In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De Heilige Geest en menselijke onwaarachtigheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heilige Geest en menselijke onwaarachtigheid

9 minuten leestijd

In Gereformeerd Weekblad (Uitg. Kok Kampen) heeft prof. Berkouwer vier artikelen besteed aan IRS febr. 1971 en maart 1972 met als onderwerp het Schriftgezag. Daarna kreeg ik gelegenheid om in drie artikelen te antwoorden, waarna prof. Berkouwer de diskussie afsloot met nog eens drie artikelen.

Vanuit deze plaats wil ik mijn vreugde uitspreken dat een dergelijke gedachtenwisseling plaats kon hebben in Gereformeerd Weekblad. Vaak immers „bestoken" wij elkaar vanuit onze eigen bladen zonder de ander voldoende gelegenheid te geven zijn zienswijze kenbaar te maken. Blij was ik ook met de rustige en vriendschappelijke toon van deze uiteenzettingen.

Ik kan er ook volledig inkomen dat prof. Berkouwer er nu een punt achter heeft gezet. Een tijdschrift moet boeiend blijven en daarom kun je niet te lang over hetzelfde onderwerp bezig blijven.

Het doel heiligt geen ZONDIGE middelen

Tóch voel ik mij genoodzaakt om er in ons blad op terug te komen. Ik meen nl. dat prof. Berkouwer mijn bedoeling niet goed begrepen heeft. Hij citeert dr. A. Kuyper: „Als toch in de vier evangeliën aan Jezus bij dezelfde gelegenheid woorden in de mond worden gelegd, die in vorm van uitdrukking ongelijk zijn, kan Jezus natuurlijk niet vier vormen tegelijk gebezigd hebben, maar beoogt de Heilige Geest slechts het doel, om op de kerk een indruk teweeg te brengen, die volkomen beantwoordt aan wat van Jezus uitging". Berkouwer gaat dan hierop door en schrijft: „Ik kan me niet voorstellen dat ds. Hegger wèl bezwaar zou hebben tegen de hantering van 'het doel heiligt de middelen' door de evangelisten en niet tegen wat Kuyper schrijft over het doel, dat de Heilige Geest zich stelt en de wijze, waarop Hij dat doel bereikt" (Ger. W. 15 sept. 72).

En toch is dat zo. Ik heb geen bezwaar tegen wat Kuyper schreef en wél bezwaar tegen allerlei uitspraken van Baarda c.s. (N.B. Het gaat mij niet om de persoon van drs. Baarda, maar om zijn visie die ook door meerderen gedeeld wordt. Gemakshalve schrijf ik daarom „Baarda c.s." = cum suis = en de zijnen).

Ik vroeg mij af, hoe komt het dat prof. Berkouwer mij dus blijkbaar verkeerd heeft verstaan? En ik dacht: misschien zit dat daarin, dat dat beginsel: „Het doel heiligt niet de middelen" bij ons, rooms-katholieken, anders werd (en wordt) verstaan dan bij protestanten. Wij dachten dan altijd aan een verkeerd middel. Wij willen daarmee uitspreken dat je nooit een zondige daad mag doen om een goed doel te bereiken. Ik heb de indruk dat prof. Berkouwer bij die middelen ook denkt aan neutrale, etisch nog niet bepaalde, middelen. Fietsen is bv. op zichzelf een neutrale daad, maar het fietsen wordt zondig, wanneer iemand de fiets gebruikt om daarmee naar een slechte gelegenheid te gaan en er ontucht te bedrijven.

