In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ENGELSE MARTELAARS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ENGELSE MARTELAARS

5 minuten leestijd

In de city van Londen is een onaanzienlijk plein, West Smithsfield geheten. Maar het is getuige geweest van wrede gebeurtenissen. Eeuwenlang was het de plaats voor terechtstellingen, vooral onder de korte regering van de rooms-katholieke koningin Maria I Tudor (1553 tot 1558), gehuwd met koning Filips II van Spanje. Zij probeerde het protestantisme in Engeland geheel uit te roeien en onder haar schrikbewind zijn alleen reeds op het Smithsfield-plein 270 protestanten op de brandstapel ter dood gebracht. Zij kreeg dan ook de naam „Maria de bloeddorstige". Voor deze martelaars werd een gedenksteen aangebracht in de muur van het St. Bartolomew's Hospital (zie de foto). Er staat op te lezen een regel van de Ambrosiaanse hymne, het „Te Deum": „U looft het edele leger van de martelaren". Daaronder: „Op enkele meters afstand van deze plaats stierven op de brandstapel in de jaren 1555-1558 voor het geloof in Jezus Christus de dienaren Gods Johne Rogers, John Bradford, John Philpot en anderen".

John Rogers was predikant in Londen. Op de morgen van zijn terechtstelling werd hij gewekt in zijn cel in Newgate: „Vlug, opschieten! Je moet naar de brandstapel", zo klonk het bevel. Aan de kant van de weg naar Smithfield stond zijn vrouw met hun tien kinderen, de jongste was nog een baby. Bisschop Byre had haar niet toegestaan haar man op te zoeken in de gevangenis. Hij zag haar, toen hij voorbijging, maar hij mocht maar even stilstaan. Daarop vervolgde hij zijn weg en besteeg rustig de brandstapel, terwijl hij Psalm 51 (r.-k. telling: Ps. 50) bad.

John Bradford was hulpprediker bij bisschop Ridley. Hij werd op 1 juli verbrand in de leeftijd van 35 jaar samen met Ridley. Een enorme menigte was samengestroomd om de terechtstelling bij te wonen. De magistraten werden bevreesd en lieten hen niet eens hun gebed afmaken. „Sta op, want het gedrang van de massa wordt te groot", zo schreeuwden ze.

Bradford stond op, nam een takkebos in zijn handen en kuste die. Toen hij de brandstapel beklommen had, hief hij zijn handen omhoog, richtte zijn ogen ten hemel en zei: „O Engeland, Engeland, betreur toch uw zonden; houd op met de afgoderij; pas op voor de antichristenen". Daarna keerde hij zich tot zijn medemartelaar, de jonge Leith, en zei: „Wees getroost, broeder, deze avond zullen we Avondmaal mogen vieren met de Heere in de hemel. Nauw is de poort en smal de weg die tot het eeuwige leven leidt en weinigen zullen die vinden".

John Philpot was aartsdiaken van Winchester, 's Avonds tevoren vertelde men hem, dat hij de volgende dag, 18 dec. 1555, zou worden terechtgesteld. Hij antwoordde: „Ik ben gereed; de Heere schenke mij kracht en straks een vreugdevolle opstanding". In zijn cel dankte hij God dat hij waardig was bevonden te lijden voor Zijn waarheid.

Om acht uur in de morgen werd hij naar Smithfield geleid. De weg was modderig en het was erg koud, in het hartje van de winter. De soldaten droegen hem op de brandstapel. Blijkbaar herinnerde Philpot zich, wat hij vroeger in Rome had gezien en spottend vroeg hij: „Wat? Willen jullie mij tot paus maken? Heus, ik wil wel te voet het einde van mijn leven tegemoet treden. Ik hoef niet rondgedragen te worden zoals de paus". Hij kuste de brandstapel en bad Psalm 106, 107 en 108. Spoedig daarna ging hij in de vlammen op om zich te verenigen met zijn Heere.

LATIMER EN RIDLEY

In Cambridge bezocht ik de kerk, waar Latimer gepreekt had. Ik betastte er de preekstoel, vanwaar deze martelaar geruime tijd het Woord Gods verkondigde. Ds. David Smith vertelde mij het verhaal van zijn bekering. Latimer was een toegewijd r.-katholiek priester, maar een zekere Thomas Bilney gebruikte een krijgslist om hem voor Christus te winnen. Hij klopte aan bij de studeerkamer van Latimer en vroeg hem of hij een bekentenis mocht afleggen. Latimer verwachtte dat Bilney die als vurig protestant bekend stond, zijn afdwaling wilde komen biechten met het verzoek om weer in de Moederkerk te worden opgenomen. En hij liet hem verheugd binnenkomen.

Maar Bilney begon te getuigen van wat Jezus Christus voor hem betekende. Met gloed beschreef hij de rust in de enige en volkomen Zaligmaker. Latimer zei later: „Ik heb op die avond méér van deze eenvoudige man geleerd dan gedurende al de jaren van mijn theologische studies. Vanaf die tijd begon ik de heerlijkheid van Gods Woord te smaken en kreeg een absolute tegenzin in al die geleerdheid van de theologische muggenzifters".

In 1555 eindigde hij zijn leven op de brandstapel, tezamen met Nicolas Ridley, de anglikaanse bisschop van Londen. Hugh Latimer wa's 80 jaar oud, toen „Mary de bloeddorstige" hem ter dood veroordeelde. Ze werden op 16 oktober terechtgesteld.

Op de brandstapel omhelsden ze elkaar en Ridley zei: „Houd goede moed, broeder Latimer, God zal de vlammen doven ofwel ons kracht geven om Hem trouw te blijven tot in de dood".

Ze moesten een preek aanhoren van een priester, wiens naam was Smith, over de tekst: „Al ware het dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden en had de liefde niet, zo zou het mij geen nut geven" (1 Kor. 13:3). Ze wilden op de beweringen van de priester antwoorden, maar dat werd hun niet toegestaan. Ze werden samen aan één paal vastgebonden. Een zak met buskruit werd om hun nek gehangen en de takkebossen werden rondom opgestapeld. Toen de beulen een brandende takkebos aan de voeten van Ridley legden, zei Latimer: „Heb goede moed, broeder, wij zullen heden een fakkel aansteken in Engeland die met Gods hulp nooit meer zal worden uitgeblust".

Toen de vlammen omhooglekten, riep Ridley met luide stem: „Heere, in Uw handen beveel ik mijn geest". En Latimer: „Hemelse Vader, ontvang mijn ziel". En Maria de Bloeddorstige lachte in haar paleis en de paus in het Vatikaan liet een Te Deum aanheffen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ENGELSE MARTELAARS

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's