In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ONDER DE LIJN VAN DE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONDER DE LIJN VAN DE

7 minuten leestijd

Eindelijk is de Nederlandse vertaling verschenen van het boek van dr. F. A. Schaeffer bij uitg. Buijten & Schipperhein Amsterdam (199 blz. 10,—; kan ook bij ons besteld worden). Titel: „De God die leeft", ondertitel: „Bijbels christendom in de twintigste eeuw".

Het begint zo: „De tegenwoordige breuk tussen de generaties is vrijwel geheel het gevolg van een verandering in opvatting omtrent het begrip waarheid". „Jonge mensen worden in christelijke gezinnen opgevoed binnen de oude vertrouwde christelijke kaders. Later krijgen ze opeens te maken met de kaders en het denkpatroon van de moderne wereld. Zij raken in verwarring… Verwarring leidt tot verbijstering en voor zij het weten, zijn ze overweldigd".

De boodschap voor de wanhopigen

Volgens Schaeffer is de mens die het moderne denken heeft aanvaard, tot bestaanswanhoop geraakt.

Vroeger meenden de filosofen de gehele werkelijkheid vanuit een gesloten denksysteem onder de knie te hebben. Ze meenden al het bestaande te kunnen overzien en te beheersen met hun begrippen en stellingen.

Maar thans is men tot de ontdekkinggekomen dat we met onze redeneringen wél een cirkel om ons heen kunnen trekken, maar dat die cirkel niet heel het bestaande, zelfs niet de kern van het bestaan, omvat. Daardoor voelt men zich gevangen binnen de cirkel van zijn eigen redeneringen. En dat maakt de moderne mens wanhopig. Hij wil uit die cirkel breken en doorstoten naar dat andere, naar dat eigenlijke, naar wat? naar het oneindige?

Misschien. Maar dan niet het oneindige als een samenvatting van al het rationele, als een noodzakelijke konklusie uit redeneringen, als een oceaan, waarin de rivieren uitmonden.

Want de moderne mens heeft ook een andere ontdekking gedaan nl. van het tekort van ons redeneervermogen. Een van de grondbeginselen waarop heel de redeneer-filosofie van vroeger steunde, was dit eenvoudige beginsel: „Iets wat is, kan niet tegelijk niet-zijn". Maar men heeft gezien dat dit beginsel dat volkomen logisch lijkt, toch niet altijd blijkt op te gaan en in elk geval dat het in vele gevallen een dood beginsel is, dat machteloos staat toe te kijken naar de bloed-werkelijke raadsels van het voorbijstromende leven.

Deze ontdekking is ontzettend, „het is een voorproef van de hel. Vele van onze meest gevoelige mensen zijn ontredderd" (p. 52).

Dichter bij het Evangelie

„In zekere zin zou het christendom er zich over moeten verheugen dat er zovelen zijn die zich bewust zijn van hun positie onder de lijn van de wanhoop. De christen zou er dankbaar voor moeten zijn dat hij, wanneer hij met deze mensen spreekt, de optimistische antwoorden die in strijd zijn met de werkelijkheid en geen basis hebben, niet stuk voor stuk behoeft te weerleggen. Want het christendom is realistisch, niet romantisch" (p. 51).

„In deze situatie die zo duidelijk schreeuwt om de oplossing welke alleen het bijbels christendom kan geven, schijnen we te falen. Dit kan niet komen, omdat we geen kansen hebben; de mensen denken immers in de richting van het Evangelie, als zij geloven dat de mens dood is; dood in de zin van: zonder betekenis. Alleen het christendom geeft hier een verklaring: hun opstandigheid heeft de mensen van God gescheiden en hierdoor is het leven zinloos en zonder betekenis" (p. 53).

Vlucht uit de machine in de mystiek

Op grond van het rationalistische denken moeten we zeggen dat de mens enkel machine is, in wezen niet verschillend van de computer die de gegevens machinaal verwerkt. De mens is in vergelijking daarmee een verfijnde, een levende machine.

Maar er is iets in de mens dat er zich tegen verzet dat hij alleen machine zou zijn. De mens wil loskomen uit die gevangenis van een rationalistische omheining. Hij probeert dat langs de weg van een „existentiële ervaring" die alleen maar ervaring is, zonder inhoud. Dat is de moderne mystiek die door Schaeffer genoemd wordt: „wanhoop, dieper dan wanhoop", „een mystiek, gericht op het Niets" (p. 63).

