Brief uit Nieuw Guinea
Geachte Ds. Hegger,
„In de Rechte Straat" van december 1.1. weer met interesse gelezen. Ik heb me afgevraagd, waarom dat stukje van Ben Janssen zo moest teleurstellen. Er is hier een rooms-katholiek priester aan het woord, die zijn katholieke leer en overtuiging uitdraagt als zuiver schriftuurlijk. In werkelijkheid echter spreekt hij helemaal niet schriftuurlijk en kan hij dat ook niet.
Dat was ook onze moeite vóór de overgang. Hoe dikwijls heb ik het moeten horen: wat u nu beweert is niet schriftuurlijk. Gods Woord spreekt anders.. Na elk gesprek van toen werd ik onzekerder, want teruggewezen naar de Schrift, moest ik steeds weer ervaren, dat het inderdaad geen schriftuurlijk spreken was, dat ik in feite Zijn Woord niet kende. Die worsteling om de waarheid was zwaar. Ik wilde geen ongelijk bekennen. Er is niets zo erg — mag ik schrijven „vernederend" — als te moeten onderkennen dat de eigen visie op God, de eigen overtuiging, die je onaantastbaar achtte, waarvoor je zoveel had overgehad, in vele jaren van studie en beleving, een onware, valse en onschriftuurlijke visie en overtuiging was. Je voelt je als een mislukkeling, als iemand die zwaar verminkt is.
God weet, wat ik mij verzet heb tegen de leer van de totale verdorvenheid van de mens. De mens, tot alle kwaad geneigd, tot niets goed instaat.. Wat hard komt zo'n leer aan; dan zie je je als mens zomaar van je voetstuk gestoten, volkomen ontluisterd. Ik heb heel langzaam mogen leren inzien dat de mens al eeuwen geleden van zijn voetstuk gestoten was, toen hij koos voor de zonde en tegen God. Jarenlang hebben we getracht met vele anderen die gevallen mens toch nog krampachtig rechtop te houden. Wij spraken dan van de gewonde mens, die wilde worstelen om nog beter te worden; van de zieke mens die weer verlangde aangenaam te zijn in Gods ogen. En ik geloofde dat God uiteindelijk de vele goede prestaties zou honoreren, wel moest honoreren. Hij zou ons belonen met het eeuwig geluk en de goede arbeid van ons verdienstelijk leven zou ook nog heilbrengend voor anderen zijn. Tegenover de eenzijdige roomse visie van: God is zo goed, zo lief, heb ik Hem ook mogen leren kennen als de God, die wel degelijk toornt over de zonden en de zonden niet ongestraft laat. De God, die Zich in het Oude Verbond openbaarde, was ook de God van het Nieuwe Verbond. Hij is gisteren en heden Dezelfde.
Het was het einde van guitige verhaaltjes over „grote Heiligen" met geheime achterdeurtjes in de hemel om bijzondere vereerders binnen te smokkelen; het betekende het einde van vertelsels over olijke zondaars, die ondeugend knipogend langs de strenge hemeldeur-bewaker, Petrus, wisten binnen te glippen. Het werd nu naar Gods Woord: alles uit geloof. Door genade word je behouden; je bent dood door overtredingen en zonden. Het heil is niet uit jezelf, het is een gave van God. Niet uit je werken, opdat je ook nooit zal kunnen roemen.
Toen God mij in Zijn mateloos erbarmen, eenmaal zover had, kon ik geen enkele pretentie meer hebben. Toen Hij zo Zijn licht op mij liet vallen, begreep ik de diepe ernst van het woord van Paulus: ik ellendig mens. . Toen kon ik lezen Romeinen 3:9-20. God had mij een haarscherpe foto voorgehouden en ik wist, dat ik het was. Maar — en ik moet het er in één adem als het ware aan toevoegen — wat heb ik toen ook mogen juichen om de Verlossing in Jezus Christus. Toen heb ik de rijkdom en diepte van het: „Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zelfs Zijn eigen Zoon niet spaarde" mogen proeven. Zijn eigendom geworden, naar Zijn beeld herschapen, mocht ik leven uit Hem, met een nieuw hart, in staat gesteld God en de naaste te beminnen, Zijn geboden te onderhouden. Je voelt je dan niet alleen een ander mens… je bent in werkelijkheid een totaal ander mens geworden, want Zijn Geest heeft je tot Zijn evenbeeld vernieuwd.
Dan wil je slechts dankbaar zijn en Hem loven, Die naar jouw ellende omzag en je zo rijk maakte. Als je dan leest in datzelfde decembernummer: „Een enkele keer geeft iemand het op en keert terug in de schoot van de „moederkerk", zoals die Italiaanse ex-priester", dan word je toch wel stil, dan word je ineens weer heel helder bepaald bij het vele, dat jezelf ontving: door God te zijn geroepen, gegrepen, onomkoombaar. „Wat een stap, wat een enorme overgang zo van r.-k. priester naar gereformeerd predikant!" Talloze malen heb je het moeten horen en er geen antwoord op kunnen geven, want het was immers geen eigen ommezwaai; het was geen reuze stap die jezelf zette.. integendeel.
David kon nog dankend zingen: Toen het mij bang te moede was, riep ik de Heere aan, tot mijn God riep ik om hulp.. In domme dwaasheid riep ik in-die-tijd de Heere niet aan, vroeg ik mijn God zelfs niet om hulp. Maar: Hij heeft eenvoudig genomen wat Hij wilde. Hij greep en plaatste de onwillige daar, waar Hij het goed wist: in Zijn Gemeente, waar Zijn Woord zuiver gepredikt, Zijn sacramenten trouw bediend en Zijn tucht gehandhaafd werd.
