In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

WALES, HET LAND VAN DE REVIVALS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WALES, HET LAND VAN DE REVIVALS

6 minuten leestijd

„Het was 1904, het jaar van de grote opwekking in Wales. Binnen korte tijd stond het hele land in vlam. Alle kerken werden tot op hun grondvesten geschud. Sterke mannen stortten tranen van berouw en vrouwen werden bewogen tot nieuwe ijver. Mensen werden, evenals op de Pinksterdag, overweldigd door de Heilige Geest en voor dronken aangezien. In de diensten werd gebeden, gezongen en getuigd. Het was een opwekking van de kerk, die overal christenen tot getuigen maakte". Uit „Op de Bres", het leven van Rees Howells, p. 21.

Wales had echter meerdere opwekkingen gekend, zodat het wel wordt genoemd „het land van de opwekkingen". Toen ik dan ook onder het Kanaal van Bristol met de trein reed naar Wales dat aan de andere oever begint, had ik enigszins het gevoel naar een „heilig land" te gaan, waar de Heilige Geest Zich zo herhaaldelijk op uitbundige wijze vertoond had in vuur en in kracht. En ik hoopte iets van de gloed van die Geest te mogen ervaren tijdens mijn verblijf aldaar.

Nachtwacht in de kerk

Mijn eerste spreekbeurt was in Cardiff, de onofficiële hoofdstad van Wales, met ruim 250.000 inwoners. Ik bezocht het kasteel van Cardiff, dat echter niet bijzonder boeiend is en geen kunstschatten van grote waarde bevat.

De samenkomst had plaats in de Heath Presbyterian Church. Deze kerk wordt dag en nacht bewaakt. Waarom?

Wel, in Groot Brittannië zijn meestal de kerkgebouwen eigendom, niet van de plaatselijke kerk, maar van de landelijke of distriktskerk. Deze plaatselijke kerk heeft zich onlangs losgemaakt van de vrijzinnige landelijke Presbyteriaanse kerk en nu wil de synode hun dat kerkgebouw ontnemen. Zolang er geen rechtszaak van gemaakt is, wordt de feitelijke bezitter beschermd.

Dat is een algemene rechtsregel die ook in Nederland geldt. Waarschijnlijk zal de Presbyteriaanse synode dit geval toch voor de wereldlijke rechter brengen en het gevolg zal dan zijn, dat de Presbyterianen van Cardiff hun kerk kwijt raken, waar zij nu met zo'n 700 mensen elke zondag hun diensten hebben. Dan komt er een vrijzinnige Presbyteriaanse dominee, die misschien tien mensen per zondag trekt of nog minder. Maar dat doet er niet toe. Het „recht van de sterkste" moet nu eenmaal zegevieren bij deze Presbyteriaanse synode, die zo uiterst oecumenisch en verdraagzaam is, behalve voor oprechte christen-gelovigen. We kennen deze onverdraagzaamheid van de zogenaamde „verdraagzamen" ook in ons land.

Maar uit deze situatie in Groot Brittannië zien we, hoe uitermate ongezond en onbijbels een kerkelijk systeem is, waarbij de plaatselijke gemeente op allerlei wijze afhankelijk wordt gemaakt van een administratief en hiërarchisch centrum. Dat systeem wordt ons geschilderd in Openbaring, wanneer daar gesproken wordt over de eindtijd waarin niemand kan kopen of verkopen dan wie het teken van het beest op zijn hand of voorhoofd heeft (14:16-17).

GA UIT, MIJN VOLK?

In Port Talbot had ik een lang gesprek met br. Glenjoyce van de Presbyterian Church. Hij vertelde mij over de situatie in zijn kerk:

„In de Presbyteriaanse kerk van Wales is een groeiende onrust. Het merendeel van onze predikanten is vrijzinnig, soms zelfs in extreme vorm. Ze loochenen alle grondwaarheden van het christendom.

