AANTASTING VAN DE KERN VAN HET EVANGELIE
De publikatie van het proefschrift van dr. Wiersinga is een bijzonder trieste zaak. Maar een verblijdend bijverschijnsel is toch ook weer, d.m.n. door verschillende gereformeerde schrijvers met kracht verzet is aangetekend tegen deze ondermijning van de kern van ons evangelisch belijden. Zo schreef bv. dr. H. B. Weijland in „Ons Kerkblad":
„Mijn hoofdbezwaar geldt toch wel de zeer eenzijdige uitlegging die de auteur in zijn boek gaf van de vele plaatsen in de Bijbel, waar wél over de verzoening door voldoening wordt gesproken. Wij noemen slechts Jes. 53, Gal. 3 en 2 Cor. 5. Deze teksten worden veel te summier, haast met een dooddoener afgedaan. Prof. Oosterhoff merkte op: „Men krijgt af en toe werkelijk de gedachte dat Wiersinga de verzoeningsgedachte zonder plaatsvervanging en voldoening zich zó in het hoofd heeft gezet dat hij met vooropgezette mening de Schriftgegevens benadert". En prof. Polman vergeleek de tegen de satisfaktie (= verzoening door voldoening) stormlopende auteur met Cato die in de Romeinse senaat als maar zei, dat Cartago verwoest moest worden". Persoonlijk deel ik geheel deze opvatting en daarom acht ik het uitermate lichtzinnig, onverantwoord en aanmatigend om op zulke oppervlakkige gronden zich — zonder enig bezwaarschrift bij de gereformeerde kerken in te dienen — te keren tegen het fundament van „de enige troost in leven en in sterven".
„Onbarmhartig en liefdeloos"
Dr. Weijland schreef nog: „Dit alles heeft tot gevolg dat het reformatorisch antwoord op Luthers vraag: Hoe vind ik een genadig God? elke grond wordt ontnomen. De „vreemde vrijspraak" van de zondaar om Christus' verdienste gaat volledig de mist in. De mens wordt uiteindelijk toch weer totaal verantwoordelijk voor zijn eigen daden en zijn eigen leven". voor de ouderen die in het licht van diezelfde Bijbel hun falen ontdekt hebben, is dit een meedogenloos onbarmhartige en dus liefdeloze en dus met het wezen Gods in strijd zijnde gedachte".
Ook dat beaam ik ten volle. Wiersinga schrijft: „Samenvattend: het „bloed van Christus" ziet op Zijn door ons mensen vergoten en door Hemzelf prijsgegeven bloed, dat ons oproept tot inkeer en brengt tot omkeer" (p. 150).
Volgens Wiersinga „doet het sterven van Christus ons wat", maar slechts in deze zin dat het een schokeffekt teweegbrengt. „Het eerste effekt is wel het berouw" (p. 190) en hij haalt dan met instemming de volgende uitspraken van Max Scheler aan: „Door het berouw komt de mens vrij van de meesleurende stroomkracht der schuld in het verleden, … vrij van de ijzeren samenhang die steeds nieuwe schuld uit oude schuld te voorschijn doet komen. Berouw doodt de levenszenuw van de schuld".
Zo wordt de mens opnieuw in de onzekerheid gestort en komt voor dezelfde vraag te staan, waar Luther en zo menig rooms-katholiek mee geworsteld heeft: Hoe weet ik of mijn berouw wel echt en radikaal is?
Loochening van de uitverkiezing
Voor het soevereine ingrijpen van God in de ziel van de mens is geen plaats meer in het systeem van dr. Wiersinga. Hij schrijft:
„Toén (d.i. op Golgotha. H.J.H.) deed God zijn werk, onherhaalbaar, en antwoordden mensen op dat werk met hun daden: samen kwam er verzoening tot stand. Nü doet God zijn werk — het kruis wordt ons immers 'voor de ogen geschilderd', Gal. 3:1? — onherhaalbaar, en antwoorden mensen met hün reakties: opnieuw komt er verzoening tot stand" (p. 184-185). Let op de uitdrukking: „samen kwam er verzoening tot stand". Zo wordt de genadig uitverkiezende God neergehaald tot het peil van een compagnon van de mens, waarbij God de minste wil zijn, doordat Hij het initiatief neemt tot de verzoening en Zijn Zoon te grabbel geeft aan de zondige mensen in de hoop dat ze daardoor tot inkeer zullen komen. Om dat aan te tonen haalt Wiersinga de gelijkenis aan van de heer die een wijngaard verhuurd had en die eerst zijn dienstknechten en tenslotte zijn zoon zond, die echter allen door de pachters werden omgebracht. Maar die gelijkenis eindigt juist met de toorn van de heer, die deze slechte pachter ter dood laat brengen (Matth. 21:33-41).
