IS DAT NIET VOOR HET KLOOSTER?
Misschien zullen sommige r.k. lezers reageren: „Als wij al die getuigenissen lezen van die mensen in Canada, dan maken ze op ons de indruk alsof het kloosterlingen zijn. Moet je Gods geboden nu zo nauw nemen?Het streven naar de volmaaktheid is toch immers een bijzondere roeping voor hen die zich terugtrekken uit de wereld en de geloften afleggen van armoede, gehoorzaamheid en celibaat. Maar voor ons, gewone stervelingen, is het voldoende als wij proberen in grote lijnen Gods wet te vervullen."
Dan luidt ons kommentaar: De roeping om naar de volmaaktheid te streven hebben wij allemaal van de Heere gekregen. De Heere zei in de bergrede: „Weest dan gij volmaakt, gelijk uw Vader die in de hemelen is, volmaakt is" (Matth. 5:48.) En Hij richtte Zich in de bergrede niet tot een elite, tot de beperkte groep van Zijn uitverkoren apostelen of van de 70 discipelen, die Hij twee aan twee uitzond (Luk. 10:1-24), maar tot „de scharen" (Matth. 5:1). Dus tot Jan en Alleman, tot u en tot mij, tot iedereen.
„Verstervingen doen"
„Maar", zo zal een r.k. lezer misschien insisteren, „dat sterven aan de zonde, dat sterven met Christus en medegekruisigd worden met Hem, is dat dan niet hetzelfde als wat in het klooster geleerd wordt n.l. dat wij voortdurend „onszelf versterven" moeten?"
Ons antwoord: Dat ligt eraan. Wij bedoelen daar in elk geval iets anders mee dan het „doen van verstervingen", zoals dat vroeger in de r.k. kerk geleerd werd. Dat bestond daarin dat men zichzelf allerlei pijnlijke dingen oplegde om daardoor meer zelfbeheersing te krijgen en tevens een hogere graad van zaligheid in de hemel te verdienen.
Gelukkig heeft men in de r.k. kerk, althans in Nederland, ingezien, dat een mens niet veranderd wordt door het doen van zulke verstervingen. Je kunt daardoor hoogstens iets aan de oppervlakte veranderen van ons handelen van elke dag, maar je raakt er nooit je diepste persoonlijkheid mee.
Thomas a Kempis
In de tweede plaats ligt meestal een andere gedachtengang ten grondslag aan dit „zichzelf versterven" bij de r.k. schrijvers. Het meest markante voorbeeld daarvan is Thomas a Kempis in zijn wereldbekende „Navolging van Christus". Het helderst heeft Thomas zijn visie neergelegd in het twaalfde hoofdstuk van het tweede boek, dat handelt over „de koninklijke weg des kruises". Ik las dat vroeger graag in het Latijn: „De regia via Crucis" en het boeide en inspireerde mij altijd. Maar waartoe? Als ik het nu ontleed, dan moet ik zeggen dat een geestelijk masochisme door deze uitspraken klinkt, masochisme - een onnatuurlijk zoeken van genot in het lijden. Zo heb ik het ervaren, als een witte verstilling binnen in je; als een pijnlijke vereniging in vreugde, in een apart soort vreugde, een weemoedige vreugde. Dat blijkt ook uit sommige uitdrukkingen van Thomas in dit hoofdstuk, zoals „Zie, op het kruis komt het alles aan en in het sterven is het alles gelegen. Er is geen andere weg ten leven en tot een ware innerlijke vrede dan de heilige weg van het kruis en van de dagelijkse doding des vleses". En elders heeft Thomas als gouden regels meegegeven - ik citeer uit mijn hoofd: „Ama nesciri et pro nihilo reputari - houdt ervan om onbekend te zijn en voor niets geacht te worden". Nee, dat is onnatuurlijk. Psychologen zullen hierin meteen een bepaalde psychische kunstgreep in herkennen nl. het streven om een verkeerde neiging te overwinnen door het aankweken van een tegenovergestelde neiging die dan de verkeerde neiging moet verdringen. Zo b.v. kunnen mensen die een sterke neiging hebben tot gulzigheid en graag lekker eten en drinken, soms overslaan in een sterk sobere levenswijze; mensen die zeer zinnelijk zijn aangelegd en een hevige hang hebben naar bruut-lichamelijke sexuele lusten, kunnen soms van de weeromstuit zeer preuts worden, allereerst voor zichelf, maar ook tegenover anderen en worden dan heftige strijders voor „kuisheid en deugd". (Dergelijke mensen kunnen er zelfs toe komen om „het vlees te kruisigen", zoals zij dat noemen, ofschoon Paulus daar iets heel anders onder verstond, door zich zelf voor hun hele leven vast te leggen in een gelofte van celibaat .Wat kan het leven voor iemand, die aldus uit de noodsprong van de overcompensatie zich de toegang tot het huwelijk afsloot, een tragedie worden, vol walging over die natuurdrang die zich toch niet overmeesteren laat.)