Het doel van Johannes

Nu beschouw ik het ook als een op zichzelf nog niet ongeoorloofd middel, wanneer wij een ander niet letterlijk citeren, maar met eigen woorden zijn gedachten zo getrouw mogelijk weergeven. En het is duidelijk dat de evangelisten dat hebben gedaan. Dat blijkt bv. uit Joh. 20:30-31. Daar zegt Johannes dat hij een bepaald doel voor ogen heeft gehad bij het schrijven van zijn Evangelie nl. „opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam". Johannes zegt ook dat hij met dat doel een keuze heeft gedaan uit de „vele tekenen", die de Heere verricht heeft „in de tegenwoordigheid van Zijn discipelen". Hij heeft dus een selektie toegepast. En dat zal ook betekend hebben, dat hij de Heere niet letterlijk geciteerd heeft. Wanneer we dus lezen „En Jezus zeide: . . " , dan wil dat niet zeggen dat de evangelisten daarna de woorden van de Heere, zoals zij die weergeven, tussen aanhalingstekens wilden plaatsen. Zij hebben slechts de woorden van de Heere volkomen betrouwbaar w i l l en weergeven en ze hebben dat gedaan onder de inspiratie van de Heilige Geest; en daarom mogen wij er zeker van zijn dat de Evangeliën de woorden van de Heere op volstrekt betrouwbare wijze hebben opgetekend, zodat we zonder enige aarzeling ons daaraan mogen overgeven: Dát heeft de Heere inderdaad gezegd!

Daarom kan ik het helemaal eens zijn met de geciteerde uitspraak van Kuyper, al zou ik liever niet de uitdrukking gebruiken, dat de evangelisten aan Jezus „woorden in de mond zouden hebben gelegd", want dat zou de indruk kunnen wekken, alsof de evangelisten Jezus iets anders hebben willen laten zeggen dan Hij in werkelijkheid bedoelde te zeggen.

Onwaarheid is een zondig middel

Mijn bezwaar tegen de opvattingen van Baarde c.s. was dat zij, naar mijn mening, aan de evangelisten het beginsel toeschrijven: Het doel heiligt ook zondige middelen.

En dat zondige middel wat de evangelisten zouden gebruikt hebben, is dan de onwaarheid.

Laat ik nogmaals de voorbeelden aanhalen uit de geschriften van drs. Baarda.

Hij schrijft over 'Mattheüs' dat die in zijn bronnen gelezen zou hebben dat het bij de intocht in Jeruzalem ging over slechts één dier. Maar in de Griekse vertaling van Zach. 9 : 9 die hij voor zich had, las hij over twee dieren; en daarom schreef hij dan ook maar in zijn eigen Evangelie over twee dieren, want „hij wilde dat de profetie tot in de details uitkwam" (Baarda, De betrouwbaarheid van de Evangeliën, p. 2 9 ) . Hier verandert iemand dus aan de feiten zoals hij die kent uit de bronnen, waarover hij beschikt, vanuit een goed doel: de mensen te bewegen tot het geloof in Jezus Christus. Maar het middel was verkeerd: een onjuiste weergave van de feiten, dus onwaarheid, dus leugen.

Drs. Baarda zegt verder dat bepaalde woorden van Christus in de traditie steeds meer zijn „omgebogen in de richting van het wonder" (a.w. p. 85), en tóch als echt gebeurde wonderen in de Evangeliën worden voorgesteld. Zo bv. zou het verhaal van het zilverstuk in de bek van de vis (Matth. 17:27) in werkelijkheid niet hebben plaatsgehad, terwijl het toch als werkelijk gebeurd wordt voorgesteld. Weer moet ik dan zeggen: Dan is een onwaarheid gebezigd om de lezers te brengen tot het „geloof in de almacht Gods" (a.w.) In dezelfde geest schrijft drs. Baarda ook over de vervloeking en de verdorring van de vijgeboom (Matth. 21:18-22) en de opstanding van de doden bij het sterven van Christus (Matth. 27:52-53). Deze verhalen worden als werkelijk gebeurd voorgesteld door de evangelisten, terwijl ze volgens Baarda toch niet hebben plaatsgehad en het hier slechts gaat over „apokalyptische woorden van Jezus (die) in het gerucht, de volksvertelling gedramatiseerd zijn" (a.w. p. 84).