Trouwbreuk
In deze affaire zijn er twee dingen die mij verbazen. In de eerste plaats, Wiersinga wil deze nieuwe theorie ingang doen vinden, omdat aldus meer nadruk wordt gelegd op een werkelijke vernieuwing des levens in navolging van het voorbeeld van Christus. Hij noemt Christus dan ook niet een Hogepriester die Zichzelf aan het kruis offerde voor de voldoening van onze schuld, maar een martelaar die trouw bleef aan zijn zending en aan zijn diepste overtuiging.
Maar een van de eerste eisen voor een nieuw leven die Christus gesteld heeft, is de waarachtigheid. Wiersinga heeft met de publikatie van deze dissertatie wel heel erg gezondigd tegen de waarachtigheid. Hij heeft immers zijn handtekening gezet onder de belofte om de Bijbel te verklaren overeenkomstig de belijdenisgeschriften van zijn kerk. Tevens heeft hij bij zijn ambtsaanvaarding beloofd dat hij een bezwaarschrift zou indienen, indien hij zich niet meer met een of meerdere punten van die belijdenis kon verenigen.
Welnu, die belofte heeft hij volkomen geschonden. Ik kan wel alle respekt opbrengen voor mensen die eerlijk een andere overtuiging delen dan ikzelf. Maar ik kan onmogelijk respekt opbrengen voor trouw-brekers, voor mensen die zomaar een plechtig gegeven en persoonlijk ondertekende belofte schenden. En het verbaast mij dat Wiersinga na zulk een openlijke en ergernisgevende zonde meent nog enige zegen van de Heere te mogen verwachten op zijn arbeid als predikant.
Tweeslachtig
En het tweede dat mij verbaast, is het volgende. Ik verblijd mij zeer over de sterke reaktie van verschillende gereformeerde schrijvers tegen Wiersinga.
Maar… hoe is het dan mogelijk dat de overweldigende meerderheid van de gereformeerde synode de aansluiting bij de Raad van Kerken heeft goedgekeurd, waarvan ook de r.-k. kerk van Nederland lid is, die in de Nieuwe Katechismus precies hetzelfde verkondigt als dr. Wiersinga? Hoe kan dr. Kunst als voorzitter van die Raad van Kerken ook maar enige steun geven aan een „proeve tot beginselverklaring", daar immers de beginselen van de Nieuwe Katechismus en van de Heidelbergse Katechismus als ja en neen tegenover elkaar staan?
Als wij weten dat we in de fundamentele vraag: Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? — totaal anders denken, strooien we dan de mensen niet zand in de ogen, wanneer we een Raad van Kerken vormen met de r.-k. kerk en in de „praeambule" beweren dat wij dezelfde Heere belijden en zelfs meewerken aan een „proeve tot beginselverklaring", terwijl we weten dat onze beginselen in de kernvragen totaal tegenovergesteld zijn aan elkaar? Is het niet een tweeslachtige houding, wanneer we met alle beslistheid ons keren tegen de prediking van de onbijbelse - liever antibijbelse — leer van dr. Wiersinga in onze eigen kerken en van de andere kant de r.-k. kerk die deze onheilsprediking officieel in een Katechismus heeft aanvaard, volledig als onze zusterkerk erkennen?
Wij sterven aan de vriendelijkheid
Ik weet het, men zal mij deze indringende vragen en de resolute toon van heel dit nummer niet in dank afnemen. Het zij zo.
Iemand heeft geschreven: omdat wij niet meer een vervloeking durven uitspreken, is ook zegenbede maar een slap gedoe. Onze kerken dreigen te sterven aan een eindeloos in- en uitgepraat, aan zoete vriendelijkheid en beleefde vormen. Jezus was in elk geval heel anders. Hij durfde zich te keren tegen eeuwenoude gebruiken en de tafels van de wisselaars in de tempel gooide Hij omver. Mogen en móeten wij Hem niet navolgen in Zijn onverschrokken opkomen voor de eer van Zijn hemelse Vader?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1971
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1971
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
