VERSCHEIDENHEID IN DE EENHEID
„Ik las in uw blad over de moeilijkheid van ex-priesters om een keuze te maken uit de verdeelde protestantse kerken. Maar zoudt u het volgende niet eens in uw overweging willen betrekken?
Ieder mens is een wereld op zichzelf. God houdt er geen confectiemagazijn op na. Hij herhaalt Zich nooit in Zijn schepping. Onder de engelen Gods zijn rangen en standen; en evenzo onder de kinderen Gods die ééns de engelen gelijk zullen zijn.
Velen ontmoet men die ons niets te zeggen hebben; maar dan opeens is er iemand, met wie men zich verwant voelt in ziel en geest. Men kent en herkent elkaar reeds op het eerste ogenblik.
Velen zijn ook tevreden met het „er zijn" en gaan niet dieper op de zaak in. Ze hebben er geen behoefte aan om de Heilige Geest een grote plaats te geven in hun hart. Ze menen behouden te zijn en dat is voor hen genoeg. Hoe meer men vordert op de weg van het geestelijk leven, hoe eenzamer men wordt.
Zo is er veel verscheidenheid onder Gods kinderen. Het gezin is ook een goed voorbeeld. U hebt zeven kinderen, maar zijn dat allemaal getrouwe copieën van elkaar? Ze hebben toch dezelfde vader en moeder.
Zo is het ook in het grote huis Gods. Levende kinderen, toch één in Hem, maar… verschillend".
Den Haag
ONS KOMMENTAAR:
Van harte stem ik in met die mooie beschrijving van de verscheidenheid van Gods kinderen, die toch eigenlijk één zijn in hun Zaligmaker, hun Hoofd, Jezus Christus.
De Heere wil ook die verscheidenheid. Maar daarom is het zo verschrikkelijk dat sommige kerken die verscheidenheid NIET willen. Wanneer iemand dogmatisch niet precies eender denkt, dan stoot men hem van het Heilig Avondmaal. Zulke kerken willen de dode uniformiteit, ze hebben bijna geen eerbied voor het wonder van Gods herscheppende werkzaamheid, voor het soevereine waaien van Gods Geest. Zij willen confectie-christenen; zij willen Gods levende kinderen persen in een dwangbuis, in de starre vormen van hun menselijke tradities, hun geliefkoosde gewoontetjes. Ze vereenzelvigen de pinksterstorm van Gods Heilige Geest met de muffe lucht die binnen hun kerkmuren hangt.
Zeker, wij moeten waken over de getrouwe verkondiging van Gods Woord. Maar van de andere kant moeten wij er voor waken, dat wij het soevereine werk van Gods Geest niet gaan belemmeren en misschien zelfs de Geest gaan uitblussen (1 Thess. 5:19). In elk geval bedroeven wij de Geest (Ef. 4:30), wanneer wij kinderen Gods van het Heilig Avondmaal weren, terwijl Christus hen daartoe uitnodigt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
