HET EVANGELIE IS NIET NAAR DE MENS
De dissertatie van Wiersinga laat bijna niets meer overeind staan van de belijdenis, zoals die in de „Drie Formulieren van Enigheid" is uitgedrukt.
De Heidelbergse Katechismus zegt dat de mens van nature geheel en al onbekwaam is tot enig goed, maar waar het op aankomt: ook de Bijbel verkondigt ditzelfde. Wij lezen daarin dat de mens dood is door zijn overtredingen en zonden (Ef. 2:5) en dat wij moeten worden opgewekt uit onze geestelijke dood om opnieuw te leven voor God. Maar een dode kan zichzelf het leven niet schenken, kan zichzelf niet oprichten. Ook zegt Jezus nadrukkelijk dat wij moeten wedergeboren worden, willen wij het Koninkrijk Gods kunnen binnengaan (Joh. 3). Maar de geboorte ondergaan wij; niemand doet zichzelf geboren worden. Jezus zegt dan ook, Wie die geestelijke wedergeboorte in ons tot tot stand brengt nl. de Heilige Geest.
Christus slechts eerste voorbeeld
Van dit kernstuk van ons belijden is niets te bespeuren in het boek van Wiersinga. Hij ruimt er ook geen plaats voor in. Evenmin als Christus volgens Wiersinga onze schuld voor ons uitboette, evenmin verdiende Hij in onze plaats het leven voor ons (p. 202). Christus roept ons vanuit Zijn kruis tot bekering, maar schenkt die op geen enkele wijze. Hij is alleen maar ons voorbeeld.
Wiersinga tracht nog enige diepgang te geven aan het voorbeeld-zijn van Jezus. Hij zegt dat Christus op een unieke wijze voorbeeld was. Het unieke van Jezus lag in het feit dat Hij God volledig vertegenwoordigde — het is nergens duidelijk of Wiersinga Christus ook ten volle als God belijdt; hij heeft het voortdurend over Christus qua Deus d.i. Christus die optreedt in de rol van God, als Gods vertegenwoordiger.
En vervolgens lag het unieke van Jezus daarin, dat Hij historisch en daadwerkelijk de eerste was: „Hij was de gehoorzame en nieuwe mens, toen wij nog zondaars waren". Christus was „een voorafgaand, normatief (en daarin „exclusief") voorbeeld" (p. 191). Zo verstaat hij ook het „eersteling-zijn" van Christus, waarover Paulus spreekt.
Het lijkt sympathiek dat Wiersinga aan Christus nog de rol wil toebedelen van eerste voorbeeld te zijn, maar in wezen heeft hij daardoor Christus' daadwerkelijke middelaarschap volkomen uitgehold. In wezen is er tussen zijn opvattinen en die van de vrijzinnigen uit de vorige eeuw — en van alle tijden — geen verschil. Wij moeten op grond van het voorbeeld van Christus onszelf bekeren, maar er is geen daadwerkelijke afhankelijkheid van Hem. Christus is slechts „initiator en instigator" (p. 191) d.w.z. Hij begint ons te inspireren en spoort ons aan ons te bekeren, doch alleen doordat Hij het eerste voorbeeld gaf van opstanding ten leven.
Beschuldiging aan ons adres
Wiersinga haalt met instemming Käseman aan, die schrijft, „dat het verdedigen van het dogma der satisfaktie betaald wordt met een dure prijs: de onverstaanbaarheid (en in dit geval een schuldige onverstaanbaarheid en niet een onopgeejbare onaanvaardbaarheid!) van de boodschap voor de wereld", (p. 202). Dat betekent dus dat Wiersinga de Heidelbergse Katechismus en ons allen in staat van beschuldiging stelt, omdat wij door onze prediking van het plaatsbekledende lijden en sterven van Christus oorzaak zouden zijn dat de wereld de werkelijke boodschap van Christus niet verstaat. Maar waarom dient hij dan geen bezwaarschrift in tegen deze katechismus en tegen ons allen, die deze katechismus prediken?
Met Paulus herhalen wij echter: „Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie hetwelk van men verkondigd is, niet is naar de mens" (Gal. 1:11). Deze prediking van de totale onmacht, het radikale bederf van de mens en de noodzaak van Gods soevereine opwekking van de mens die geestelijk dood is, de noodzaak van de wedergeboorte door de Heilige Geest, is vernederend voor de mens. Het Evangelie is en blijft een ergernis voor de mens.
Wiersinga schrijft: „Deze ergernis ligt in de erkenning van de gemeenschappelijke schuld en in het besef aangewezen te zijn op de van God uitgaande verzoening" (p. 200). Wij hebben echter op p. 38 aangetoond dat dit voor de massa helemaal geen ergernis is. Geen zinnig mens zal ontkennen dat ook aan hem het een en ander mankeert en dat wij allemaal zondaars zijn. En het komt de natuurlijke mens helemaal in het gevlei dat het initiatief voor de verzoening van God moet uitgaan. Wij kunnen dat nu eenmaal niet. Hij heeft ons zo gemaakt. Wiersinga noemt zijn standpunt „een alternatieve verzoeningsleer". „Alter" is Latijn en betekent „ander". Inderdaad, zijn verzoeningleer gaat uit van een ander evangelie — en dat is geen evangelie (Gal. 1:6-7).
VIJF OPMERKINGEN:
1. Omdat we dit hele nummer nodig hadden voor dit ernstige en belangrijke onderwerp, zijn de vervolgartikelen verschoven naar het eerst-komende nummer.
2. Deze artikelen zijn in een enigszins logische volgorde geplaatst. We raden de lezers daarom aan die volgorde in acht te nemen.
3. In ons aprilnummer was een drukfout ingeslopen, die u misschien niet eens opgemerkt hebt, d.w.z. u zult ze ongemerkt gecorrigeerd hebben. Abt Looyaard schreef op p. 6 10e regel van boven niet over „onze totale onafhankelijkheid van de genade". Dat moest natuurlijk zijn: „afhankelijkheid".
4. Op 7 juni zal ds. Hegger, 's avonds om 7.18 uur, voor de E.O., op Hilversum I, spreken over: Is de zonde een schending van een rechtsorde of van een Persoon?
5. Dit nummer handelt uitsluitend over de verzoening, en bevat 40 bladzijden. Het kan besteld worden voor 1—3 eksemplaren: ƒ 1,90; 4—9 eksemplaren: ƒ 1,50; 10—24 eksemplaren: ƒ 1,—; 25—99 eksemplaren: ƒ 0,65; 100 en meer eksemplaren: ƒ0,50 per eksemplaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1971
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1971
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
