ROTS DER EEUWEN
„Weet u dat hier in de buurt van Bristol de rotskloof is, waar ds. Toplady zijn wereldbekende lied: „Rots der eeuwen" schreef?", zo vroeg ds. Anderson mij.
Nee, dat wist ik niet, maar ik wilde het wel erg graag zien. En zo stopten we dan met de auto bij de rots van Burrington Combe in de Mendips, en ik nam een foto vanaf de tegenoverliggende heuvel.
„Toen ds. Toplady in deze bergen overvallen werd door een noodweer, ging hij schuilen in deze rotsspleet. Stel u dat even voor, hoe de bliksems flitsen en de donder weergalmt in dit dal en ga dan eens staan in die kloof. Wat een gevoel van veiligheid moet dat geven, terwijl rondom je heen de elementen zich in woest geweld ontladen. Dat werd voor ds. Toplady de inspiratie voor zijn prachtige lied, dat nu al eeuwen miljoenen christenen tot troost is geweest". Aldus ds. Anderson.
En even stond ik te mijmeren onder de overhuiving van de bergmassa, in de bescherming van de stenen wanden van de kloof. Ja, zo is Christus de veiligheid voor de Zijnen. Wanneer je je aan Hem hebt toevertrouwd, dan kan niets je overkomen. Geen donkere machten van de hel kunnen je dan overweldigen. In Hem ben je dan meer dan overwinnaar.
Letterlijke vertaling
Ik heb het eerste vers van de Nederlandse vertaling nooit mooi gevonden. In de eerste plaats al omdat het woord „schaduw" daar is samengetrokken tot „schaûw" om het te laten rijmen op „trouw". Ma.tr 20 kun je allerlei woorden gaan verminken en kun je „zenuw" samentrekken tot „zeeuw" enz.
Maar ik vind het ook jammer dat het idee van het schuilen in de rotskloof voor de storm niet is overgekomen in dat vers. De letterlijke vertaling van het eerste vers luidt:
Rots der eeuwen, kloof voor mij,
laat mij in u schuilen.
Laat het water en het bloed
dat van uw opengescheurde zijde
vloeide,
de dubbele genezing zijn van mijn
zonden:
reinig mij van de zondeschuld en
-macht.
Mijn rotskloof
In het beeld van de opengescheurde zijde van Christus klinkt de gedachte na van de rotskloof, waarin wij schuilen kunnen.
Moeten we toch niet proberen wat dichter bij de Engelse tekst te blijven? Ziehier een poging:
Rots der eeuwen, veilige kloof,
vaste schuilplaats voor 't geloof.
Laat het water en het bloed
— door de lans onstoken vloed —
mij tot zalf en balsem zijn:
was van schuld en smet mij rein.
Augustus Toplady (1740—1778) was predikant van de anglikaanse kerk, maar geheel en al calvinist in zijn geloofsvisie. Dat blijkt uit zijn boek „Historie Proof of Doctrinal Calvinism of the Church of England", maar vooral ook uit zijn gezangen.
Het tweede vers van „Rots der eeuwen" dat ook in het Nederlands vrij goed is weergegeven, vind ik de prachtigste dichterlijke expressie van het Evangelie van de soevereine genade, die ik ken. Daarin wordt de mens volledig van zichzelf heengewezen naar Christus alleen. Geen mensenwerk, geen bevinding, niets kan een grond voor mijn zaligheid zijn; slechts Christus met Zijn volbrachte werk. Geen berouw, geen tranen kunnen mijn schuld wegwissen. Dat kan alleen het bloed van Gods Zoon.
Jezus, niet mijn eigen kracht,
niet het werk, door mij volbracht,
niet het offer dat ik breng,
niet de tranen die ik pleng,
schoon ik om mijn zonden ween,
kunnen redden, Gij alleen.
Dagboek van een dominee
Ds. Toplady was een gloedvol prediker, die zijn kerk in Broadhembury elke zondag gevuld zag. In zijn dagboek lezen we daarover en we kunnen daarin bemerken, hoe dicht hij bij de Heere leefde. Graag wil ik enkele gedeelten vertalen uit „Diary and Selection of Hymns of Augustus Toplady.". Het begint met: „Zondag, 6 dec. 1767. God gaf mij vandaag kracht om met grote openheid van geest en met vuur te preken. Het Evangelie daalde als dauw neer op de dorstige akkers van de zielen. O Heere, bewaar mij er toch voor dat ik de waardering en de genegenheid zou zoeken van mijn toehoorders. Verricht het werk van uw genade in hun harten. Roep uw uitverkorenen. Verzegel hun harten. Bouw de wedergeborenen op in het geloof. Beschik Uw eeuwige zegen over hun zielen".
„Maandag 7 dec. Vanmiddag een brief en een pakket van mijn moeder. Het doet je zo goed, als je al die geschenken ziet, die uitdrukkingen van aardse liefde. Maar al deze menselijke genegenheid zinkt in het niet, is slechts ijdelheid, wanneer we ze vergelijken met de liefde van Christus die alle kennis te boven gaat. Ze is als een vage waan, wanneer wij ze stellen tegenover een glimp van Uw gunst. Ü genadige Vader der geesten!".
„10 dec. Ik ondervond een grote vertroosting, toen ik de Drie-enige God hulde bracht in gezangen. Ik kan getuigen door herhaalde zoete ervaring, dat zingen een opdracht van de Heere is en een rijk genademiddel. Heere, maak Gij mij gereed opdat ik straks mee mag juichen in het koor van uw uitverkoren engelen en van uw heiligen die Gij tot volkomenheid hebt gebracht, en die nu reeds zingen voor Uw troon en voor het geslachte Lam".
„12 dec. Vanavond bad ik om een zegen voor mijn herderlijk werk van morgen. En ik ontving een antwoord van de Heere in de vorm van een diepe vrede die over mij kwam. Heere, laat mij steeds meer groeien in het besef van mijn volstrekte afhankelijkheid van U. Ik ben minder dan niets, als dat mogelijk zou zijn. En ik ben slechter dan niets, want ik ben een nietswaardige zondaar".
„13 dec. Tussen de morgen- en namiddagdienst las ik het uitnemende en bewogen geschrift van dr. Gill over de uitverkiezing tegenover de opvattingen van Wesley. Hoe vertroostend is die gezegende en heerlijke leer voor de ziel, wanneer ze ontvangen wordt door het kanaal van de persoonlijke bevinding". „27 maart. Tussen acht en negen in de morgen bezocht de Heere mijn ziel met een intens gevoel van Zijn zaligheid. Vertroosting, vreugde en overwinningsgevoel vervulden mij zozeer dat het niet is weer te geven. En de geur van Zijn goddelijke zalving die Hij in mij had uitgestort, bleef gedurende de hele dag in mijn ziel hangen. Ik was in staat om het Woord Gods te verkondigen met een vrijmoedigheid en vertroosting des Geestes als nimmer te voren".
Graag zou ik nog meer uit dit dagboek citeren, maar dan wordt dit artikel te lang. Het is ontroerend om deze predikant van nabij te kunnen gadeslaan, om te zien hoe hij leefde met zijn Heere, waarvan hij zich een onwaardige bedienaar van het Evangelie wist. Wat is het dan mooi, als je door God geroepen bent om altijd maar weer de rijkdommen van Gods ontferming, van Zijn liefde en vrede, voor gretige zondaars uit te stallen en om niet aan te bieden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
