In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

EEN ANDER EVANGELIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN ANDER EVANGELIE

8 minuten leestijd

„Doch al ware het ook dat wij, of een engel uit de hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt!" (Gal. 1:8).

U weet dat wij in ons blad steeds de gewoonte hebben iemand met wie wij van mening verschillen, tevoren de copie van ons artikel toe te zenden en hem uit te nodigen tot een gedachtenwisseling hierover. Bij deze bestrijding van de ernstige dwaling van dr. Wiersinga zijn wij echter overtuigd dat we dit niet mógen doen. De brief aan de Galaten schrijft ons deze handelwijze voor.

Het gaat daar nl. ook over mensen die zich nog christen noemen, maar die „een ander evangelie" in de gemeenten wilden invoeren, maar „er is geen ander Evangelie" (1:6). De christenen uit de joden beweerden dat de mens door zijn werken gerechtvaardigd moest worden en niet slechts door het geloof. Zo ontnamen zij aan de Galaten „de enige troost in leven en in sterven" en „de kracht van de Heilige Geest" (Gal. 3:5).

Valse broeders

Paulus is radikaal in zijn afwijzing van deze dwaalleraars. Hij noemt hen „valse broeders" die de gemeente waren ingeslopen „om onze vrijheid te bespieden die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons tot dienstbaarheid (slavernij) zouden brengen" (2:4). Ze waren als spionnen van een vijandelijke macht die het moreel van de troepen en hun vertrouwen in hun generaal of hun koning probeerden te ondermijnen door de bewering dat zij gepaaid werden met loze beloften en holle leuzen over vrijheid en hoge uitkeringen.

Paulus weet dat de eer van zijn Meester, Jezus Christus, op het spel staat. Is Jezus iemand geweest die met grootspraak heeft gewerkt, die de mensen allerlei heerlijkheden in het vooruitzicht heeft gesteld die Hij echter niet verwezenlijken kon nl. de verwerving van het eeuwige leven enkel door genade, enkel door het geloof in Hem? Of is Hij werkelijk zo oneindig in erbarmen geweest dat Hij Zichzelf in onze plaats heeft gesteld en alle schuld en straf voor ons heeft uitgeboet?

In heilige verontwaardiging slingert Paulus het deze dwaalleraars in het gezicht: Jullie zijn valse broeders, jullie zijn vervloekt!

Gerechtvaardigd uit de werken?

Dr. Wiersinga doet hetzelfde als de dwaalleraars van de Galatenbrief. Hij doet het alleen wat subtieler, zoals ook de Nieuwe Katechismus het zó subtiel heeft gedaan, dat vele orthodoxe protestanten het niet eens bemerkt hebben en de N.K. overal enthousiast ter lezing aanbevolen.

O nee, Wiersinga wil geen leer van de verdienstelijkheid van de goede werken invoeren, dat niet, zo schrijft hij. Maar tegelijk verlegt hij alles naar dat éne goede werk: het berouw. Onze verzoening met God gebeurt door het berouw. Ik zou daar allereerst dit op willen antwoorden. Of u nu de term „verdienstelijkheid van onze goede werken" gebruikt, ja of nee, doet er niet toe. U maakt ons eeuwig heil in feite afhankelijk van onze goede werken.

Wat voor berouw?

Vervolgens, al spreekt u slechts over dat éne goede werk, het berouw, dat impliceert noodzakelijk ook de andere werken. Want onvermijdelijk valt u dan terug op de uitgebreide r.-k. uitpluizerij van de aard van het berouw.

Het berouw dat de zware zonden vergeeft, moet volgens de r.-k. leer steeds — al of niet door bemiddeling van de Biecht — volmaakt zijn, d.w.z. voortkomen uit zuivere liefde voor God en dus niet uit angst voor de straf en zelfs is het niet voldoende, wanneer je alleen maar berouw hebt omdat je God, de Schepper, hebt aangetast in Zijn recht op gehoorzaamheid dat Hij op je mag laten gelden.

Vervolgens moet het berouw dat de zonden vergeeft, gepaard gaan met het vaste voornemen om de zonde niet meer te doen. Dat was in de r.-k. kerk steeds een bron van onzekerheid en angsten. Hoe kun je namelijk weten of je innerlijk oprecht besloten hebt die zonde niet meer te doen, die zonde waaraan je je met zoveel vervoering hebt overgegeven en waaraan je nog met al de vezels van je onderbewuste begeerte vastzit?

Zeker, ik weet dat ook het geloof waardoor ik de vergeving der zonden ontvang, bepaalde eigenschappen moet hebben. Jakobus zegt het duidelijk: Zulk een geloof moet levend zijn en vruchten van goede werken voortbrengen.

Ik roem in Zijn genade

Maar als nú mijn zondige en gebrekkige leven mij benauwt, dan vlucht ik naar mijn Zaligmaker. Dan verenig ik mij in geloof met Hem. Dan belijd ik mijn zonde en schuld voor God en pleit op Zijn verzoende, plaatsbekledende lijden en sterven. Dan verheerlijk ik Hem door tóch op Zijn belofte, Zijn barmhartigheid, te blijven steunen. Tegen mijn zonde in, tegen de duivel in, die mij aanklaagt, tegen mijn geweten in, dat mij terecht schuldig verklaart, roem ik in „de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere". Dan juich ik met Paulus dat niets mij kan scheiden van Hem die ons heeft liefgehad en in Wie wij meer dan overwinnaars zijn (Rom. 8:31-39). En vanuit die vereniging in geloof met Christus ervaar ik dat ik Zijn kracht ontvang, telkens weer opnieuw. Hij bemoedigt en troost mij in de strijd tegen het kwade. Hij bezielt mij met Zijn Geest om altijd opnieuw te proberen een stukje liefde in dit leven te verwezenlijken.