Het is onnatuurlijk voor een mens als hij er behagen in gaat scheppen om onbekend te zijn en veracht te worden. Het is bovendien onvruchtbaar. Wij mensen zijn niet zo belangrijk. Of wij bekend of niet bekend zijn, geëerd of veracht, daar gaat het niet om. We moeten niet aan onszelf denken, maar aan de roeping die we van de Heere hebben gekregen en dat is altijd een roeping tot dienstbetoon allereerst aan de gelovigen, aan de gemeente van Christus, maar vervolgens ook aan de wereld om zoveel mogelijk nood te lenigen. Een christen moet de handen uit de mouwen steken. Hij moet de naaste liefhebben als zichzelf en dat betekent dat zijn aandacht niet allereerst gericht moet zijn op zichzelf, op zijn eigen ziel, maar op Gods Koninkrijk, op Gods eer en het heil van de medemens.
Zalig door ons eigen kruis?
Een ander verschil is ook nog dit. Bij Thomas speelt de verdienstelijkheid van de goede werken toch nog een belangrijke rol. Zo begint hij het hoofdstuk over de koninklijke weg des kruises aldus: „Velen schijnt deze rede hard: verloochen uzelf, neem uw kruis op en volg Jezus. Maar het zal veel harder zijn dat laatste woord te horen: gaat weg van mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur. Doch zij die nu het woord des kruises gaarne horen en volgen, zullen dan niet vrezen, als het vonnis der eeuwige veroordeling vernomen wordt. Dit teken des kruises zal aan de hemel staan, als de Heer ten gerichte verschijnt. Dan zullen alle dienaars van het kruis die in hun leven de Gekruisigde gelijkvormig zijn geworden, met een groot vertrouwen toegaan tot Christus, hun Rechter. Waarom vreest gij dan het kruis op te nemen, waardoor gij ingaat in het eeuwige Koninkrijk? In het kruis is de zaligheid, in het kruis is het leven, in het kruis is de beschutting tegen alle vijanden, in het kruis de invloeiing van een hemelse genieting, in het kruis is de sterkte der ziel, in het kruis is de vreugde des geestes, in het kruis is de hoofdsom van alle deugden, in het kruis is de voltooiing van de heiligheid. Daar is geen heil voor de ziel en geen hope des eeuwigen levens dan in het kruis. Neem daarom uw kruis op en volg Jezus, en gij zult tot het eeuwige leven ingaan".
Uit de door mij gecursiveerde zinsdelen en overigens uit het hele stuk blijkt duidelijk dat Thomas hier niet roemt in het Kruis van Christus als enige grond van onze zaligheid, maar in het kruis dat wijzelf op ons nemen en achter Hem aandragen. De leer van de rechtvaardigmaking door het geloof alleen in Christus is dan ook niet te vinden bij Thomas.
Vergif
Daarom begrijp ik niet dat er toch nog heel wat orthodoxe protestanten zo weglopen met dit boekje van Thomas a Kempis. Hoe goed ook bedoeld, naar mijn overtuiging kunnen de uiteenzettingen van Thomas vergif voor de mens betekenen. Thomas verlegt de bron van de verwachting in de mens, in wat wij doen, zij het dan in de kracht van Christus, en daarin is Thomas volkomen rooms.
Nee, wanneer Christus ons oproept ons kruis achter Hem aan te dragen, dan bedoelt Hij daar niet mee dat wij een onnatuurlijke liefde voor het lijden in ons moeten aankweken, maar dat wij Hem moeten volgen, ook al brengt dat allerlei lijden met zich mee, de verachting van de wereld, achteruitzetting, vervolging en misschien zelfs de marteldood. En als Paulus zegt dat wij moeten sterven aan de zonde, dan bedoelt hij niet dat wij vreugde moeten zoeken in het negatieve, in de pijn, in het verdriet en de vernedering, maar wél dat wij innerlijk vrij moeten worden van de macht van de zonde. Wij moeten dood worden voor de zonde, zegt Paulus, en wat betekent dat anders dan dat wij innerlijk in de kracht van Christus vast besloten zijn om de zonde niet meer over ons te laten heersen? zodat wij daardoor in staat gesteld worden om te leven voor God in Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
