WIL EN KAN de R.K.-Kerk in Vlaanderen VERANDEREN, OF STROOIT ZE ZAND IN DE OGEN VAN VEEL MENSEN?
Door allerlei schijnveranderingen gaat ze de indruk geven van grondige vernieuwing en wil ze aantonen ernstig rekening te houden met de wens van de katholiek. Een „blijmakertje" gooit men nu uit door het gerucht te verspreiden dat er deining ontstaat rond de belijdenis en absolutie in het boetesacrament. Hoe spijtig ook, deze deining blijft beperkt tot een bisschoppelijk schrijven en het stichten van enkele comité's.
De theologische artikelen, waarin de schrijvers optreden als propagandisten van de hiërarchie, hebben een eensluidend besluit: Het vervangen van de persoonlijke belijdenis en de priesterlijke absolutie is in de huidige stand van zaken niet mogelijk". „Huidige stand van zaken" is hier synoniem te nemen met „in een tijd dat de hiërarchie haar gezicht en standing, haar systeem en eer moet redden".
Ondanks dat men schermt met levensvernieuwing en reëel sacramenteel gebeuren in de wereld, blijft men toch halsstarrig vasthouden aan deze twee voorwaarden tot zondenvergiffenis, die alleen te rechtvaardigen zijn door kerkelijke uitspraken en nergens bijbels te gronden zijn.
Door lezing van het artikel „De absolutie van de priester" (verschenen in T 55 van Collectanea Mechliniensia — tijdschrift voor priestervorming in het bisdom Antwerpen en Mechelen — Brussel) zou men zich kunnen verheugen over verandering in de biechtviering. Bij nader toezien zijn het de woorden om de biecht uit te leggen die vernieuwd zijn, maar de traditionele leer is weer eens onveranderd gebleven.
De schrijver van het artikel gaat van een konkreet gebeuren uit:
een jongen gedraagt zich erg opstandig tegenover zijn moeder zodat een breuk tussen beiden dreigt te ontstaan. Maar door de taktvolle houding van moeder en het uitdrukken van spijt door de jongen wordt 's avonds alles opperbest geregeld. Beiden voelen het aan: „Het is weer goed tussen ons".
Dit is niet slechts een voorbereiding op het sacrament, maar is hier reeds het reëel sacramenteel gebeuren zelf, want waar tussen mensen de band van eenheid weer wordt gesmeed, daar is de levende God aan het werk. (Dit ligt in de lijn van Tacobus 5:16). Geleid door de vergevende houding van moeder en zijn eigen spijt gaat de jongen er toe komen zich te keren tot God om ook Hem, die hij zo maar voorbij is gelopen, vergiffenis te vragen.
(Volgens 1 Joh. 1:9). Nu voelt de schrijver dat hij gevaarlijk spel speelt en te veel aanleunt bij de Schriftteksten. Dank zij een onlogische sprong redt hij het sacrament van de biecht.
Los van het vooraf geschapen geheel durft hij bevestigen dat het boetesacrament slechts zijn volledige gestalte krijgt in kerkverband na persoonlijke belijdenis aan en absolutie door de priester. Spraken Jacobus en Johannes dan maar de halve waarheid? Waarom verlaat de schrijver zijn bijbelse aanloop om te stranden in die kerkleer, die niet veranderd mag worden? Het konkreet uitspreken van zijn zonden tegenover de ambtenaar van de kerk zou het diepe kwaad van de zonden doen beseffen en alleen de absolutie door de priester zou honderd procent zekerheid geven van vergiffenis van zonden.
Kan ik in het leven van elke dag de boosheid van de zonden niet vaststellen en aanvoelen? Mag ik niet volledig en alleen op God mijn vertrouwen stellen? Hij toch is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en om ons te reinigen van alle ongerechtigheid (1 Joh. 1:9).
Is het niet onlogisch dat alleen de gewijde ambtenaar met goddelijke zekerheid vergiffenis kan schenken over de aan hem beleden zonden, die zoals de schrijver reeds vroeger bekende, reeds vergeven zijn door het sacrament van het reële leven? Deze vragen komen bij deze rooms-katholieke theoloog niet op, want hij bevestigt dat Gods universele vergevingsgezindheid alleen kan gewaarborgd worden door de priester. God zou wel op eigen kracht dagelijkse zonden (ja, dat onderscheid bes taat..) kunnen vergeven, maar voor doodzonden (dat is de andere soort) zou Hij Zich onvoorwaardelijk gebonden hebben aan het „ego te absolvo" („Ik ontsla u van uw zonden") van de priester.
En toch vinden we in het Evangelie dat Jezus alleen door eigen kracht de overspelige vrouw en Maria Magdalena vergiffenis schonk. Geloven de rooms-katholieken hun eigen taal nog? Weigeren ze bijbels te geloven om niet in konflikt te komen met hun opperste leergezag? De verandering die zij voorstellen is niet meer dan een nieuw gordijntje en een laagje vernis op de biechtstoel. De essentie blijft: God vergeeft de zonden door bemiddeling van een mens. De gewijde persoon blijft nog altijd zijn „ego te absolvo" (Ik ontsla u van uw zonden) uitspreken, nadat de biechteling hem zijn zonden heeft beleden. God wordt nog altijd ingetoomd: aan de mensen die zich tot hem willen keren, mag Hij Zijn volle liefde niet meteen geven. Door de mens in Gods plaats te stellen gaat men God voorbij theologiseren.
De zin van dit boetesacrament? … Het is onzin dat de mens zich macht toeëigent die hij van niemand en nergens heeft gekregen. Alleen de mens kan zo zinloos handelen zichzelf te zenden in naam van God.
De Heere Jezus Zelf moet ons leven zo sterk vervullen dat onze zonden worden uitgedreven en dat we door Hem gerechtigd worden. Hij immers was bereid onze zonden op Zich te nemen, onvoorwaardelijk, zonder hulp van elders, alleen uit liefde (2 Kor. 5:21).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
