omo CURSUS
Ongetwijfeld hebt u in de pers gelezen over het konflikt Rome-Nederland over de OMO-cursus, een catechesecursus die voor de hogere klassen van VWO en HAVO is opgesteld door catecheseleraren die verbonden zijn aan de Stichting Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) in Noord-Brabant. De voorstanders van deze cursus worden ook wel Omo-fielen genoemd. Op 28 augustus 1972 hebben de kardinalen Seper en Wright in een derde brief over deze aangelegenheid geëist dat de cursus uit de roulatie zou worden genomen. Na hernieuwd overleg hebben de bisschoppen Bluvssen en Ernst gedaan gekregen dat de eerste twee delen wél gebruikt mogen worden, maar tevens toegestemd dat deel drie en vier niet meer als handleiding op de scholen dienst zullen doen.
Achtergronden van het geschil
Waar gaat het nu eigenlijk om in deze aangelegenheid? Allereerst om: wat geloof eigenlijk is. De Omo-voorstanders verwijten Rome dat men daar het geloof beschouwt als een overdracht van een pakket van waarheden.
Nu is dat zeker de opvatting van geloof, die ten grondslag ligt aan de besluiten van het concilie van Trente en van het eerste Vaticaanse concilie. Dat werd wel heel scherp tot uitdrukking gebracht in de vraag van de na-tridentijnse theologie, die ook zijn weerslag vond in de katechismussen: Hoeveel waarheden moet een mens op zijn minst kennen, wil hij zalig worden?
Gelukkig is tegen deze bijna uitsluitend intellektualistische opvatting van het geloof door allerlei r.-k. theologen van onze tijd verzet aangetekend. Door een hernieuwde studie van wat de Bijbel daarover zegt, zijn velen tot de overtuiging gekomen dat het geloof, zoals de Bijbel ons dat beschrijft, allereerst onze diepste persoonlijkheid, ons eigen ik, raakt en dat het een enorme verarming is van het Bijbelse begrip van geloof, wanneer we het herleiden tot voornamelijk het aannemen van waarheden. Maar nu zijn de Omo-voorstanders beslist overgeslagen naar een ander uiterste. Zij stellen het voor, alsof de geloofsinhoud nauwelijks iets eraan toedoet. Geloven is volgens hen „een menselijk proces dat men navoelbaar kan maken" (De Bazuin 1 okt. 1972).
Dr. B. Willems drukte het aldus uit: „Jezus heeft een aantal volgelingen gekregen, mensen die vonden dat Hij het goed deed, die ergens aangevoeld hebben dat Hij inderdaad de belichaming was van iets bovenaards of iets „anders" en dienstvaardig ten aanzien van andere mensen is geweest, zodanig dat Hij er zelf aan dood is gegaan, mensen die het ook op een of andere manier hebben willen gaan doen in Zijn Geest. Zo'n groep mensen die geïnspireerd is door Jezus, dat heet nu kerk". Aldus op een bijeenkomst voor catecheseleraren in 1969.
Op deze manier blijft er niets meer van het christelijke geloof over, zoals we dat in de Bijbel aantreffen. Zo wordt het geloof alleen maar een stukje inspiratie van een bepaald soort, zoals er zovele inspiraties zijn geweest en nóg zijn in de wereld. Op geen enkele wijze wordt dan nog zichtbaar dat de Gemeente door Christus Zelf gebouwd is op het fundament van het getuigenis van de apostelen en profeten (Ef. 2:20).
Christus contra de gevestigde orde?