Wie berouw heeft, heeft eeuwig leven?

Een derde opmerking. Hoe kan Wiersinga tegen het overweldigende getuigenis van de Bijbel ingaan, waar altijd verkondigd wordt dat de mens behouden wordt door het geloof. Reeds een eenvoudige vergelijking tussen wat in de concordans te vinden is over „geloof" en over „berouw", had Wiersinga ervan moeten weerhouden om met zoveel stelligheid via een citaat op p. 190 te beweren: „Door het berouw komt de mens vrij van de schuld". Voortdurend verkondigt immers de Bijbel dat die bevrijding van de schuld gebeurt door een toereiking van buitenaf langs de weg van het geloof.

Dr. Wiersinga, u bént vervloekt!

Op de weg die u begaat om onze kerken naar een ander evangelie te brengen — en dat is geen Evangelie — komt u Paulus tegen, die u in uw gezicht weerstaat en u toeroept: U bent vervloekt. Hij noemt u een valse broeder, en terecht, want u maakt misbruik van het vertrouwen dat onze kerken u gegeven hebben, toen u de toelating tot het ambt vroeg en als voorwaarde daartoe de belijdenisgeschriften ondertekende. Langs deze trouwbreuk sluipt u onze kerken binnen en probeert uw dwaling ingang te doen vinden.

En ook ik kan niet anders dan het Paulus nazeggen: Hij die een ander evangelie verkondigt dan dat van Christus en van de apostelen, — dus ook u, dr. Wiersinga — die zij vervloekt!

Natuurlijk spreek ik hiermede niet een oordeel uit over het hart van Wiersinga, over zijn staat voor God. Zie hierover „Bekeringsgeschiedenissen" in IRS mei 1971 op p. 25. Mijn oordeel is slechts praktisch en geldt zijn uitingen, het andere evangelie dat hij verkondigt.

Herman, ik heb destijds met je samengewerkt als vrienden, toen jij predikant was in Gent in ik in Denderleeuw. Ik moet nu die vriendschapsbanden verbreken. Ik wil nog wel met je samenspreken, maar dan getuigend, vanuit de oproep tot bekering. Elke diskussie met iemand die een volstrekt zondige levenshouding aanneemt — je positie als predikant die je blijft innemen, geheel tegen de door jouw ondertekende belofte en van welke vertrouwenspositie je gebruik maakt om onze kerken in haar heiligste belijden aan te vallen —, is zinloos.

Jij miskent het Lam Gods

Ik wens ook op geen enkele wijze met jou aan het Heilig Avondmaal te zitten. Hoe zou ik dat kunnen met iemand die een dwaling verkondigt die "één oppositie is tegen wat puur geschénk Gods is, de miskenning van het Lam Gods" (aldus prof. Berkouwer, zie p. 39)?

Wanneer wij deze miskenning van het Lam Gods aan het Heilig Avondmaal toelaten, dan eten en drinken wij ons een oordeel, daar wij dan niet weten te onderscheiden het lichaam des Heren (1 Cor. 11:29), dat volgens jou alleen maar „indruk-wekkend" is, een oproep tot het berouw waardoor wij met God verzoend worden, maar dat volgens onze diepste overtuiging een offerande is, Gode welgevallig, waardoor wij thans met vrijmoedigheid mogen naderen tot de troon van de genade.

Je bent een door het Woord Gods vervloekte. Je kunt alleen maar het Heilig Avondmaal ontheiligen, doordat je Jezus niet waarachtig als Hogepriester wilt aanvaarden die Zichzelf offerde om daardoor ons met God te verzoenen, maar slechts als een martelaar, die trouw bleef aan zijn diepste overtuiging tot in de dood. Je schreef immers: „Deze laatste tekst (Joh. 18:8) toont Jezus' bereidheid om zélf te staan voor zijn woord en taak. Hij is bereid tot het martyrium van het voorloperschap" (p. 122).

Jouw zingen verstomt

Je kunt voortaan allerlei gezangen van de kerk der eeuwen niet meer meezingen, zoals: „Niet de tranen die ik pleng, schoon ik om mijn zonden ween, kunnen redden, Gij alleen". Uitdrukkelijk leer jij immers dat het juist wél het berouw is, waardoor wij gered worden, samen met het liefdesinitiatief van God. Je kunt niet meer de lofzang zingen tot onze Hogepriester: „Ja, 'k geloof en daarom zing ik, daarom zing ik U ter eer, 's werelds Heiland, Hogepriester…" Je hebt jezelf uitgesloten van de vreugde van de gemeente van alle tijden, maar het verschrikkelijke is dat je haar die vreugde nog probeert te ontroven door je geschrijf.

Herman, bekeer je van je dwaling. Geef Gode de eer en wees anderen een zegen door hen in hun ellende en schuld te wijzen op het Kruis, de enige hoop in deze duistere wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1971

In de Rechte Straat | 40 Pagina's

EEN ANDER EVANGELIE

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1971

In de Rechte Straat | 40 Pagina's