NAAR WELKE KERK?
Een ontroerende klacht van een ex-rooms-katholiek
„In uw circulaire, waarin u de abonnees van onze plaats benaderde met de vraag, of zij lid wilden worden van een aktie-comité I.R.S., staat een vraag naar de kerk waartoe men behoort, en naar de naam en het adres van de predikant van die kerk. Ik moet daarop antwoorden, dat ik niet tot welke zichtbare kerk dan ook behoor. Dit zeg ik niet uit hoogmoed, noch met spijt.
Ik behoorde tot 1960 tot de r.-k. kerk; had inmiddels de Bijbel ontdekt, uw editie „In De Rechte Straat" bij vrienden vele malen gelezen en kon toen met blijdschap deze kerk verlaten. Ik tracht sindsdien als christen door het leven te gaan met als leiddraad de Bijbel.
Dat ik mij niet bij een reformatorische kerk heb aangesloten, heeft wellicht tot reden dat ik geen keus kon maken en thans zou ik het helemaal niet meer weten. Als men tegenwoordig naar een kerk toegaat, welke voorganger durft of wil dan nog het Evangelie van onze Here Jezus Christus te prediken? Men wil een volle kerk, dus brengt men wat het kerkvolk wil horen!
Natuurlijk zullen er nog wel voorgangers zijn die het ons durven vertellen, maar zij zijn met een kaarsje te zoeken. Begrijpt u mij goed: ik heb geen hekel aan kerken of aan voorgangers; nogmaals, ik tracht als christen te leven, maar ik ga niet naar een kerk om mij te moeten ergeren, dan wel na afloop te moeten zeggen: zonde van de tijd.
Uit de gegevens welke ik uit uw editie I.R.S. haal, een uitgave in deze tijd die fijn en opbouwend is, geloof ik niet geschikt te zijn als lid van een aktie-comité. U dankzeggend voor uw uitnodiging, wil ik deze brief beëindigen met Ef. 6:23-24: „Vrede zij de broeders en liefde met geloof, van God, de Vader en van de Here Jezus Christus. De genade zij met allen die onze Here Jezus Christus onvergankelijk liefhebben".
ONS KOMMENTAAR:
Er zijn gelukkig nog heel wat predikanten die het Evangelie durven vertellen, die ook de zonden van de kerkgangers met de vinger van Gods Woord durven aanwijzen. Maar er zijn heel weinig predikanten die de zonden van hun kerk als geheel durven aanwijzen. Dikwijls krijg ik de indruk dat wél de afzonderlijke kerkleden opgeroepen worden tot nederigheid, maar niet de kerken zelf Individueel superioriteitsgevoel wordt veroordeeld, maar kerkelijk superioriteitsgevoel niet. Wij preken dat de afzonderlijke mensen bij ruzies allereerst de schuld bij zichzelf moeten zoeken, maar als kerken zoeken wij bij onenigheid dikwijls allereerst de schuld bij de anderen.
Hoe is de reaktie van de kerken op deze klacht van H.v.B.? Misschien: waarom verwijst Ds. Hegger hem niet naar onze kerk? Onze kerk is immers de meest zuivere en als H.v.B. zich toch niet bij ons thuis voelt, dan ligt dat aan hem, maar NIET AAN ONS!
Laten wij ons ook als kerken voor God verootmoedigen en onze schuld en vele tekortkomingen ernstig belijden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
