Spraakverwarring over de genade
Een eerste voorwaarde voor een goed gesprek met elkaar is dat je weet wat de ander met een bepaalde term bedoelt. Anders praat je voortdurend langs elkaar heen.
Dat is ook het geval met het woord „genade". Ik geef drie verschillende betekenissen, die men aan dit woord kan hechten.
1. Volgens de officiële r.-k. opvatting is genade een door God ingestorte kracht, die mijn natuurlijke krachten die door de erfzonde enigszins verzwakt waren, versterkt, zodat ik daardoor in staat ben zulke goede werken te verrichten dat ik daardoor de hemel verdien.
Waarom wordt die ingestorte kracht dan nog genade genoemd? Omdat ik daar geen recht op heb. Die bovennatuurlijke kracht waardoor ik in staat wordt gesteld om de hemel werkelijk te verdienen, krijg ik alleen op grond van Gods barmhartigheid door bemiddeling van het sakrament van het doopsel of de biecht.
2. Volgens de Nieuwe Katechismus (en volgens protestantse theologen zoals nu pas dr. Wiersinga) is genade de vergeving van onze zonden, zonder dat de straf van de zonden wordt uitgeboet. God laat dan de zonde voor wat ze is. Hij ziet door de vingers en praat er verder niet over.
De manier waarop wij die vergeving deelachtig worden, is het berouw. Wij bieden God onze verontschuldiging aan en zeggen Hem dat het ons heel erg spijt.
Die vergeving wordt dus niet ons deel doordat de uitboeting van onze straf door Jezus Christus is geschied en doordat die uitboeting ons wordt toegerekend langs de weg van het geloof.
3. Volgens de orthodoxe reformatie (en, naar onze diepste overtuiging, volgens de Bijbel) is genade de goedgunstige gezindheid Gods, waardoor Hij in louter erbarmen Zijn Zoon zond om in onze plaats de straf voor onze zonden uit te boeten. Die genade wordt ons deel doordat die uitboeting van onze straf ons van buiten af, langs de weg van het geloof, wordt toegerekend.
Om het nog korter te zeggen:
1. Genade is een onverdiende — daarom wordt ze genade genoemd — bovennatuurlijke kracht, waardoor we in staat worden gesteld de hemel te verdienen. 2. Genade is vergeving van onze zonden door God zonder dat de straf wordt uitgeboet — daarom wordt ze genade genoemd — die ons deel wordt, wanneer wij, op grond van Gods bereidheid om ons te vergeven, berouw hebben over onze zonden. 3. Genade is Gods goedgunstigheid over ons, die als enige grond heeft de uitboeting van onze zondestraffen door Jezus Christus en die goedgunstigheid Gods wordt ons deel enkel langs de weg van het geloof en niet op grond van enig werk van onze kant, ook niet van ons berouw — daarom wordt ze genade genoemd. Dat deze laatste opvatting de enige bijbelse is blijkt o.a. uit: „En indien het uit genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer" (Rom. 11:6).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
