WAT WEET U ER VAN?
In „Oogst" zag ik een artikel geciteerd uit „Ons Orgaaan", officieel orgaan van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. Het artikel droeg als titel: „De gaven van de Geest. Wat doen we er mee?" en is van de hand van ds. J. H. Karelse. We citeren uit dat artikel van ds. Karelse: „Wij staan onwennig tegenover de gevarieerde lijst van hetgeen Paulus opsomt in 1 Kor. 12:7-11". Volgens ds. K. verwaarlozen of zelfs discrimineren wij de gaven van de Heilige Geest, „als wij zeggen dat zij alleen van belang waren in de periode van het ontstaan van de christelijke gemeenten. Wie de genadegaven naar het verleden verwijst en ze voor vandaag niet meer laat gelden, moet de moed hebben konsekwent te stellen dat de „kennis" net zo goed verdwenen is als profetieën en tongen (1 Kor. 13:8). Ds. K. verwijst naar de uitspraak van Paulus: „En van de geestelijke gaven, broeders, wil ik niet dat gij onwetende zijt" (1 Kor. 12:1) en vervolgt dan: „Ondanks Paulus' goede wil, zijn er tot op heden veel christenen verkeerd voorgelicht of volslagen ongeïnteresseerd. Zij hebben deze zaak afgedaan met een oppervlakkige verwijzing naar de bewegingsmensen buiten de kerk. En wie er toch durft spreken binnen de ruimte van de gemeente, wordt argwanend bekeken en krijgt al gauw het stempel „excentriek". Mag dat zo blijven?
De bekende Kurt Hutten stelt als terzake deskundige de vraag: „Waar hebben in de verkondiging en in het geloofsleven van de kerk de Geestesgaven nog een plaats? In de Nieuw-testamentische gemeente hadden zij een grote betekenis. Paulus vermaande de Korinthiërs ernaar te streven. Wordt er in de kerk nog naar gestreefd?
Deze woorden van ds. Karelse zijn zeer ernstig. Wij kunnen nooit zonder schade een belangrijk stuk uit de Bijbel zo maar laten liggen en eraan voorbijgaan, misschien omdat we er bang voor zijn en omdat we gezien hebben dat in sommige kringen van die teksten misbruik wordt gemaakt om er tot excessen te komen. Veel belangrijker dan de woorden van ds. K. zijn de woorden van Paulus zelf: Ik wil niet dat gij onwetend zijt ten aanzien van de geestelijke gaven (1 Kor. 12:1). „Ik wil niet!" dat is een krasse uitdrukking. Geldt dat niet meer voor de gemeente van deze tijd? Als we daar met een „ja" op antwoorden, laten we dan eens nagaan of we in dat geval nog een weerwoord hebben tegenover de moderne linkse theologen, die allerlei uitspraken van de Bijbel krachteloos maken door ze als „tijdgebonden" te betitelen. Wanneer wij zeggen: De vermaning van Paulus: „IJvert om de geestelijke gaven" (1 Kor. 14:1), was gebonden aan de eerste tijd van de christengemeente, wat kunnen we dan antwoorden aan prof. Kuitert, wanneer die zegt: Het spreken van Paulus over Adam was tijdgebonden. Er heeft nooit een historische Adam bestaan.
Laten we toch niet bang zijn vanwege excessen die er inderdaad zijn. Dan zouden we misschien alleen maar de diuvel in de kaart spelen, die niets liever wil dan dat wij zoveel mogelijk stukken in de Bijbel ongebruikt laten. Maar er is in de loop van de eeuwen door ons, zondige mensen, misbruik gemaakt van allerlei teksten uit de Bijbel. Maar desondanks blijft dat Woord zelf volstrekt betrouwbaar.
Pinksterbeweging in de r.k. kerk
In Amerika is sinds enige jaren een soort pinksterbeweging gaande in de r.-k. kerk. Die beweging is ook overgewaaid naar Nederland. Ook hier is een dergelijke opwekking aan de gang, zij het nog in een beginstadium. Op zichzelf is dat een verblijdend feit. Deze r.-katholieken aanvaarden de onfeilbaarheid van de Schrift en zijn ook beslist niet vrijzinnig zoals de massa van de priesters in Nederland.
Tuist dezer dagen kreeg ik echter een brief van prof. dr. J . A. Schep uit Australië, de schrijver van „Geestesdoop en tongentaai". Ik citeer daaruit:
„Ik ben overtuigd dat bij individuele r.-katholieken het uitzien naar steeds meer vervulling door de Heilige Geest zuiver is. Maar tot mijn schrik ben ik juist verleden week door het lezen van hun laatste boek tot de zekerheid gekomen dat er met heel velen in die beweging iets grondig mis is. Dat boek heet „As the Spirit leads us", en is een verzameling van opstellen van r.-katholieken, waaronder ook enkele priesters, die gegrepen zijn door de pinkstergedachte".
Prof. Schep schreef een paar bladzijden over dat boek met citaten, waar ook ik zeer van geschrokken ben. Het artikel kwam te laat voor dit nummer. We bewaren het dus voor onze volgende editie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1972
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
