In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Profetische opdracht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Profetische opdracht

12 minuten leestijd

In vele opzichten lijkt de stichting „In de Rechte Straat" in onze tijd op een schip in de storm. Een erg origineel beeld is dat niet, maar wel een duidelijk beeld, dacht ik.

Wat met die storm is bedoeld zal u allen duidelijk zijn. De kerken van de Reformatie zijn namelijk heftig en gevaarlijk in beweging, sinds de roomse en de vrijzinnige wind er verwoestend doorheen is gaan waaien en de oecumenische aktiviteiten in de kerken voornamelijk zijn gaan bepalen.

Persoonlijk heb ik in sommige kringen zelfs het gevoel, dat ik als ex-priester óók door protestanten een beetje misprijzend en zelfs verontwaardigd aangekeken wordt. Want men neemt het me daar eigenlijk kwalijk, dat ik de door hen zozeer bewonderde en hooggeachte „ROMANA" (zoals zij de roomse kerk graag en met onderdanige eerbied plegen te noemen) zomaar de rug heb durven toekeren en tot dit machtige en prachtige instituut heb durven zeggen: „Ik moet van u niets hebben. Want u predikt de dwaling en u misvormt het machtige woord van God!"

Dat vindt men eigenlijk helemaal niet netjes, niet etisch en vooral niet oecumenisch. Maar het heilloze van de steeds verder gaande toenadering tot de roomse kerk en speciaal tot de linkse, vrijzinnige vleugel ervan, wordt intussen iedere dag duidelijker.

Misvorming van de genadeleer

Een onheilspellend voorbeeld daarvan is de misvorming van de reformatorische genadeleer.

Op 17 september 1971, bij de algemene vergadering van „Protestants Nederland" in Den Haag gaf professor Velema daarover nog een bijzonder heldere en belangwekkende uiteenzetting.

Er vindt steeds meer een humanisering, een vermenselijking van de genade plaats, zei professor Velema bij die gelegenheid. Waar de humaniteit, de medemenselijkheid is, daar is de genade, zegt men.

Genade is niet meer gunst van God, heeft niet meer te maken met de persoonlijke verhouding van de mens tot God, maar genade is iets dat de mens zelf uit zichzelf hééft en dat de mens niet alléén maar gekregen heeft van een genadige God.

Tegelijk wordt het evangelie weer tot wet gemaakt. De inhoud en de inzet van de prediking is niet wat we moeten geloven, hoe onze persoonlijke verhouding tot God moet zijn, maar wat we als mens in de wereld moeten doen.

Dát acht men de hoofdzaak. Een eenzijdig christendom dus van de daad, waartegen onlangs fel geprotesteerd werd door enige hervormde professoren en predikanten, die daarover een vlammend „Getuigenis aan de Gemeente van Jezus Christus" hebben laten horen.

Een aangepaste theologie

Men probeert in onze tijd ook steeds meer om God, om Christus en het Evangelie helemaal of in ieder geval zoveel mogelijk te engageren met de wereld en men is voortdurend ijverig bezig met daartoe een „aangepaste theologie" te ontwerpen, zoals de titel van een pas verschenen boek van prof. Velema over de theologie van prof. Kuitert luidt.

En wee de „schutter", die op deze aangepaste theologie de gloeiende pijlen van het Evangelie durft te richten!

Dan zijn onmiddellijk allerlei verdedigers en verkondigers van de moderne theologie bereid om met felle woorden de „schietschijf" te verdedigen!

U hebt dat allemaal kort geleden nog kunnen zien en lezen.

En hoe men verder denkt over het plaatsvervangend lijden van Christus en over de verzoening hebt u onlangs nog eens uitvoerig kunnen vernemen in verband met de geruchtmakende dissertatie van dr. Wiersinga en de bewogen, indrukwekkende en profetische repliek daarop van ds. Hegger in „In de Rechte Straat".

De Generale Synode van de Gereformeerde Kerken heeft intussen in een „Boodschap" over dit onderwerp partij gekozen voor de traditionele leer over de verzoening, maar tegelijk ook volop ruimte gelaten voor wat men een „voortgaande bezinning" op dit onderwerp noemt. En dat is iets waarover we allerminst gerust kunnen zijn.

En zo woedt de storm verder.

Ik behoef u bijvoorbeeld niet te zeggen hoe in de moderne theologie en exegese de Bijbel beschouwd en behandeld pleegt te worden. Woorden als „tijdgebonden", „geloofwaardig maken" en „vertalen" hangen ook u waarschijnlijk al heel lang en heel ver de keel uit!

Weerstand tegen de dwaling

Maar intussen woekert het kwaad van de vrijzinnigheid nog dagelijks verder. En de tegenstand ertegen verslapt.

In een steeds wijder wordende reformatorische kring wordt de dwaling bewonderd, bejubeld en weerstandsloos aanvaard.

