In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Hoe krijg ik heilszekerheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe krijg ik heilszekerheid

6 minuten leestijd

Sommigen zullen verbaasd opkijken, wanneer ze zo'n vraag horen en antwoorden: „Natuurlijk door het geloof in Jezus Christus! Dat staat toch duidelijk genoeg in de Bijbel". Inderdaad staat dat in de Bijbel, maar er staat ook dat de mens niet door elk geloof in Jezus zalig wordt. Denkt u maar aan het bekende gedeelte in de brief van Jakobus 2:14-26, vooral vs. 19: „Gij gelooft dat God een enig God is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook en zij sidderen".

Jakobus maakt onderscheid tussen het levende geloof dat zich uit in de werken der liefde — en dat is het zaligmakende geloof — en het dode geloof: „Indien iemand zegt dat hij het geloof heeft en hij heeft de werken niet? Kan dat geloof hem zaligmaken?" (vs. 14).

Een andere kleur en inhoud

Nu is er echter ook een ander verschil tussen het zaligmakende en het dode geloof. Het zaligmakende geloof is een innerlijk vertrouwen in Jezus Christus, een radikale overgave aan Hem. Zulk een gelovige bouwt helemaal op Christus en verwacht niets meer van zichzelf. Hij weet zich totaal afhankelijk van de barmhartigheid van Christus en met blijde dankbaarheid ziet hij op naar Jezus. Hij rust geheel in Zijn belofte. Hij prijst God om de vastheid van die belofte, om Zijn eeuwige trouw, om Zijn genade voor zondaars die alleen maar de eeuwige dood verdienen. Hij komt daar niet over uitgezongen. Hij heeft een neiging om dat altijd maar weer aanbiddend voor God te herhalen: U alleen komt de glorie toe! U alleen de heerlijkheid. Al mijn verwachting is op U, op U alleen! God, ik loof U om het wonder van Uw onverdiende goedheid, om het ondoorgrondelijk geheim van Uw ontferming. Dit zaligmakende geloof is dus een diep-persoonlijke band met Christus en in Hem met God als mijn Vader. Die persoonlijke band bevat vele kleuren en schakeringen. Ze is ten diepste vertrouwen, maar ook liefde in haar vele vormen van dankbaarheid, ze is aanbidding, ootmoed, blijdschap,vrede.

Koud feitengeloof

Kijk en zo is het dode geloof juist niet. De duivelen geloven in God — misschien zouden we beter kunnen zeggen: aan God. Ze geloven dat Hij bestaat en ze geloven dat Hij enig is. Ze zijn monotheïstisch. Ze kunnen niet anders. Het bestaan van de ene en enige God dringt zich onweerstaanbaar op aan hun heldere geest. Maar het is koud feitengeloof. Dat geloof is hard. En omdat het feit van Gods bestaan voor hen de verschrikking van hun verdoemenis betekent, daarom sidderen zij vanwege hun geloof in, aan God.

Ook mensen met een dood geloof hebben eenzelfde verhouding tot God. Ze geloven aan Hem, maar diep in hun hart sidderen zij. Ze hebben geen persoonlijke band met Christus. Ze missen de warmte en de mildheid van de overgave aan Hem. Daarom kunnen ze ook geen echte liefde verspreiden. Ze kunnen wel werken der liefde, goede werken, verrichten, maar ze leggen op geen enkele wijze zichzelf, hun eigenlijke persoonlijkheid, hun hart, in die werken. Ze zijn koud en hard, berekenend, zoals ze ook berekenend zijn tegenover God. Ook al hangen ze nog zulk een protestants-orthodoxe leer aan, toch hebben ze ergens de verwachting dat ze op een of andere manier het eeuwige leven verdienen. Ze kennen niet de blijde bevrijdende lofzang van de genade alleen.

Humanisten die nooit van het Evangelie gehoord hebben, kunnen soms in vergelijking met deze christenen die zo „zuiver in de leer" zijn, milde en sympathieke mensen zijn, die ook iets van hun hart leggen in hun filantropie, hun menslievendheid.

„Tenzij de Vader hem trekke"

Een volgende moeilijkheid is echter: Kan ik uit eigen beweging, uit eigen kracht, tot zulk een geloof komen? En dan zullen we moeten zeggen: neen! De Bijbel laat daaromtrent geen twijfel mogelijk. Denkt u maar aan de woorden van Jezus: „Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader die Mij gezonden heeft, hem trekke" (Joh. 6:44). „Zonder Mij kunt gij niets doen" (Joh. 15:5).

De Italiaanse ex-priester, Franco Maggiotto, die ik in Londen sprak, zei het wel heel kernachtig: „Als ik zo maar krachtens een eigen wilsbesluit tot Christus kan gaan en Hem in geloof aldus kan aanvaarden, dan is dat mijn eigen werk, vrucht van mijn wilsbesluit. Dan zou ik dus toch gerechtvaardigd worden door een werk van mijzelf, terwijl de Bijbel ons dat voortdurend voorhoudt: niet uit werken, maar enkel uit genade.

Inderdaad, het zaligmakende geloof moet niet gewekt worden door onszelf, maar door de Heilige Geest. Wij zijn uit onszelf geestelijk dood en kunnen alleen maar dode werken, dus ook alleen maar een dood geloof, voortbrengen.

Hoe werkt de Geest?

Hoe bewerkt de Heilige Geest door het Woord het geloof in ons? Doordat Hij ons op een of andere wijze Christus laat zien in Zijn heerlijkheid door dat Woord heen. Om het nog eenvoudiger te zeggen: Wanneer wij door het lezen van de Bijbel een vleugje van de heerlijkheid van Christus over ons voelen komen, dan is de Heilige Geest in ons aan het werk. Wanneer Jezus geen star dogmatisch begrip meer voor ons is, geen persoon uit een ver verleden die we kennen via een boek, in dit geval de Bijbel, maar wanneer Hij levend voor ons komt te staan door de overdenking van Zijn Woord; wanneer wij Hem zien als de eindeloos barmhartige Heiland die verbrokenen van hart wil genezen, als de Goede Herder die verloren schapen opzoekt in de wildernis van hun zondig en eenzaam bestaan; wanneer Zijn lijden en sterven ons aanspreekt in onze diepe schuld; wanneer wij in Zijn dood de uitdelging van onze zonde beleven — dan, ja dan is Gods Geest in ons werkzaam en wekt in ons het verlangen naar de gemeenschap met deze Christus, de hunkering naar dit overweldigende heil, het vertrouwen in Zijn barmhartigheid die alleen maar geven wil. En wanneer wij op grond van deze door de Geest gewekte hoop komen tot de juichende zekerheid: „Ja, dit is ook voor mij. Ik ben van Christus", dan is zulk een geloof niet meer het gevolg van een wilsbesluit van ons, maar van de onweerstaanbare drang van Gods Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Hoe krijg ik heilszekerheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's