En vanuit deze kijk op wat geloof is, moest men dan ook tot uitgesproken dwalingen komen. Zo staat er te lezen in de les: Het unieke van het christendom:
„De uniciteit van het Christendom ligt in de opdracht en mogelijkheid tot de identijikatie met Christus. Hij deed eigenlijk niets bijzonders. Hij stichtte geen nieuwe godsdienst, maar was daar aanwezig, waar niemand aanwezig was: bij zieken, tollenaars, hoeren, bij mensen die afgeschreven waren. Dit werkte zo wonderlijk dat dwars door alle vaste levenspatronen, dwars door alle menselijke gescheidenheid en indelingen heen, er een weg ontstond, waarop een beweging op gang kwam. Hen beweging die niet de wereld wilde veroveren, maar die mensen en dingen tot hun eigenlijke goddelijke bestemming wilde laten komen. En daardoor riep Jezus van Nazareth verzet op bij diegenen die de bestaande orde intakt wilden laten. Zo riskeerde Hij zijn leven. Maar liever dan zijn leven te behouden met verloochening van zijn goddelijke roeping, gaf Hij het tot behoud van het waarachtige menszijn".
(N.B. In de Omo-cursus wordt over Christus telkens dan ook geschreven als over „ h i j " en „hem" zonder hoofdletter. Wij hadden echter geen zin dat in het citaat over te nemen). Dit is je reinste vrijzinnigheid. Dit is een volstrekte uitholling van de boodschap van Christus. Dit is een verdraaiing van Zijn eigenlijke zending. Hier wordt Hij niet getekend als de Zaligmaker, die door het offer van Zijn kruisdood ons verloste van de eeuwige dood die wij verdiend hadden; maar als een revolutionair die de gevestigde orde omver wilde schoppen.
Uitspraken met dubbele bodems
En wat zeggen ze over de opstanding?
„De uitdrukking „Hij is verschenen" moet niet verstaan worden als „Wij hebben Hem gezien". Zoals in het Oude Testament, betekent deze uitdrukking dat de verrezen Heer Zich „openbaart", d.w.z. inzicht geeft in wie Hij is en wat Hij betekent. Maar waarom zeggen de eerste Christenen dan steeds dat zij „getuigen" zijn? Waarvan zijn zij dan „getuigen"? „Getuigen" betekent in het Nieuwe Testament echter wel wat anders dan wat wij er zo op het eerste oog onder verstaan… In het Nieuwe Testament betekent „getuigen" iets uitbazuinen, „ergens zijn mond niet over kunnen houden", of kerkser: verkondigen, preken. We kunnen er niet onder uit: verrijzenis is niet op de eerste plaats een kwestie van „feiten" die te constateren zijn, maar van geloofsinzicht. De voor ons te constateren feiten zijn, dat de eerste christenen — ondanks het feit dat Jezus in Joodse en Griekse ogen was „afgegaan" — er hun mond niet over kunnen houden dat Hij „verrezen" is".
Nee, zo blijft er van de werkelijke opstanding van Christus, het basisfeit van ons christelijk geloof, niets, maar dan ook niets meer over. (Let er ook op dat het woord „verrezen" tussen aanhalingstekens wordt geplaatst). Dit is verkondiging met een dubbele bodem, de Kerk van Christus geheel en al onwaardig. Waarom komen deze voorstanders van de OMO-cursus er dan niet openlijk voor uit, dat ze helemaal niet meer in het feit van de lichamelijke opstanding van Christus geloven? Ze prediken Christus als de grote revolutionair, die het aandurfde om tegen de gevestigde orde te trappen. Waarom durven zij dan niet openlijk de gevestigde orde in de r.-k. kerk aan te pakken. Dan zouden ze tenminste eerlijk zijn.
Synodaal gesanktioneerde dubbelzinnigheid?
Overigens zien we deze tendens om dwalingen op gecamoufleerde en strategische wijze de kerken binnen te dragen, ook doordringen in allerlei protestantse kerken. Zo heeft prof. Kuitert in VU-magazine (geciteerd in Trouw) in een interview gezegd over de laatste synode van de gereformeerde kerken, waar gehandeld werd over de vraag of het bestaan van Adam en de zondeval werkelijk een feit zijn geweest: „De bedoeling van die uitspraak (van de synode over deze aangelegenheid. H.J.H.) was ook dubbelzinnig te zijn".
