wees DUIDELIJK
Wij zijn geroepen om het Evangelie te verkondigen aan alle kreatuur, aan alle mensen. Maar dat betekent, dat we zó tot hen moeten spreken, dat zij begrijpen wat het Evangelie bedoelt. Anders voldoen we niet aan de opdracht van Christus. Dan kunnen we voor hen evengoed een preek houden in een dode taal die niet meer gesproken wordt zoals het Grieks of Latijn.
Met veel instemming las ik hierover een artikel van V. te R. in „De Saambinder" van 11 juni: „We zullen de grote werken Gods bij voorkeur in „onze taal" moeten verkondigen; zowel in de bespreking van de ondervinding, alsook in de prediking. Wij moeten „versleten" woorden niet met taaie volharding willen blijven gebruiken, omdat deze als zodanig het stempel van waarheid en betrouwbaarheid zouden geven. Anderzijds moeten we woorden die bepaalde begrippen juist weergeven, niet schuwen te gebruiken, omdat we voor „antiek" zouden worden aangezien. Dan zouden we ook vele bijbelse woorden niet meer kunnen gebruiken, want voor velen zijn deze in onze tijd onverstaanbaar geworden, omdat zo ver van Gods Woord wordt afgeleefd".
Spreek zijn taal
Over dit vraagstuk handelt het boek van dr. F. A. Schaeffer: „De God die leeft". Hij tracht de moderne mens te verstaan in zijn diepe nood om hem vanuit die nood verder te voeren naar het verlossende Woord Gods, Jezus Christus.
Ik meen daarom dat elke predikant dit boek moest lezen. De goede Herder ging het verloren schaap opzoeken in de wildernis. Zo zal ook een goede herder in deze tijd de verloren mens gaan opzoeken, naar hem willen luisteren om zijn diepe klacht op te vangen, want alleen als we het verloren schaap gevonden hebben, als we zijn roepen gehoord hebben, kunnen we het leiden naar de grazige weiden van Gods rust.
Dr. Schaeffer zegt over dit probleem van de overdracht van de bijbelse boodschap naar de moderne mens: „Als een woord niet méér is dan een orthodoxchristelijk cliché dat als een technische term onder de christenen gebruikt wordt, zullen we bereid moeten zijn het te vermijden, zodra we uit onze eigen beperkte kring stappen om met anderen te spreken. Wanneer daarentegen een woord, zoals het woord „God", onvervangbaar is, zullen we iedere keer duidelijk moeten maken wat we ermee bedoelen. Het gebruik van technische termen zonder voldoende definitie kan betekenen dat bij de niet-christenen de christelijke boodschap niet doorkomt.
Gaan we nauwkeuriger bekijken hoe we met de mens van de twintigste eeuw moeten spreken, dan willen we er eerst de nadruk op leggen dat hiervoor geen regeltjes bestaan. Aangezien we als christenen geloven dat de mens werkelijk persoonlijk is en dus dat de ene mens verschilt van elke andere, zullen we met ieder mens anders moeten spreken en kunnen we hiervoor slechts enkele algemene richtlijnen vaststellen. Ook kunnen wij dit niet in eigen kracht, maar moeten wij G o d en de Heilige Geest bidden onze woorden door te laten dringen" (Blz. 138).
Geen vlotte jongens
Wanneer wij de taal van de moderne mens moeten spreken, betekent dat beslist niet dat wij ermee klaar zijn, wanneer wij onze preken zouden doorspekken met hippe-uitdrukkingen en „de vlotte jongen" zouden uithangen.
De moderne mens heeft dat gauw genoeg door, dat we menen hem op deze goedkope manier te verstaan en bij hem in het gevlei willen komen.
De moeilijkheid zit veel dieper dan alleen maar een verschillend gebruik van woorden. W e zullen moeten induiken in heel de levensbeschouwing die erachter zit. Als de moderne mens merkt, dat wij die achtergronden van zijn denken en voelen mee kunnen beleven, dan wil hij naar ons luisteren en dan wil hij het ons ook wel vergeven, als we desondanks toch nog wel eens de „tale Kanaans" gebruiken. Hij is dan heus wel zo geduldig om te vragen, wat we met die termen bedoelen.
Dr. S. gaat juist in zijn boek in op die achtergronden. Daarom vraagt de lezing voor velen wel een behoorlijke inspanning. Maar het moet ook voor de goede herder een hele inspanning zijn geweest de wildernis in te trekken op zoek naar dat ene verloren schaap.
