HET RODE POTLOOD
Omdat ik vroeger filosofie gedoceerd heb en als priester elke dag minstens gedurende anderhalf uur allerlei Latijnse gebeden moest uitspreken, ben ik enigszins thuis in de leer van het Thomisme, de filosofie van ons seminarie, en in het Latijn. Daardoor moest ik wel een volkomen verhaspeling van allerlei begrippen vaststellen bij Wiersinga als hij op p. 78 uitweidt over de iustitia (de rechtvaardigheid, zoals die in de scholastiek was overgenomen van Aristoteles en vooral van Thomas van Aquino nader werd uitgewerkt).
Alleen voor deskundigen:
Dr. Wiersinga zegt: „de iustitia commutativa — de „gelijk-trekkende" gerechtigheid die omstreden goederen onder alle participanten gelijkelijk verdeelt". Dit is echter beslist fout. Thomas zegt: „De iustitia commutativa leidt de mens in die dingen, die liggen in de verhouding van persoon tot persoon" (S.Th. II-II, qu. 61, art. 1, c.). Daarom ver taalden wij dat woord „iustativa commutativa" met „ruilrechtvaardigheid". Als Wiersinga zijn Latijns woordenboek had opgeslagen, dan zou hij bemerkt hebben dat het woord „commutare" niets met „gelijk-trekken" te maken heeft, maar dat het betekent „ruilen, inruilen, verkopen".
Dr. Wiersinga zegt verder: „de iustativa distributiva — de „uitdelende" gerechtigheid, die het goede beloont en het kwade straft". Ook dit is beslist fout. Thomas zegt op dezelfde plaats: „De iustativa distributiva is die rechtvaardigheid die de gemeenschappelijke goederen verdeelt overeenkomstig een bepaalde analogie". Wat Thomas daar precies mee bedoelt werkt hij in art. 2 verder uit.
Nu zijn er wel die het belonen van het goede (in dat geval niet iustitia salutifera te noemen zoals Wiersinga doet, maar iustitia remunerativa) en het straffen van het kwade tot de iustitia distributiva rekenen, maar dan had Wiersinga toch minstens erbij moeten vermelden, dat anderen dat niet doen, waaronder dé grote scholasticus, Thomas (zie S.Th. II-II; qu. 108, art. 2, ad 7). Volgens hem valt het belonen van het goed en het straffen van het kwade onder een bepaald aspekt onder de ruilrechtvaardigheid en onder een ander aspekt onder de wettelijke rechtvaardigheid. En deze wettelijke rechtvaardigheid wordt door Wiersinga niet eens genoemd.
Een andere opmerking: Wiersinga vertaalt het woord „iustitia" hier ten onrechte met „gerechtigheid". Dat is een bijbels woord, dat een veel wijdere en religieus geladen inhoud heeft. Het scholastieke woord „iustitia" moet in dit verband beslist vertaald worden met „rechtvaardigheid".
Voor alle lezers:
Waarom ik dit schrijf in ons blad? Om onze lezers er opnieuw op te wijzen: „Vest op prinsen geen vertrouwen", ook niet op de prinsen van de wetenschap, die zich sieren met de titel van doctor of professor. Het boek van Wiersinga is voor eenvoudigen niet te verstaan, maar zelfs mensen met een HBS-opleiding zullen het er moeilijk mee hebben, want het staat vol met niet-vertaalde Hebreeuwse, Griekse en Latijnse citaten. Daarom zal het velen imponeren vanwege de indruk van grote geleerdheid. Ze worden er misschien moedeloos onder en zullen bij zichzelf zeggen: „Hoe kan ik daar dan tegen op? Ik heb altijd gemeend dat Jezus' sterven de verzoening van mij met God betekende, dat Hij in mijn plaats mijn schuld droeg en uitboette. Dat was mijn enige troost in leven en sterven. En nu probeert een doctor aan de VU met allerlei geleerde teksten die vaste grondslag onder mij vandaan te halen".
Om de betrekkelijkheid van die geleerdheid aan te tonen schreef ik het bovenstaande.
De dankzegging van Jezus
Véél belangrijker echter is dat Gods kinderen ervan overtuigd zijn dat ze niet van de geleerdheid van anderen afhangen. Zij beschikken over een innerlijk aanvoelingsvermogen van wat God bedoelt in Zijn Woord. Zij hangen niet af van de deskundigheid van wetenschapsmensen.
„Goddank", hoor ik iemand zeggen. Inderdaad, reeds de Heere Jezus heeft de hemelse Vader daarvoor gedankt: „Ik dank U, Vader, Heere des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt en ze aan kinderkens hebt geopenbaard" (Matth. 11:25).
De theologie heeft slechts een dienende taak, maar de leden van de gemeente, de eenvoudigen, zij beslissen over het belijden van de gemeente. Krachtens het ambt van de afzonderlijke gelovigen en krachtens de levensverbondenheid van de gemeente met haar Heere heeft de gemeente het recht om te beslissen over de theologische fakulteiten en hogescholen, hoe daar de toekomstige dienaars des Woord worden opgeleid.
In de dissertatie van dr. Wiersinga kunnen de schapen de stem niet meer herkennen van hun Goede Herder, die Zijn leven gaf voor de schapen. Daarom zullen wij moeten protesteren tegen een theologische fakulteit die de schapen uit de grazige weiden wil halen en ze wil brengen naar de wildernis, naar een steunen op hun eigen goede werk, hun berouw, waardoor ze met God zouden moeten worden verzoend. „In het Kruis zal 'k eeuwig roemen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1971
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1971
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
