DE WANHOOP IN DE KUNST
In De Nieuwe Linie van 11 april 1970 stond een artikel: ..Driedimensionale tableaux van Kienholz in Amsterdam — Kunst om misselijk van te worden", schrijver: Jan Juffermans.
In het Stedelijk Museum was een tentoonstelling ingericht van uitbeeldingen door de Amerikaanse kunstenaar Edward Kienholz. Het geraffineerde van die opstelling en uitvoering bestond daarin dat je er niet zo maar aan kon voorbijlopen, maar er zelf direkt bij betrokken werd. „Een schilderij bijt niet; een toeschouwer denkt er zelfs vaak aan het te kopen. Erger, veel indringender werkt die thematiek (= datgene wat het schilderij tot ons zeggen wil. H.J.H.) op ons in, als een tafereel zo gemaakt wordt, dat we ons er tussen kunnen begeven. De mogelijkheid tot identificatie (= vereenzelviging van jezelf met de uitgebeelde figuren. H.J.H.) met hetgeen men ziet (of beter: ervaart) wordt niet alleen groter, maar komt ook letterlijk in een andere dimensie". Aldus Juffermans.
Maar, zo vervolgt hij, je kunt alleen maar misselijk uit die tentoonstelling vandaan komen, „want het werk van deze 43-jarige Amerikaan confronteert u (= stelt u oog in oog met… H.J.H.) zo nadrukkelijk met de enorme zwijnepan die men er op de aardbol van gemaakt heeft, dat een gevoel van walging niet te onderdrukken is. Hij geeft verschillende voorbeelden. Bij de ingang van een bordeel „staat de bordeelhoudster: een levensgroot gedrocht, gekleed in stinkende oude-vrouwekloren die zijn gedrapeerd op een standaard van een etalagepop: haar hoofd is een varkensschedel onder een pruik".
Een andere vrouw in dat bordeel is een pruik op een emmer. Doet men de deksel open, dan ziet men onderop de deksel met grote letters staan: LOVE (liefde). Inderdaad afschuwelijk.
Kienholz spuit vanuit zijn afbeeldingen een keiharde kritiek op de maatschappij op de toeschouwers af. Maar daarnaast toont hij soms „een zeldzaam gevoel voor poëzie; al is het ook hier de poëzie van de wanhoop. Schrijnend mooi is bijvoorbeeld „The waiting"; het wachten van een oude vrouw op haar dood, omgeven door herinneringen, verlaten door alles". „Diezelfde eenzaamheid tekent de vrouw die op het punt ligt een kind te baren. Een wonderlijk mooi gezicht, uitstekend gevisualiseerd door een fontein van ongerept licht die uit haar buik omhoog schiet… Naast de vrouw ligt een brief van dat stuk onbenul van haar man die schrijft op dit moment geen tijd te hebben".
Als je dit alles leest, denk je vanzelf aan de goede Herder, aan Jezus, die zulk een diep medelijden had met de massa. Wat moet Hij ook thans niet bewogen zijn om deze wanhopigen! En wat moet Zijn geestelijk lijden diep zijn geweest, daar Hij immers al dit walgelijke van onze zonden gedragen heeft.
Kienholz probeert de mens te ontmaskeren in zijn geheimste bedoelingen. Hij nodigt je uit naar vunzige dingen te kijken en ineens houdt hij de toeschouwer een spiegel voor, zodat hij zichzelf kan herkennen als de gluurder, als iemand die misschien al zedeprekend de veroordelende vinger heeft opgeheven over zoveel schunnigs, maar die er toch ook plezier in had om het allemaal te bekijken en althans een stuk van die schunnigheid meedroeg in zijn ziel.
Er wordt wel eens bezwaar gemaakt tegen de zondagen van de Heidelbergse Katechismus over de ellende van de mens. Maar op zulke tentoonstellingen wordt die ellende zo diep en breed getekend, dat je je eerder zou afvragen: Had de Heidelbergse Katechismus niet nog wat méér over die ellende moeten uitweiden?
Ik dacht ook aan ons, protestanten, Is het niet verschrikkelijk dat wij zoveel tijd verdoen met diskussies over kinderdoop of volwassendoop, over doop op grond van de veronderstelde, de vastgestelde of de beloofde wedergeboorte, enzovoort.
Broeders en zusters, als u deze wanhoop hoort van zovelen in nood, gaat er dan niet een bewogenheid door u heen? Wij weten toch immers, dat Christus alleen deze eenzamen kan redden, vertroostend in hun (in ons) korrupte leven wil verschijnen. Laten wij dan toch deze levende Christus verkondigen en elke onderlinge nodeloze diskussie opgeven. De wereld neigt naar de ondergang, de anti-christ is in opmars. Laten wij Christus tegemoet gaan en Hem verkondigen als het licht der wereld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