Vandaar ook: „Het overweldigend verlangen naar een irrationele ervaring is de voornaamste oorzaak van het gebruik van verdovende middelen in onze tijd. Werkelijk gevoelige mensen gebruiken de verdovende middelen tegenwoordig niet als een ontsnappingsmiddel. Integendeel, zij hopen dat ze door het gebruik van drugs de werkelijkheid van iets zullen ervaren, dat hun leven zin kan geven" (p. 30).

De nieuwe theologie probeert op haar manier aan dat irrationele verlangen van de wanhopige mens tegemoet te komen. „Er zijn jonge mannen en vrouwen die terecht ontevreden zijn over de stoffige, saaie, in zichzelf gekeerde orthodoxie die slechts welbekende frases en clichés laat horen. De nieuwe theologie klinkt hun levend in de oren en zo raken zij gevangen. Maar die prijs die zij moeten betalen voor wat diep-geestelijk lijkt, is hoog" (p. 66).

Onfeilbaar, want onkontroleerbaar

„In het christendom is de waarde van het geloof afhankelijk van de zaak waarop het gericht is. Het is daarom naar buiten gericht, op de God die bestaat en de Christus die in de geschiedenis aan het kruis stierf, die zó de verzoening tot stand bracht en op de derde dag waarlijk uit de dood opstond. Dat maakt het christelijk geloof open voor verificatie (d.i. men kan kontroleren of het waar is).

Maar bij de moderne theologie is het geloof naar binnen gericht, omdat er geen bepaald objekt is en de prediking slechts onfeilbaar is, omdat het rationeel niet te controleren is .. Deze situatie is misschien een toestand van grotere wanhoop dan die van de moderne mensen die zelfmoord plegen" (p. 71).

Een harde liefde

Tenslotte geef dr. Schaeffer aan, hoe wij de moderne mens de innerlijke tegenstrijdigheid van zijn denkhouding moeten aantonen. Hij zegt echter dat we dat met veel takt en liefde moeten doen, want het is verschrikkelijk, wanneer iemand in de afgrond van zijn eigen leegte moet kijken.

„Waar halen we de moed vandaan om de mensen zó aan te pakken? Alléén omdat het christelijk geloof waar is! Wanneer we er niet van overtuigd waren dat het om de absolute waarheid ging, zou een dergelijke bejegening zeer wreed zijn. Maar als het waar is dat de mens met wie ik spreek, gescheiden is van God en verloren voor nu en altijd, dan moet men de moed hebben om dit te zeggen, ook als er sommigen zijn die desondanks de waarheid niet willen aanvaarden en er dan nog erger aan toe zijn dan vóór we met hen spraken". „Als er werkelijk een christelijke verlossing is (en niet de „verlossing" van de moderne theologie), dan is er ook een verloren-zijn".

Toen ik de mensen zo begon te benaderen, vroeg mijn vrouw: 'Ben je niet bang dat er een zal zijn die zelfmoord zal plegen?' Enige tijd later deed een meisje inderdaad een poging tot zelfmoord. Gelukkig stierf zij niet en bekeerde zich later. Maar zelfs al zou zij gestorven zijn, dan nog zou ik, hoe bedroefd ik ook geweest zou zijn, ermee door zijn gegaan" (p. 148).

Ik, ellendig mens!

U zult intussen begrepen hebben, dat dr. Schaeffer eigenlijk niets anders doet dan de oude methode van de Heidelberger beoefenen nl. om de moderne mens via de kennis van zijn ellende te brengen naar de verlossing in Jezus Christus en het leven der dankbaarheid in de liefde. Maar hij doet dat op een enorm ingrijpende wijze. In deze zin zouden we hem moeten rekenen tot de zwaarste onder de „zware" dominees. Hij is zich daar ook van bewust, want hij schrijft: „Hoe nauwkeuriger we te werk gaan bij de „verwijdering van het dak" (= d e intellektuele zelfbescherming die de mens boven zijn hoofd gebouwd heeft. H.J.H.), hoe ongelukkiger die man zich zal voelen die het christelijk antwoord verwerpt. Wij moeten het feit accepteren dat de mens die het Evangelie verwerpt, er ellendig aan toe zal zijn. Daarbuiten is het donker".

Maar in Christus, zo vertelt Schaeffer dan ook met gloed, is het licht, het eeuwige licht en het eeuwige leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONDER DE LIJN VAN DE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's