LEVEND WATER OM NIET
Vandaag zijn we samen met ds. Wesley en mevr. Wesley naar Wadiaram (India) geweest. Dat ligt op 65 km van Hyderabad (midden India). Het was een troosteloze rit in de hitte en in de stof. Het leek wel een tocht door de woestijn. Koeien, schapen en geiten liepen rond, magere scharminkels, want er was geen sprietje gras te bekennen. Het was of de verschroeide aarde schreeuwde van pijn onder de gesel van de zon, die onbarmhartig elke dag haar vuurgloed naar beneden zendt… en alsof dat schreeuwen overging in een dof schreien, een schreien zonder tranen en zonder hoop.
In Wadiaram gingen we naar het ouderlijk huis van ds. Wesley. Dáár was alles heel anders. Daar waren groene landerijen en hoorde ik het gemurmel van water dat de akkers bevloeide. Alles leek wel een oase. Ik vroeg ds. Wesley, hoe dit alles mogelijk is geworden en of dat water misschien een geschiedenis heeft. Hij antwoordde:
Wenende vrouwen bij de droge put
Veertig jaar geleden heeft mijn vader hier een put gegraven in de hoop en in het geloof dat hij zoet en helder water zou aanboren. Iedereen lachte hem uit, maar hij las de Bijbel op die plaats en bad, en zo werd hij geïnspireerd om die put op die bepaalde plaats te gaan graven. En tot ieders verbazing bleek 't water uitstekend te zijn. En veertig jaar lang zijn de mensen van dit dorp — het zijn er nu 3.000 — naar deze put gekomen om er te scheppen uit het zoete, heldere en frisse water. Maar er kwam een tijd van grote droogte. Twee en een half jaar lang was er bijna geen regen meer gevallen. En zo waren ook de ondergrondse bronnen van onze put langzamerhand opgedroogd.
Op zekere avond sliep ik alleen in het huis en omstreeks drie uur in de morgen werd ik wakker van het geween van de vrouwen en kinderen, want ze zaten rond de put met lege emmers. Ik stond op en trachtte hen te troosten en verzekerde hen dat ik een put zou laten graven nog dieper dan deze om water te vinden voor de 3.000 mensen van het dorp. Ik vormde een groep van vijftig jongens en mannen, die in ploegen verdeeld werden en zo dag en nacht doorwerkten. En weer was de verbazing van allen zeer groot, want we hebben nu water in overvloed om te drinken. Het overtollige water wordt gebruikt voor de bevloeiing van de akkers. Daarom zijn de mensen blij dat ze zich geen zorgen meer hoeven te maken over gebrek aan drinkwater.
Om niet
Christus heeft gezegd tot de Samaritaanse vrouw bij de put van Jakob: „Een ieder die van dit water drinkt, zal wederom dorsten. Maar wie gedronken zal hebben van het water dat Ik hem geven zal, die zal in eeuwigheid niet dorsten, maar het water, dat ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven" (Joh. 4:13-14).
Met dat levende water bedoelt de Heere de zalige gemeenschap met Hemzelf, die wij door het geloof ontvangen. Die gemeenschap met Christus zal nooit meer verbroken kunnen worden. Daarvoor staat Zijn belofte garant.
Zoudt ook u dat levende water dan niet willen ontvangen? Heeft ook uw ziel geen dorst naar deze innige zalige gemeenschap met de Zoon van God?
„En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet" (Openb. 22:17).
Zij die meer uitleg willen over deze wonderbare belofte van Christus, kunnen ons schrijven. We zullen graag proberen om voor hen de volle rijkdom van Gods barmhartige liefde te ontvouwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
