WAT IS DE INSPIRATIE?
Drs. Baarda schrijft aldus over de wijze, waarop de Evangeliën tot stand zijn gekomen: „Zo hebben de redakteuren gewerkt met de traditie, zo zijn ze ingespannen bezig geweest met het schrijven van hun boeken. Zij zijn daarbij geleid door hun bronnen en door wat ze van elders aan verhalen en woorden vonden. Bij hun weergave speelden allerlei faktoren mee, waarvan zij zich soms bewust waren, soms onbewust. Aan de randen van de traditie sprak het volksverhaal en soms ook de eigen impressie van de overleveraars mee. Hoe zullen de redakteuren dat ooit geschift kunnen hebben? Soms ook kan de eigen interpretatie van een verhaal of een woord de vorm, waarin het in hun Evangelie gegoten werd, mede bepaald hebben. Tenslotte leefden zij in een gemeente, waarin de profetie in naam van de levende Heer gestalte gaf aan zijn woorden. Van de levende Heer willen zij in hun boeken vertellen, ieder op een eigen wijze" (a.w., p. 75-76).
Is God alleen inhoud of ook auteur van de Bijbel?
Op geen enkele wijze wordt hier gesproken over de inspiratie van de Schrift, waarover gesproken wordt in 2 Petr. 1:21. Of verstaat Baarda het Griekse woord „theoupneustos" niet als „door God geademd", maar „God ademend", zodat de inspiratie van de Schrift slechts wil zeggen dat daarin voortdurend over God gesproken wordt?
In de vorenvermelde beschrijving wordt geen melding gemaakt van de leiding van de Heilige Geest bij de totstandkoming van de Bijbelboeken. De schrijvers hebben blijkbaar op geheel menselijke wijze getracht de feiten en de woorden van Christus te boek te stellen. Ze zijn slordig omgesprongen met de woorden van Christus, hebben daar soms aan toegevoegd en er een andere betekenis aan gegeven, ze hebben legenden als echte gebeurtenissen voorgesteld enz.
Wanneer de inspiratie alleen maar betekent dat de Bijbel God tot inhoud heeft, maar niet dat God tevens auteur is van de Bijbel evengoed als de schrijvers zelf volop auteur waren, dan is er geen bezwaar meer om aan te nemen dat de Bijbel ook al die vormen van onwaarachtigheid bevat. Maar dan hebben we daarmee een totaal ander inspiratiebegrip ingevoerd dat de kerk der eeuwen steeds beleden heeft en hebben we de Bijbel principieel gelijk gesteld met welk ander religieus boek ook. Dan is de Bijbel niet langer meer een vaste norm voor denken en doen, voor leer en leven.
„Wij belijden
dat dit Woord Gods niet is gezonden noch voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben het gesproken, gelijk de H. Petrus zegt. Daarna heeft God door een bijzondere zorg.. geboden Zijn geopenbaarde woord bij geschrift te stellen" (Ned. Gel. art. 3)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