Over het algemeen willen de oudere Schriftgelovigen onze kerken niet verlaten. Ze menen dat vóór alles moet vastgehouden worden aan het bestaande kerkverband. Zij zijn erg traditie-gebonden. Vele jongeren echter menen dat de tijd gekomen is om uit het midden van dit kerkgenootschap te moeten wegtrekken, daar de Presbyteriaanse kerk als geheel afvallig geworden is. Zij heeft „het geloof dat eenmaal de heiligen is overgeleverd", ingeruild voor allerlei menselijke en vrijzinnige theorieën. Daarom kan zij niet langer meer de erenaam dragen van „Gemeente van Christus". Deze jongeren menen duidelijk de roep te horen: „Gaat uit van haar, Mijn volk" (Openb. 18:4) en: „Daarom gaat uit het midden van hen en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is en Ik zal u aannemen" (2 Kor. 6:17).

Misschien zijn de jongeren in hun enthousiasme wel eens wat onverstandig, maar ik meen toch dat zij een grotere ijver hebben voor de heerlijkheid van Gods Naam. Zij zijn bereid om offers te brengen en om terug te keren naar het bijbelse patroon van de Gemeente van Christus". Aldus br. Glenjoyce.

Bevroren door intellektualisme

Ik vroeg aan br. Glenjoyce, waarom de opwekkingen in Wales zijn teruggezakt, waarom er zo weinig blijvende resultaten van zijn overgebleven. Elders had ik al gehoord dat een belangrijke reden daarvan is geweest, dat deze opwekking te weinig begeleid werd door diepgaande Bijbelstudie. Men teerde teveel op de ervaring. Daardoor kregen zij die door deze opwekking getroffen werden, te weinig geestelijk houvast. Het gebouw werd te zeer opgetrokken op het drijfzand van het gevoel, van de extase.

Br. Glenjoyce is zelf geen Wellsman. Hij is geboortig uit Noord-Engeland, uit de buurt van Durham. Hij vertelde:

„Het volk van Wales is zeer emotioneel. Dat is duidelijk merkbaar aan hun taal, het Welsh dat evenals de eigen talen in Ierland en Schotland van keltische oorsprong is. Evenals het Gaelic is het een zeer expressieve taal. Men kan b.v. „Ik houd van j e " op wel vijftien verschillende manieren weergeven, terwijl het Engels daarvoor maar één woord heeft: „I love you". Maar vanwege de industrialisatie van Wales zijn er ook meer Engelsen komen wonen en de Engelsen zijn veel gereserveerder. Zij verbergen zoveel mogelijk hun gevoelens.

Daarnaast is men teruggeschrokken voor de gevoelsuitbarstingen van veel Pinkstergroepen, die geestelijk niet helemaal gezond konden genoemd worden. Zodoende is als reaktie ook in Wales een meer intellektualistische opvatting van het geloof doorgedrongen. Dat is erg jammer, want het geloof spreekt de hele mens aan, ook in zijn gevoelsleven.

VREUGDE

Het is erg jammer dat er zo weinig vreugde zichtbaar is bij onze kerkmensen. De blijdschap is immers een van de direkte vruchten van de Heilige Geest. Hoe kan men geloven in de aanwezigheid van de Heilige Geest, wanneer die vreugde als vrucht van Zijn werking niet bij de kerkmensen te bespeuren valt?

In Handelingen valt de nadruk op de vreugde, waarmee de apostelen en discipelen hun weg gingen. Daaruit putten zij de kracht om tegen allerlei bedreiging in van de Here te getuigen. Het Woord van God zegt immers dat de vreugde des Heeren onze kracht is.

De vreugde des Heeren wordt overgedragen door middel van het getuigenis. Maar er zit een gevaar in een getuigenis nl. dat men te veel over zichzelf spreekt, dat men te veel de christen en te weinig de Christus der Schriften verkondigt. Daarom zijn ook Schriftgelovigen in de traditionele kerken vaak huiverig voor een getuigenis". Desondanks vroeg ik aan br. Glenjoyce of hij voor ons blad wilde vertellen, hoe hij de Heere had gevonden. Zijn getuigenis laten we hieronder volgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

WALES, HET LAND VAN DE REVIVALS

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's