Hoe is zo iets mogelijk? Vraag het God, want Hij is zo wonderbaar in al Zijn werken. Als je dan leest over diezelfde priester: „God zou zijn moedige daad om de r.-k. kerk te verlaten toch moeten belonen..", dan weet je met grote droefheid, dat zo iemand van zijn eigen ellende en van Gods reddend ingrijpen uit louter genade, om niets, helaas geen syllabe begrepen heeft. Hij blijft die erbarmelijke, roomse erfelijke belasting met zich meedragen: IK moet het doen, IK moet iets presteren, en dan zal God mij dienen te belonen.
Voor zo'n priester kunnen wij allen slechts bidden, dat hij toch ook eens, waarachtig, in Gods licht mag staan, ook onomkoombaar gegrepen door Zijn Woord, om zo zichzelf te kennen en tegelijk Gods goedheid in onze Heere Jezus Christus. Geachte collega, inderdaad, het is heel moeilijk je te richten in een tijdschrift tot rooms-katholieken. Voortdurend zal er die communicatie-stoornis zijn, omdat u niet anders kan en mag spreken dan vanuit het Woord van God, terwijl de andere partij antwoordt vanuit een roomse leer en praktijk, waarnaar het Woord dan omgebogen wordt. Natuurlijk, blijf getuigend spreken in uw tijdschrift, het is de rijke opdracht, u op de schouders gelegd, maar veel gebed zal er nodig zijn om ogen en harten van de lezers te openen, opdat zij Hem mogen zien en liefhebben, zoals Hij werkelijk is en zoals Hij werkelijk gediend wil zijn. Dat is genade, welke Hij alleen schenken kan.
Als u strijdt tegen het goedpraten van de homofilie, kan het niet anders of een blad als b.v. Elsevier moet komen met een venijnige kritiek. Dan ben je ineens weer de ex-priester die zo nodig trouwen moest en niet mocht en daarom heenging en bleef ageren tegen alles wat rooms is. Het zijn geluiden van mensen, die praten op een heel andere golflengte; zij hebben afgestemd op de wereld en willen zo niet erkennen, dat de mens in zonde ontvangen en geboren is en in Gods kracht tegen zijn zonden zal dienen te strijden, ook als die zonde homofilie heet.
Van die kant is geen andere kritiek te verwachten. Het is de smaad die u mag dragen, omdat u wel mag afgestemd staan op God. Veel pijnlijker vind ik het als aan het getuigend gesprek met Rome zwaar afbreuk gedaan wordt door dom en onwaar spreken over Rome, de roomse leer en praktijken, van eigen collega's en geloofsgenoten, in een zo geheten christelijk damesblad als Prinses. Dat doet zeer. Een dergelijke manier van vergoelijken van zondige leringen en praktijken uit de roomse kerk moest ons weer een waarschuwing te meer zijn tegen de „valse oecumene", welke het werk des Heeren zo'n grote schade berokkent! U deed er veel goed mee de rijkdom van de belijdenis-geschriften in duidelijk, hedendaags Nederlands weer te geven. Het kan wel eens een machtig middel blijken, deze rijke erfenis der vaderen, zo te ontsluiten, voor vele rooms-katholieken, en tegelijk weer nieuwe glans te geven voor vele eigen geloofsgenoten, die deze kostbare erfenis ongebruikt lieten liggen tot eigen grote schade.
Ik was er dankbaar voor, want ik heb mogen ervaren hoe rijke stof in die belijdenis- geschriften voor het grijpen ligt. Zo zal men leren verstaan, wat tot vrede dient. Want het is door de zuivere Woordverkondiging onder werking van de Heilige Geest, dat de hardste harten opengebroken worden. „Mijn God U zal ik eeuwig leven, omdat Gij het hebt gedaan".
Vaak heb ik hier, in het binnenland, aan het Schriftwoord moeten denken:
„Het geloof is uit het horen en het horen door het Woord van Christus. . " . Zo hebben hier heidenen, die helemaal niet begerig waren naar de gerechtigheid, die er verre van waren deze gerechtigheid na te jagen, toch die gerechtigheid in Jezus Christus verkregen. Hij, de Heere, zond ons uit om door de prediking van Zijn Woord, heidenen tot Zijn discipelen te maken.
Wat wordt er veel gesproken en geschreven over het doel van de zending. Laten we ons, hoe dan ook, rustig houden aan Zijn opdracht, in geloof, al de volkeren tot Zijn discipelen te maken, hen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en hen te leren alles te onderhouden wat Hij bevolen heeft.
Is dat niet, de rijkdom die we zelf ontvangen hebben in Zijn Woord, weer verder uitdragen, opdat ook anderen onder beslag van Zijn Woord komen en zo gelukkig zijn? Als je daaraan mag meewerken als Zijn dienaar, staande in Zijn dienst, als Zijn gezant en ambassadeur, weet je je wel zeer gezegend.
Ik dank u voor het vele goede dat u in uw tijdschrift ons biedt. Voor de waarschuwing met betrekking tot ex-priester X. Voor de bemoediging in uw korte schets over de heer Antonio Porta, met wie de Heere zulke wonderlijke wegen ging. Dat Hij u en uw medewerkers, ook dit nieuwe jaar weer door Zijn Geest leiden mogen. Hij zegene rijkelijk uw arbeid voor Zijn Koninkrijk.
Hartelijke groeten vanuit een zon-overgoten Boma,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