Nu is mijn bezwaar dit:

1. Ook prof. Berkouwer zal aannemen dat de Heilige Geest krachtens Zijn almacht heeft kunnen voorkomen dat de door Hem geïnspireerde schrijvers feiten die niet zijn gebeurd, als wél gebeurd voorstellen. Ook prof. Berkouwer zal het met ons eens zijn dat de Heilige Geest had kunnen verhinderen dat de Bijbelschrijvers aldus onwaarheden zouden neerschrijven.

2. Maar hoe is het dan te rijmen met de heiligheid van de Heilige Geest, dat Hij dit toch niet zou hebben gedaan? De God voor Wie elke vorm van zonde, met name ook de onwaarachtigheid, een gruwel is, zal toch niet een instrument gaan gebruiken om Zichzelf voor alle tijden aan de mensen te openbaren, waaraan ook de onwaarheid, de leugen, — hoe goed overigens ook bedoeld — kleeft.

3. Misschien zegt men: Maar in die tijd nam men het niet zo nauw met de waarheid. Men vond het helemaal niet erg om dingen die niet gebeurd zijn, toch als werkelijk gebeurde feiten voor te stellen, mits het maar ging om een goed, een heilig doel.

Dan is mijn antwoord: Wij zijn toch zeker overtuigd op grond van de Bijbel zelf, dat het doel nooit een zondig middel heiligt, nu niet en toen niet. Maar we kunnen toch niet aan de konklusie ontkomen dat de Heilige Geest dan toch door Zijn theopneustie, door Zijn inspiratie, de aanwending van het beginsel: „Het doel heiligt ook zondige middelen" sanktioneert.

Als de Heilige Geest Zich aanpast aan een zondige gewoonte van een bepaalde tijd — met name: de toepassing van het beginsel: „Het doel heiligt ook de zondige middelen" in de tijd van de Bijbelschrijvers —, dan zijn er blijkbaar geen eeuwig geldende normen meer en dan kan men in iedere tijd doen, wat goed is in zijn ogen; immers de Bijbel verschaft ons dan blijkbaar geen vaste normen meer.

4. Het is goed dat in onze tijd meer aandacht wordt gevraagd voor de menselijke kant van de Bijbelschrijvers. Maar we mogen dit niet zo overdrijven, dat de inspiratie van de Heilige Geest daarachter bijna geheel verdwijnt. Als de Bijbelschrijvers door de Heilige Geest niet zó werden geleid dat ze geen onwaarheden neerschreven, dan verliest de Bijbel volkomen zijn gezag. Want de Bijbel zelf zegt: „Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig" (Rom. 3:4). Maar als God via de theopneustie Zijn waarachtigheid gaat vermengen met de leugenachtigheid van de mens, die het (in een bepaalde tijd) niet zo nauw neemt met de waarachtigheid, dan zijn we God Zelf kwijt. En in elk geval kunnen we dan niet meer op de Bijbel vertrouwen, omdat dan blijkt dat God ook in de Bijbel geen paal en perk heeft gesteld aan de leugenachtigheid van ons, mensen.

Dan staat de mens daar straks alleen

Op déze bezwaren is prof. Berkouwer niet ingegaan. Dat vond ik jammer, want hier draait alles om, zowel bij Rome als Reformatie, in deze tijd. Als daar geen duidelijk antwoord op komt, dan zal — daar ben ik van overtuigd — het Schriftgezag steeds meer worden uitgehold. Dan gaan wij steeds meer schrappen in de Bijbel, wanneer WIJ een verhaal „legendarisch" (Baarda, a.w. p. 84) vinden. Dan word IK, zondige mens, de norm van de Bijbel en is de Bijbel niet langer meer norm voor mij. Uit piëteitsgevoelens en uit een overgeleverd gevoel van respekt voor de Bijbel kan dat proces nog enige tijd geremd worden, maar straks zal men de volle konsekwenties eruit trekken en dan staan massa's mensen alleen op de wereld, overgeleverd aan hun eigen leugenachtige denken, zonder een God die Zich op volstrekt betrouwbare wijze aan ons openbaart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

De Heilige Geest en menselijke onwaarachtigheid

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's