Onnozel
Ik wil één voorbeeld geven van vasthouden aan de „tale Kanaans" zonder bekommernis om het heil van de medemens.
U zult wel gemerkt hebben dat wij steeds de Statenvertaling gebruiken, behalve wanneer naar onze mening die vertaling niet duidelijk genoeg is voor onze r.-k. lezers.
Maar die enkele keer dat we dan de r.-k vertaling bezigden, was voor iemand al voldoende reden om zijn abonnement op te zeggen. Ik heb hem toen geschreven en hem twee voorbeelden genoemd.
1 In Hebr. 7:26 wordt van Christus gezegd dat Hij „onnozel" was. Dat woord betekende in de tijd dat de Statenvertaling tot stand kwam „onschuldig". Maar wanneer wij thans iemand „onnozel" noemen of zeggen dat hij niet zo „onnozel" moet doen, dan betekent dat „dwaas, dom of idioot". Iemand die niet met de S.V. is opgegroeid, moet dus wel vreemd opkijken, wanneer hij dat leest. Hij zal wel vermoeden dat wij Christus geen idioot willen noemen, maar hij weet niet wat het dan wel betekent. En als we het hem verklaard hebben, dan zal hij ons terecht niet begrijpend vragen: Maar waarom gebruiken jullie thans nog woorden uit het Nederlands van driehonderd jaar geleden, die nu een heel andere betekenis hebben? En er is alle kans dat hij zich van ons afkeert in de gedachte, dat wij alleen maar in het verleden leven en geen moed hebben om het heden te trotseren.
Slaaf
2 In Rom. 6:17 zegt Paulus, dat wij „dienstknechten der zonde" (S.V.) waren. In de tijd van de Statenvertaling lagen de sociale verhoudingen heel anders dan nu. Toen kon men zo maar niet zijn dienstbetrekking opzeggen zoals nu. Je was toen meestal evenzeer gebonden aan die dienstverhouding als een slaaf vroeger. Maar in onze tijd is dat heel anders. Wél moet je meestal een opzegtermijn in acht nemen van een week of een maand, maar overigens ben je op elk moment vrij om tegen je baas te zeggen: Ik houd ermee op.
Maar onze verhouding ten opzichte van de zonde is die van een gedwongen dienstbaarheid. Wij kunnen uit onszelf nooit onder dat juk van de zonde vandaan komen. De zonde heerst als een tiran over ons, en alleen door het soevereine ingrijpen van de genade Gods kunnen wij daarvan bevrijd worden en overgebracht worden naar het Koninkrijk van vrijheid en van liefde van de kinderen Gods.
Het Griekse woord „Doulos" dat hier staat, kan vertaald worden door „dienstknecht", maar ook door „slaaf". Zou ik dan de r.-k. vertaling hier niet mogen gebruiken, die inderdaad het woord „slaaf van de zonde" heeft? Dan is het voor een r.-katholiek toch veel duidelijker, dat we niet door eigen goede werken noch door boetedoeningen ons van die heerschappij van de zonde kunnen losmaken? Dan begrijpt hij veel beter wat Paulus daarmee bedoelde.
Heiligenverering?
Het antwoord was echter: neen! U behoort te allen tijde de Statenvertaling te gebruiken. Ik heb met de r.-katholieken niets te maken. De Statenvertaling is de enige door God gewilde vertaling in Nederland en elke andere vertaling is van de duivel. En dus handhaaf ik mijn opzegging van abonnement, zolang u niet wilt beloven nooit meer een andere vertaling te gebruiken, ook niet bij uitzondering. Dan vraag je je met verbazing af: Is dit geen magie? Zeker, ook ik houd van de Statenvertaling met zijn gespierde en gewijde taal. Maar als we dat zo ver drijven, dat we elke andere vertaling veroordelen, zelfs als die ter verduidelijking in bepaalde gevallen gebruikt wordt, dan zijn we dicht bij de afgoderij. Wat moeten we dan nog zeggen tegen de r.-k. heiligenverering? Werken ook wij dan niet met een Sint-Vertaling?
We geven onze zendelingen toch ook de vrijheid om een vertaling te gebruiken, die de mensen in West-Irian, in Indonesië, in Nigeria of waar ook, verstaan? „En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen" (Mk. 16:16).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
