Moeten we het „zeer zoete" schrappen?
Over de werking van Gods Geest bij de wedergeboorte schrijven de Dordtse Leerregels: „Het is een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige en tegelijk zeer zoete, wonderbare, verborgene en onuitsprekelijke werking, die, naar het getuigenis van de Schrift (die door de auteur van deze werking is ingegeven), in haar kracht niet minder noch geringer is dan de schepping of de opwekking der doden". „De wijze van deze werking kunnen de gelovigen in dit leven niet volkomen begrijpen; ondertussen stellen zij zich daarin gerust, dat zij weten en gevoelen dat zij door1 deze genade Gods met het hart geloven en hun Zaligmaker liefhebben" (III-IV, 12, 13).
Hoe kunnen zij die deze Leerregels onderschrijven, zich dan soms zo fel keren tegen elke vorm van bevinding? Waarom dienen ze dan geen bezwaarschrift in tegen deze Leerregels en verzoeken aan de synodes om uitdrukkingen als „zeer zoete werking des Geestes", „gevoelen" en „met het hart geloven" te schrappen, want daarin beluisteren we toch wel zeer duidelijk het gevoel, de ervaring, de bevinding.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
