In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

HET WOORD GODS IN HET GEDING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET WOORD GODS IN HET GEDING

5 minuten leestijd

Voordat wij op de eigenlijke kwestie, de betrouwbaarheid van de Bijbel, ingaan, lijkt het ons gewenst om voor de verduidelijking van onze visie eerst nog iets te zeggen over het zeer belangrijke bijbelse gegeven, namelijk:

HET HEIL IS UIT DE JODEN

In onze tijd hebben wij meer dan vroeger ingezien dat de Schrift van de ene kant geheel en al Woord van God is en daarom onvoorwaardelijk moet (en mag!) geloofd worden, maar van de andere kant ook dat God zich in de Bijbel aan ons openbaart door middel van schrijvers die geheel en al mens waren.

En mens-zijn is altijd heel konkreet. Er bestaan geen algemene mensen, maar slechts mensen van vlees en bloed en van hier en nu, mensen die een bepaalde taal spreken, leven in een bepaalde kuituursfeer en denkklimaat.

Het is een van de wonderen van Gods ontferming dat Hij, „de grote en sterke God, wiens naam is de Here der heerscharen, groot van raad en machtig van daad" (Jer. 32:18-19), Zich verwaardigd heeft om mensen, die gebonden waren aan hun beperkte taal, hun beperkte gevoels- en denkwereld, nochtans te gebruiken om Zijn openbaring getrouw en zuiver neer te schrijven. Deze God, „die de hemel, zelfs de hemel der hemelen, niet kan bevatten" (1 Kon. 8:27), is ons, Zichzelf openbarend, tegemoet getreden in het eenvoudige gewaad van het menselijke woord.

De konkrete mens, waarvan God Zich bediend heeft bij de totstandkoming van de Schrift, waren kinderen van het volk Israël. Dat betekent dat wij de taal en de leefgewoonten van de joden van destijds moeten bestuderen om te achterhalen wat die schrijvers precies bedoelden en wat God door hen tot ons wilde zeggen.

In het verleden hebben wij vaak de Bijbel te veel benaderd vanuit het westerse denken, dat grotendeels gevormd werd door de filosofie van de Grieken. Maar „het heil is uit de joden" (Joh. 4:22). Het heeft God nu eenmaal behaagd dat volk uit te kiezen en door kinderen van dat volk Zich aan ons te openbaren.

In de brieven van Paulus komen wij voortdurend deze bijbelse grondregel tegen: „Eerst de jood, dan de Griek". Maar wij hier in het Westen hebben die grondregel omgekeerd en hebben er in de praktijk van gemaakt: eerst de Griek en dan misschien ook nog de jood. We hebben de Bijbel willen begrijpen vanuit ons westerse en griekse denken. Denkt u alleen reeds aan de r.-k. term „transsubstantiatie" en de lutherse „consubstantiatie". Achter deze termen staat het volledige denken van de griekse filosoof Aristoteles, wiens heidense levensbeschouwing volledig in strijd is met de boodschap van de Bijbel.

Maar niet alleen de inhoud van het griekse denken is anders, ook de wijze van denken verschilt geheel en al van dat van de semitische wereld. Misschien is een latent antisemitisme dan ook de oorzaak geweest, dat wij lange tijd geweigerd hebben „aan de voeten van Gamaliël" te gaan zitten en eenvoudig aan de jood te vragen, wat de Here ons door hen heeft willen openbaren.

Wij hebben óns „Eerst de griek en dan pas de jood" zelfs zo ver doorgevoerd dat wij hier in het westen, de joodse canon van het Oude Testament hebben verworpen en de canon van de Septuagint, de griekse vertaling van joodse boeken, hebben aangenomen. Daardoor hebben wij ons vergrepen aan „het voorrecht der joden nl. dat hun de woorden Gods zijn toevertrouwd" (Rom. 3:3).

Wanneer Paulus in Rom. 9:11 worstelt met het vraagstuk van Israels uitverkieing, dan getuigt hij tenslotte: „De genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk" (11:29) en wij zien dan ook, hoe de Here Zelf dit voorrecht van de joden opnieuw handhaafde, toen de reformatie de apokriefe boeken van de r.-k. canon verwierp en de joodse canon van het Oude Testament weer in ere herstelde. Toch is er nog veel van het griekse, met name het scholastische denken, blijven voortwoekeren, ook binnen het protestantisme en dat heeft onnoemelijk veel schade berokkend aan het christendom. Achteraf is dat ook te begrijpen. Want wie aan Israël raakt, „die raakt aan Gods oogappel" .(Zach. 2:8). Wij hebben ons te schikken naar Gods ordinantie. Het heil is nu eenmaal uit de joden, zó heeft God verordend. Zo was nu eenmaal Zijn welbehagen.

Wij moeten bevrijd worden van ons westerse, griekse, scholastische denken door onvoorwaardelijke geloofsgehoorzaamheid aan de Schrift. Juist vanwege dat scholastische denken is het vaak in onze kerken zo dor en kil geworden. Juist daardoor zijn er veel scheuringen gekomen, doordat men begrip tegenover begrip, stelling tegenover stelling, redenering tegenover redenering stelde. Daardoor is het eeuwige leven weggeglipt tussen de mazen van het net van onze schema's. God schenkt nu eenmaal het eeuwige leven slechts aan hen die met een ootmoedig hart tot Hem naderen, een hart dat verbroken werd in schuldbesef.

In onze tijd wordt dit scholastische denken gelukkig opzijgeschoven, helaas soms om plaats te maken niet voor het bijbelse denken, maar voor een nieuw westers filosofisch denken en door het huidige westerse levensgevoel

Het Woord Gods in het geding

Wij vonden het nodig zo uitvoerig stil te staan bij deze herontdekking van onze tijd, omdat wij vaak worden afgeschilderd als mensen die slechts koste wat het kost willen vasthouden aan wat altijd geweest is en wat dus altijd moet blijven; als mensen die geen oog willen hebben voor het goede dat in onze tijd naar voren wordt gebracht en die alleen maar zweren bij „het oude". Wij weten heel goed dat Judas ons oproept om „tot het uiterste te strijden voor het geloof dat eenmaal de heiligen is overgeleverd" (vs. 3) en niet voor het geloof dat eenmaal de gereformeerden is overgeleverd.

Maar dát geloof, dat eenmaal de heiligen is overgeleverd, is thans naar onze diepste overtuiging in het geding door deze uitspraken van de synode. Daarom willen we in dit nummer zo uitvoerig op deze zaken ingaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

HET WOORD GODS IN HET GEDING

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's