In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

OPVOEDING TOT SYNCRETISME

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPVOEDING TOT SYNCRETISME

4 minuten leestijd

Het dagblad „Trouw" (10 aug. 1971) vermeldde zeer uitvoerig de discussies, die op de konferentie voor Faith and Order (geloofsbelijdenis en kerkorde) van de Wereld van Kerken in Leuven werden gehouden.

Eén der discussiegroepen hield zich bezig met de dialoog met andere godsdiensten. De groep als geheel stelde de principiële vraag aan de orde: Kunnen de andere godsdiensten beschouwd worden als een antwoord (hoe dan ook) op werkelijke Goddelijke openbaring?

Zo ja, wat is dan het unieke van het Christendom?

En dan lees ik o.a. in het verslag:

„Dat God Zich ook in andere godsdiensten geopenbaard heeft, was voor de meesten geen vraag. Als je de Koran neemt, kun je het gewoon konstateren, zei professor John Mbiti uit Oeganda. Prof. Walter Kasper van de katholieke theologische fakulteit van Tubbergen wees op Gods verbond met Noach als een Bijbelse heen- Wijzing naar goddelijke openbaring in de kosmos. Bijbelboeken als Job en Spreuken laten zien dat God Zich niet alleen openbaarde aan Israël maar ook aan andere volken".

Terecht legde de orthodoxe prof. Andreas Theodorou uit Athene er de nadruk op dat, zo er al van goddelijke openbaring in andere godsdiensten sprake is, deze toch nooit zaligmakend kan zijn. De dialoog kon voor hem alleen maar mogelijk zijn als het brengen van de absolute waarheid van het heil van Christus.

Het verslag gaat dan als volgt verder:

„Het was een merkwaardig moment in de geschiedenis van de oecumenische beweging dat de anderen niet eens begrepen wat Theodorou bedoelde".

Waarop de Griek met een stem die trilde 'van ingehouden emotie: „Buiten Christus is de zonde werkelijkheid. Wordt die niet weggenomen dan is er geen zaligheid mogelijk". Het „merkwaardige" onbegrip van de anderen toont aan, hoever men in deze discussiekring is afgedwaald van het Evangelie van Jezus Christus. In deze groepen kwamen drie stromingen aan het licht: „De Griek Theodorou die praktisch niet wilde weten van goddelijke openbaring in andere godsdiensten, de Indiase theologen die geneigd waren de openbaring elders welhaast gelijkwaardig aan die in het christendom te beschouwen en de grote meerderheid die allerlei tussenstandpunten innam".

Verschillende malen viel het woord synkretisme. Het was de Amerikaan dr. T. M. Taylor die vroeg waarom ieder synkretisme eigenlijk als een vies woord wordt beschouwd. Er bestaat z.i. geen religie die niet synkretistisch is en ook het Oude en Nieuwe Testament vertonen synkretische trekken. Fundamenteel voor de dialoog noemde Taylor de erkenning van de duistere diepten van de menselijke geest om ten koste van alles de eigen identiteit te willen handhaven.

Ariarojah uit Ceylon verkondigde, dat alle mensen in Christus geheiligd zijn en meende, dat de heilsopvatting een der punten is, waarin de Christen zijn geloof als gevolg van de ontmoeting met andere godsdiensten dient te corrigeren.

De bekende prof. Fiolet die voorstander is van de zgn. „kosmische oecumene", voor wie gewone geschiedenis openbaringsgeschiedenis is en die de relatie tot God doet opgaan in medemenselijkheid, werd benoemd tot secretaris van de Raad van Kerken.

Hij meent, dat alleen de aardse werkelijkheid de ruimte is, waar men God ontmoet. Terecht kan men zijn conceptie noemen „van binnenkerkelijk naar binnenwereldlijk" (W. H. Velema, één kerk of geen kerk, pag. 12).

Op pag. 14 van dit geschrift lees ik: „De Raad van Kerken, die de „spelregels" van Fiolet kende, heeft met zijn benoeming haar koers bepaald en van deze theoloog „die een kerk werelds ziet en werelds doet worden" (pag. 14), kunnen we verwachten, dat hij streeft naar synkretisme. In „voorlopig" schat dr. Aten de christelijke godsdienst niet veel hoger dan de andere (pag. 13, In De Rechte Straat nr. 8, sept. 1971).

Zo wordt de weg geplaveid om te komen tot een wereldkerk, die dan echter in dienst staat van de antichrist. Wie weet, hoe dicht dit gebeuren nabij is!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

OPVOEDING TOT SYNCRETISME

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's