Het wordt daardoor steeds moeilijker om voor zichzelf en voor anderen een verantwoorde keuze te doen uit de kranten en de tijdschriften, die men als gelovig mens zonder bezwaar kan lezen en uit de radio- en televisieprogramma's die zonder gewetensbezwaar en ergernis te zien en te beluisteren zijn.

Maar daarom is het ook des te meer verheugend, dat er tegelijk met de toenemende dwaling ook steeds sterker daartegen stelling wordt genomen.

De „Evangelische Omroep" en het „Reformatorisch Dagblad" zijn de nieuwste schepen, die moedig en profetisch met de steven recht op de heilloze „wind van leer" zijn gaan liggen.

Maar al veel langer wordt deze profetische roeping en opdracht vervuld door de stichting en het blad „In de Rechte Straat".

En al is dat dan ook een allesbehalve gemakkelijke roeping en opdracht, het is wèl een steeds meer noodzakelijke. Er moet een stichting en een blad zijn dat zich, samen met al haar geestverwanten, onbevreesd en goed gefundeerd durft op te stellen tegen de dwaling. En met name tegen de machtige „Romana", die wel ook in reformatorische kringen steeds meer geacht wordt en bewonderd, maar die toch in feite nog steeds een kerk is, die een onbijbelse en daarom heilloze dwaalleer verkondigt!

Voor een gelovige, evangelische mens is het grootscheepse vertoon op de bisschoppensynode te Rome nog even huiveringwekkend en weinig hoopgevend als tevoren.

En ook de gang van zaken op de synodes van verschillende andere kerken is allesbehalve geruststellend!

En daarom is de stichting „In de Rechte Straat" nog lang niet uit de tijd! Integendeel! Het is in onze tijd meer dan ooit de profetische opdracht van het bestuur en de directeur en het blad van de stichting „In de Rechte Straat" om het „sola fide", „sola scriptura" en „sola gratia" van de Reformatie met de grootste nadruk te verkondigen en om de dwaling, hoe sympathiek en modern en medemenselijk die ook moge aandoen, vrijmoedig aan te wijzen en te ontmaskeren.

Noch nieuw, noch christelijk!

Zo stelt men het graag voor alsof er in deze tijd iets heel nieuws aan de hand is, een heel nieuwe en veel betere christelijke visie op het Evangelie, op de godsdienst en op de mens.

Maar in feite is deze visie noch nieuw noch christelijk!

Want als ik lees hoe men in de moderne theologie alléén uitgaat van de mens en van de mens in verbondenheid met de gehele mensheid; en als ik over de godsdienst hoor spreken als iets dat te maken heeft met het projecteren van eigen gedachten in een werkelijkheid, die niet bestaat en die ook nooit bestaan heeft (Gemeentetheologie), dan is dat helemaal geen nieuwe ontdekking, maar dan herinnert me dat zeer duidelijk aan reeds oude boeken zoals „Das Wesen des Christentums" en „Das Wesen der Religion" van Ludwig Feuerbach, die leefde in de vorige eeuw.

Immers ook hij gaat bij het denken over de mens niet uit van Gods openbaring over de mens, maar van de natuurlijke mens zelf, van de mens die staat in de natuur en leeft in de natuur. En dat is voor hem het enige werkelijk gegevene over de mens.

Van die mens zegt hij, dat deze de neiging heeft om het ideaalbeeld van zichzelf, dat hij in zichzelf omdraagt, maar dat hij niet in staat is in zichzelf te verwezenlijken, los te maken van zichzelf, buiten zichzelf te projecteren en daar tot een hoger wezen, een god, buiten zichzelf te verheffen.

Terwijl de Bijbel leert, dat God de mens schiep naar Zijn beeld en gelijkenis, keert Feuerbach het om en zegt hij, dat de mens zich een god schiep naar het ideale beeld van de mens zélf!

Daardoor, zegt Feuerbach, heeft de mens a.h.w. het goddelijke, dat in hemzelf is, naar buiten gestoten en tot een wezen buiten en boven zichzelf gemaakt.

Welnu, zegt hij dan, het is de taak van de mens om de menszelf weer in ere te herstellen en om door de omgang met de medemens het naar buiten geprojecteerde goddelijke in hemzelf en in de medemens weer terug te nemen.

Uiteindelijk zal dit uitlopen, zegt Feuerbach, op het „homo homini deus", nl. dat de mens geen god meer zal zoeken of maken buiten zichzelf, maar uitsluitend in zichzelf en in de medemens.

En in het dienen van die medemens zal de mens dan de enige ware godsdienst leren kennen.

De mensen moeten ophouden met „Gottesfreunde" te zijn, maar ze moeten weer „Menschenfreunde" worden.

De mens moet niet denken aan de hemel of aan een of ander hiernamaals, maar hij moet alleen denken aan het „Diesseits", op de dingen aan deze kant, de dingen van deze aardse wereld, die de enige werkelijkheid is. Het enige waarvan de mens mag dromen is de komst van een „Koninkrijk Gods", maar dan wel in deze wereld en in een volstrekt gesaeculariseerde vorm, een soort „heilstaat", die uitsluitend door menselijke inspanningen kan en moet worden gebouwd.

