleefde Engelse conversatie en zoetelijke glimlachjes aan dit diner".
Nog een impressie uit zijn brief:
„Toen ik mijn stoel verschoof naar de hoek van de salon, leek alles als een schaduw voor mij. Het was alsof het uitgestrekte en grote bharatavarsha (een ander woord voor India, dat vaak gebruikt wordt en van Sanskriet-oorsprong is. H.J.H.) uitgestrekt voor mijn ogen lag, alsof ik zat aan het hoofdeinde van het land van mijn geboorte, zo zonder glorie, zo droevig, zo ongelukkig. Een onmetelijke weemoedigheid, die ik moeilijk beschrijven kan, legde zich op mij neer".
Tagore was dóór en dóór Bengaals-Indiër, maar tevens universalist. Hij droomde van de eenheid van het mensdom. Toen de tweede wereldoorlog uitbrak, was dat als een nachtmerrie voor hem. Ds. Wesley zei: „Te kon zien dat hij daar verschrikkelijk onder leed. Zijn grote droom lag in scherven. De verkondiging van de broederschap van alle mensen was uitgelopen op een beestachtige afslachting aan de fronten. Tagore kon dit niet lang dragen. Hij ging er innerlijk stuk aan en stierf in 1941.
De grootvader van Tagore was begonnen met een reformatie van het hindoeïsme: één God, één aanbidding, geen afgodendienst meer, geen beeldenverering, maar zuivere geestelijke godsdienst. Hij was van oordeel dat alle godsdiensten waarheid bevatten en dat we het beste uit al de godsdiensten moeten overnemen om zó één prachtige universele godsdienst te vormen".
Ds. Wesley zei: „Je kon nauwelijks verschil bemerken met erediensten in de christelijke kerken. Er werd ook uit de Bijbel gelezen en christelijke gezangen werden ingeweven in de liturgie. Er was slechts dit grote verschil: de gebeden eindigden nooit met de formule: „door Jezus Christus". Ze zagen Christus als een groot profeet, maar erkenden Hem niet als de Enige Middelaar. Dat zou in strijd zijn geweest met hun leer van de universele godsdienst, die in het Bengaals genoemd werd: BRAHMO SAMAT ( = God gemeenschap).
Nadat ik dat artikel over Tagore gelezen had, nam ik mijn Bijbel en liet de eerste hoofdstukken van het Evangelie van Johannes op mij inwerken. En opnieuw realiseerde ik mij, hoe dóór en dóór oosters dit boek is.
Wanneer we dat Evangelie alléén met onze westerse analyserende rede willen benaderen, zullen we de diepte ervan nooit bereiken. We doen dat boek dan geweld aan.
Op nieuwe en hevige wijze proefde ik in die hoofdstukken de machtige Godsopenbaring in Jezus Christus. De prachtigste beelden, begrippen en visies stapelden zich op: Het Woord - leven - licht - het vleesgeworden Woord - genade en waarheid enz. Natuurlijk moeten we proberen al die afzonderlijke woorden te doorlichten met ons verstand. Als we maar niet denken, dat we de volle zin van het Evangelie van Johannes hebben verstaan, wanneer we al die woorden hebben opengelegd in duidelijk omschreven begrippen. De heerlijkheid van Christus, zoals Johannes die voor ons ontvouwt, gaat al die begrippen verre te boven. In ieder van zijn zinnen fonkelt het vleesgeworden Woord, Jezus Christus. De stralen van zijn God-menselijk wezen dringen door heel dat Evangelie heen en verkwikken onze ziel. Daar doorheen kunnen wij onze gemeenschap hebben met de levende Here.
Wat zijn wij toch begenadigd, dat wij ons niet behoeven tevreden te stellen met een vage universele godsdienst, maar de heilige Heere God persoonlijk mogen kennen in Jezus Christus. Hoezeer we ook hoogachting kunnen hebben voor Tagore, in het licht van het Evangelie is zijn visie als een kaarslicht tegenover de eeuwige Zon, Jezus Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
