HET VREDERIJK VAN EN VOOR DE MENS VREDE DOOR REVOLUTIE
„Het studentenprotest in vele Westeuropese en Amerikaanse landen wordt voor een belangrijk deel beheerst door de ideeën van Herbert Marcuse", aldus prof. dr. S. U. Zuidema in zijn voortreffelijk boek „De revolutionaire maatschappijkritiek van Herbert Marcuse", uitg. Buijten en Schipperhein A'dam, 206 blz. Prijs ƒ….? Wat is dan de leer van Marcuse? Ik wil proberen dat op eenvoudige wijze uiteen te zetten.
Fasen van de mensheid
Marcuse maakt onderscheid tussen drie fasen van de mensheid. De eerste fase werd gekarakteriseerd door de strijd om het naakte bestaan. In de tweede ging het niet meer om het naakte bestaan, maar om zo groot mogelijke welvaart. In die fase leven wij thans: wij, dat zijn de westerse landen en die van het oostblok. In die tweede fase overheersen enkele leidende beginselen, zoals dat van de prestatie. Het werk is er bloedige ernst. Je wordt beloond naar gelang je presteert en op allerlei wijze wordt de prestatiezucht van de mens aangewakkerd. Een ander beginsel is dat van de konkurrentie. Iedere onderneming wil de markt veroveren, desnoods ten koste van de anderen. Dan is er ook nog de kapitalistiscl e struktuur van onze maatschappij. De mogelijkheid tot de arbeid wordt geschapen door het kapitaal. Dat geld is in handen van de rijken, van een kleine groep bevoorrechten.
Maar we moeten nu naar een derde fase, volgens Marcuse. Dat is „de fase van het volstrekte heil, het volstrekte geluk en van het volstrekte menselijke welzijn, dat alle welzijn voor zich gebruikt en aanwendt" (p. 46). Het is „het rijk der van slavernij verloste mensen", die niet langer geknecht worden door een arbeid ten gunste van anderen, maar slechts ten gunste van zichzelf, „die voor hun plezier leven, in blijheid, vrijheid en genot, voor spel, muziek, vertoning en dans" (p. 48). Daartoe moet het komen, want „elk individueel mens heeft als mens een uitsluitend gezag en uitsluitende zeggenschap over zichzelf. . Ieder mens is naar eigen keur en verkiezing zichzelf tot norm en eigen opdrachtgever" (p. 81). „Dit geluksland en deze gelukkige mens staan ons te wachten. En daarmee de hemel op aarde" (p. 182).
Door woord en geweld
Hoe moet deze heilsstaat verwezenlijkt worden? Hoe moet de overgang van de tweede naar de derde fase van de mensheid geschieden? Dat moet gebeuren door het woord en het geweld. Op allerlei wijze moet men proberen het volk duidelijk te maken dat ze geknecht worden. Dat is heel moeilijk, want de arbeiders genieten van de huidige welvaartstoestand via loon en loonsverhogingen. Ze zouden die welvaart niet meer willen missen. En bovendien worden er door een meedogenloze reclame, uitgaande van de kapitalistische bezitters van de ondernemingen, nieuwe behoeften opgewekt, die weer om bevrediging vragen.
Daarom is het woord alleen niet voldoende. Met geweld moet de bestaande struktuur omvergeworpen worden. Zo is Marcuse de grote profeet van de revolutie. Hij zegt: Men moet het (strukturele) geweld met geweld verjagen; vrede, desnoods met geweld.
Anti-godsdienstig
Het is te begrijpen dat de filosofie van Marcuse principieel anti-christelijk en zelfs anti-godsdienstig is. Het geluk moet volgens hem hier op aarde gezocht worden en elke verwijzing naar een hiernamaals als de eigenlijke bestemming van de mens is een verraad aan de roeping om hier op aarde een paradijs op te richten, waarin alle mensen het hoogst mogelijk genot zoeken en vinden. Hij probeert elke Godsopenbaring te ontmaskeren als een overbodige leugen (p. 187). Een gesprek met Marcuse en de zijnen heeft dan ook geen zin. Hij wil het zelf niet. Hij kan alleen maar onverdraagzaam zijn tegenover het christendom. Het christendom behoort volgens hem tot de gevestigde orde, omdat het christendom gezagsverhoudingen leert en vooral het grote Gezag van God verkondigt. Dat is een aantasting van het geluk, waarop de mens recht heeft. Aldus Marcuse. Toch zijn er natuurlijk ook in onze tijd weer mensen die zich christenen noemen, en die toch het christendom willen aanpassen aan deze nieuwe vorm van luid-uitgesproken anti-christendom. De NCSV-kampklapper is er een voorbeeld van. En ik meen ook dezelfde gedachte van Marcuse te moeten beluisteren in de felle reaktie van prof. dr. H. v. d. Linde (zie p. 11), wanneer hij het Getuigenis van de hervormde professoren probeert te honen door het te brandmerken als „een revolutie van de middenstand".
Menselijk vrederijk
Het boek van prof. Zuidema is enorm waardevol voor het verstaan van deze tijd, maar ik moet er uitdrukkelijk bijvoegen dat iemand die geen opleiding heeft gehad van gymnasium of H.B.S., er moeite mee zal hebben. Predikanten zouden het echter beslist wél moeten aanschaffen. Zij moeten immers de wolf zien aankomen, die de kudde tracht te verscheuren, en vooral de wolf in schaapskleren, mensen die zich bedienen van allerlei christelijke termen, maar die eigenlijk zich al gewonnen hebben gegeven aan de atheïstische leer van Marcuse, de prediking van het vrederijk dat de mens door eigen krachten kan opbouwen.
Maar wij weten dat „de aarde en de werken die daarin zijn, zullen verbranden" en „wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont" (2 Petr. 3:10, 13). „Naar Zijn belofte..", en niet als vrucht van onze prestatie, zodat alle roem voor dit Vrederijk van de toekomst alleen voor Hem is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
