BRIEF VAN EEN KIND VAN GOD'
Geachte Broeder Hegger
Ik moet u jammer genoeg mededelen dat ik mijn abonnement opzeg, niet omdat ik het niet eens ben met uw werk, maar omdat mij de financiën ontbreken. Ik heb mij aangesloten bij de „Kinderen van God"-commune. Wij bezitten noch geld, noch waardevolle bezittingen, maar leven uit de hand van God. Lukas 14:33, ook Math. 6:19-34.
Met deze maatschappij en haar strukturen, ook kerkelijke, willen wij zo weinig mogelijk te maken hebben. Niet omdat wij zulke goede mensen zijn, maar wel omdat we zoveel mogelijk het kwade moeten mijden, zoals Jezus het ook in Zijn Woord zegt: „Scheidt u af uit het midden van hen en Ik zal u aannemen".
Het meeste verdriet doen mij de kerken. Waarom ben ik een vreemde in de geinstitueerde kerk? Een aantal jaren terug, ik was toen 14 of 15, wilde ik niets meer met God te maken hebben (wat dom!). Ik wilde de „modern way of live", dus sex en politiek gebeuzel enz. en wilde dus ook niet meer met de kerk, in mijn geval de r.-k. kerk, te maken hebben. Hevige protesten van ouders en vrienden, want ik wilde niet meer ter kommunie gaan, niet meer biechten enz. Oh, wat erg!
Dat ik voor eeuwig verloren zou gaan, omdat Jezus mijn Verlosser niet was, daar werd niet op gewezen. Ik heb nooit een pastoor op bezoek gehad om me dat te zeggen.
Is het in het protestantisme niet vaak hetzelfde? Misschien wordt in veel kerken nog wel het Woord verkondigd, maar wie trekt er zich een fluit van aan? Ik wil met dit alles niemand veroordelen, omdat ikzelf weet dat ik verdorven en slecht ben. Ik hou echter van Jezus en wil anderen op hun verantwoordelijkheid wijzen. Trouwens, het is zo heerlijk Gods wil te doen. Er is nog zoveel werk te doen voor Gods Koninkrijk, in kroegen, in parken, op straat.
Komt u eens bij ons langs, broeder Hegger en zie, hoe wij elkaar liefhebben, zie, hoe bezeten wij zijn van Jezus, onze Verlosser. Wij zijn blij, wij schreeuwen van uitgelatenheid, wij zijn verlost van zonde, van drugs, van nihilisme.
Misschien heeft u geen tijd, omdat ook u voor de Heer werkt, maar dan komen wij allicht een keer in Velp. Wij maken heel Nederland onveilig.
Nu, broeder Hegger, ik wens u nog veel zegen met uw werk, dat daardoor nog veel mensen geholpen mogen worden en met Jezus in aanraking mogen komen".
ONS KOMMENTAAR:
Wat een open en sympathieke jongen moet dat zijn. Natuurlijk geven we hem een gratis abonnement en hebben we hem uitgenodigd ons te komen opzoeken in Velp. En hoe is nu onze verdere reaktie? Gaan we ons tegenover hem opstellen, omdat hij zoveel kritiek heeft op de kerkmensen?
Neen, laten we dat beslist niet doen. Het is beter eerst onszelf te onderzoeken en ons af te vragen: Heeft hij met zijn aanklacht tegen het vaak dorre leven van de kerkmensen niet voor een gedeelte gelijk? Is ons leven glanzend van liefde? Kan men van ons zeggen: „Ziet hoe zij elkander liefhebben. Daar moet de Heere wel aanwezig zijn, waar liefde woont, gebiedt de Heer Zijn zegen; daar woont Hijzelf?"
In de tweede plaats: moeten wij ons niet laten inspireren door dit jeugdig enthousiasme? Zijn wij wellicht niet te veel vastgeroest in onze kerkelijke gewoonten en zijn het die gewoonten misschien die de stormen van de Heilige Geest tegenhouden? Staat niet in de Bijbel dat wij zelfs de Heilige Geest kunnen uitblussen? Waar is bij ons nog het vuur van de Geest aanwijsbaar?
We belijden allemaal dat we zondaars zijn, maar zijn we ook bereid het te aanvaarden, wanneer een ander ons heel konkreet op onze zonden wijst? Of voelen we ons dan aangetast in onze kerkelijke eer?
En dan ten derde: hoezeer wij ook verwarmd worden door dit jeugdige idealisme, toch worden we er ook een beetje weemoedig onder, want onze vriend zal straks diep teleurgesteld worden. Ik ervaar in zijn brief toch een enigszins naief optimisme. Komt en ziet, hoe wij elkander liefhebben, zo schrijft hij. Ik geloof dat als ik nu zou gaan kijken, ik inderdaad nog wel veel liefde zal aantreffen, maar straks…? Als de jaren voorbij zijn gegaan en de sleur is gekomen en de teleurstellingen, ook in elkaar, zich in je gegroefd hebben, wat dan? Heeft onze vriend dan voldoende diepte om toch alleen op Jezus te blijven vertrouwen?
Wij moeten hem en zijn vrienden en vriendinnen proberen te behoeden voor de ontgoocheling, die hen straks te wachten staat, door samen met hen ons te buigen over de Bijbel. Ja, wat zou dat waardevol kunnen zijn, wanneer wij iets van hun geestdrift zouden kunnen overnemen, en zij van ons een dieper inzicht in Gods Woord, zoals wij dat in de gemeenschap der heiligen van de kerk der eeuwen ontvangen hebben onder de leiding van Gods Geest. Wat zouden zij waardevol kunnen zijn voor een meer stralend kerkelijk leven.
Wat is er toch veel gaande in onze tijd. Nauwelijks is de ene stroming opgekomen of ze wordt al weer overspoeld door een andere. In deze tijd zullen wij moeten woekeren met het talent van Gods Woord en met de gave van kennis die de Heere ons misschien heeft geschonken. We mogen dat talent niet begraven in de akker van onze eigen kerk of groep. We moeten dat Woord vrucht laten dragen door de verkondiging aan anderen. Zo alleen zijn wij getrouwe dienstknechten. Zo wil de Heere ons als Zijn instrumenten gebruiken om Zijn geroepenen en uitverkorenen rondom Zich te vergaderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