Zelf was ik aanvankelijk nogal blij met de uitspraak van de synode, waarmee Kuitert zijn instemming had betuigd, vooral met punt c van het „Nader getuigenis" waarin de synode uitspreekt: „Dat deze val en ongehoorzaamheid van onze eerste voorouders zoals die als een gebeuren in Genesis 3 wordt geopenbaard, in Schrift en belijdenis een fundamentele plaats inneemt en van wezenlijk belang is voor de verkondiging". Wel kon ik moeilijk begrijpen, hoe Kuitert ineens tot die concessie was gekomen, en iemand zei tegen mij: „Daar zal wel een addertje tussen het gras verscholen liggen". Ik wilde echter aan dat wantrouwen niet toegeven. Maar ziedaar, Kuitert wijst zelf dat addertje aan.
Op de vraag van VU-magazine: „U had niet kunnen voorstemmen, als er „gebeurtenis" had gestaan?", antwoordde Kuitert: „Nee. Je moet ook goed weten dat hier stukken achter liggen, een uitvoerig rapport, waarin gesproken wordt over „zondeval als gebeuren", een stuk van Peursen, waarin hij zegt: dat betekent niet dat je het fixeert op een moment; het is geen natuurlijk gebeuren, maar een ethisch gebeuren. Het betekent dat het voor de verantwoordelijkheid van de mens komt, dat er zonde is".
Kuitert schrijft dat de synode hem niet graag los wilde laten, en dat ze daarom telkens met formuletjes bij hem kwamen, of hij het daar wel mee eens zou kunnen zijn. „Eerst dacht ik vaak: jullie zijn niet eerlijk, maar nu denk ik over sommigen weer heel wat sympathieker. Ik denk dat ze aan de mensen in hun Gemeente dachten die het niet kunnen meemaken. Het was een soort pastorale bewogenheid met deze mensen die hen deed zoeken naar formuletjes".
Nee, dit is geen echte pastorale bewogenheid. Dit is niet de geest van de Goede Herder, die alles, zelfs Zijn leven, waagde en gaf voor Zijn schapen. Zeker, deze dubbelzinnigheid is goed bedoeld, maar zo worden de eenvoudige kerklieden als volstrekt onmondigen behandeld. Zo worden wij om de tuin geleid en hoe kunnen wij dan nog enig respekt opbrengen voor een synode, die achter een dergelijke dubbelzinnigheid haar ware bedoeling verbergt?
Wat is ONZE schuld?
Ik wil nog even terug komen op het verschil van opvatting over wat geloof is. We zijn er namelijk niet mee klaar, wanneer wij aangeven, waarin de ander fout is. We moeten ons afvragen, welke schuld wij daaraan hebben. En dan zullen wij moeten erkennen dat in het verleden het geloof inderdaad vaak te intellektualistisch werd gezien namelijk als het aanvaarden van een pakket van waarheden. En in sommige kringen gebeurt dat nóg. Daar geeft men zo hoog op over de zuiverheid van de leer die daar gehandhaafd wordt, dat een buitenstaander wel de indruk moet krijgen dat het geloof daarin opgaat. Als je maar dat aantal waarheden onderschrijft, dan zit het wel goed met je, mits je natuurlijk ook nog fatsoenlijk leeft.
In zulk een geval zijn wij mede oorzaak, dat velen zich met minachting van zulk een burgerlijk geloof afkeren; want ze bespeuren er niets meer in van de gloed van het pinkstervuur en van het stralende eeuwige leven dat Christus aan de Zijnen beloofd heeft. Zulk een geloof heft de diepe eenzaamheid niet op, waarin zij verkeren. Wij onthouden hen dan het zicht op de overweldigende rijkdom van het Evangelie, die daarin bestaat dat Christus persoonlijk door Zijn Geest ons verzekert van Gods barmhartige liefde. Hij laat ons niet als wezen achter temidden van allerlei geopenbaarde waarheden, maar vertoeft onder ons, ja woont in ons door Zijn Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1973
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