Aldus leerde Feuerbach het indertijd.

Modern heidendom

Ik vrees intussen, dat die oude theorieën van Ludwig Feuerbach u helemaal niet oud aandoen, maar u heel bekend in de oren klinken. Want deze al oude theorieën horen we op het ogenblik opnieuw overal verkondigen als iets nieuws en als de enige en ware vorm van een verantwoord, modern en aanvaardbaar christendom. Maar, nogmaals, in werkelijkheid is dat helemaal niets nieuws en nog minder de basis en de inhoud van een verantwoord christendom.

Integendeel!

Want het is juist deze leer, waardoor de gehele godsdienst omlaag getrokken wordt naar het niveau van de uitsluitend intermenselijke verhoudingen, waarin ongetwijfeld overvloed van plaats is voor de derde wereld en voor zogenaamde oecumenische betrekkingen, maar waarbij van een werkelijke, hemelse Here en God en van werkelijke godsdienst nauwelijks meer sprake is.

En daarom vervult de stichting „In de Rechte Straat" in deze tijd een profetische opdracht door er met de meeste nadruk op te blijven wijzen, dat de moderne leer niet de bijbelse leer van Christus en de apostelen is, maar de herlevende humanistische leer van mensen als Ludwig Feuerbach; en dat men dit daarom geen christendom mag noemen, maar slechts een van de vele vormen van modern heidendom.

De waarde van aantal en aanzien

Maar dit te zeggen wekt natuurlijk wel geweldig sterke weerstanden en men geraakt daardoor onvermijdelijk in het isolement van een steeds kleiner wordende groep, terwijl men zich de spot en de minachting op de hals haalt van een andere en veel grotere groep, die nog steeds in macht en aanzien stijgt en die het in de grote wereld bijna helemaal voor het zeggen heeft.

Het is daarbij echter een grote troost te mogen weten, dat het gelijk of het ongelijk van een bepaalde groep volstrekt niet bepaald wordt door het aantal of het aanzien van die groep. Vroeger dacht ik, dat dat wèl zo was.

Toen ik nog rooms was, ging ik weieens kijken naar manifestaties op straat van het Leger des Heils. En dan raakte ik daarbij dikwijls diep onder de indruk van wat deze mensen zongen en getuigden.

Maar ofschoon ik dit allemaal bijzonder mooi en indrukwekkend vond en ik hen in vele opzichten gelijk moest geven, legde ik hun verkondiging en hun getuigenissen later toch weer als van weinig betekenis naast me neer. Want ik kon onmogelijk geloven, dat die kleine groep mensen van het Leger des Heils werkelijk gelijk zou kunnen hebben en die grote, machtige roomse kerk, met haar pausen, bisschoppen, kathedralen en indrukwekkende liturgie niet.

Dat kon ik me niet indenken.

En zo zal het ook voor de Jood wel verschrikkelijk moeilijk zijn geweest om te geloven, dat die machtige Joodse godsdienst, met haar tempel, hogepriester en plechtige offerdiensten, niet de waarheid had en zei, maar dat een timmermanszoon en een paar vissers die waarheid wel hadden en zeiden.

Zo bemerken wij ook in het roomse België, dat de mensen moeilijk kunnen aannemen, dat de grote, machtige roomse kerk daar een dwaalleer zou verkondigen en alleen dat kleine groepje protestanten (slechts 1 % van de bevolking) de werkelijke heilsleer.

Maar intussen bewijst toch de geschiedenis, dat de waarheid lang niet altijd gezocht moet worden bij de groep met het grootste aantal en het meeste aanzien.

Feiten zijn het beste bewijs

Noach en de zijnen werden door de overgrote meerderheid der mensen óók uitgelachen, toen ze in gehoorzaamheid aan Gods woord de ark gingen bouwen tegen een watervloed, die er naar menselijk inzicht nooit zou kunnen komen.

En toch had toen niet die grote, spottende meerderheid gelijk, maar wel die kleine alleenstaande groep van acht rond Noach. En wat huiveringwekkender is: alleen die kleine groep van acht werd toen gered!

Zo kan men zich ook afvragen: wat betekent „In de Rechte Straat" en wat betekenen een handvol mensen, die geloven in de Bijbel als het onfeilbaar woord van God, tegenover de grootheid, de macht en de populariteit van het moderne roomse en protestantse christendom en tegenover de steeds meer veld winnende moderne theologie en bijbelexegese?

Maar met de Bijbel in de hand durf ik hier heel rustig te verklaren: ook nu weer heeft de kleinste groep gelijk!

En dat niet uit mateloze zelfoverschatting en kleinheid van begrip, zoals men dat zo graag veronderstelt, maar omdat ook nu, evenals altijd, die groep gelijk zal hebben en gelijk zal krijgen, die onvoorwaardelijk zoals Noach en zoals de eerste christenen gehoorzaamt aan Gods woord alléén!

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Profetische opdracht

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's