In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

LOURDES

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LOURDES

Onze Lieve Vrouw Bauraing.

9 minuten leestijd

Wij publiceren thans het antwood van de heer Joosten op ons betoog in het januarinummer. Hier en daar onderbreek ik even de tekst voor een korte opmerking, maar laat mijn eigenlijke antwoord aan het slot volgen.

De heer Joosten:

In zijn antwoord op mijn vraag naar de protestantse visie op Lourdes, schrijft ds. Hegger: „We willen ons niet verdiepen in de vraag of de wonderen van Lourdes echt zijn geweest of niet". Ja - maar dat is nu juist de kwestie! Echte wonderen zijn immers altijd een bevestiging geweest van de waarheid.

Onze opmerking: De Bijbel noemt de prestaties van de Egyptische tovenaars ook echte wonderen, maar wonderen die door demonische machten tot stand kwamen.

Dhr. Joosten: Wat zou het leren van Christus betekend hebben, zonder de bewijzen van Zijn Zending, door Zijn wonderen? Als in Lourdes de wonderen zonder meer uitgeschakeld worden, wordt heel die geschiedenis van die verschijningen maar een kinderverhaaltje.

Als er twijfel bestaat of de wonderen die verricht werden door de Egyptische tovenaars wel uit God waren, dan wil dat toch nog niet zeggen, dat daarom andere wonderen ook niet uit God zouden zijn. Dit klemt voor Lourdes te meer, omdat de tovenaars zelf de wonderen deden, doch in tegenstelling hiermede heeft Bernadette zelf nooit wonderen verricht. Die wonderen zijn allemaal buiten haar om gebeurd, hetzij door gebruik van het wonderdadige bronwater, hetzij door zegeningen in de processies, of anderszins verband houdend met Lourdes.

De kerkelijke overheid, die allerminst was ingenomen met wat het herderinnetje Bernadette was overkomen, is moeten zwichten voor het bewijs van de "verschijningen, door de wonderen.

Omtrent de erkenning van die wonderen gelden strenge bepalingen.

1. Het moet een ziekte of toestand betreffen, die door een dokter voor beslist ongeneesbaar wordt gehouden.

2. De genezing moet plotseling geschieden. Dus een langzaam genezingsproces komt niet in aanmerking.

3. De genezing moet blijvend zijn, zodat elke vorm van suggestie of iets dergelijks uitgeschakeld wordt.

Verder heeft elke dokter het recht de oorzaak en verloop van de ziekte nog na te gaan in de dossiers van het Bureau des Consultations. Talrijke foto's van voor en na de genezing staan voor de leken ter beschikking.

Al deze feiten zonder meer te veronachtzamen is niet mogelijk.

Zou hier een oplossing gezocht kunnen worden, dat er een boze geest in het spel zou kunnen zijn? Maar de verschijning heeft aangedrongen op boete en bekering. Op aanwijzing van de verschijning is door het krabben op een bepaalde plek in de grot, de wonderbare bron ontstaan, die er nog steeds is en aan duizenden genezing, moed en opbeuring heeft gebracht. Zou een boze geest opdracht kunnen geven om een kerk te bouwen?

Onze opmerking: We kennen toch de uitdrukking: „Waar God een kerk bouwt, bouwt de duivel een kapelletje naast". Het interesseert de duivel niet of we mét of zonder godsdienst, als kerkelijke of onkerkelijke, leven, mits we maar niet tot echte bekering, tot waarachtig levend geloof in Christus komen. Tegenover religieus aangelegde mensen zal hij zich liever voordoen in de gedaante van de „engel des lichts", zodat ze met een ingebeelde hemel toch naar de hel gaan. Vergeet niet: het is niet de godsdienst die ons het eeuwige leven schenkt, maar alleen de geloofsgehoorzaamheid aan het Woord Gods, de persoonlijke, ootmoedige en vertrouwvolle overgave aan Jezus Christus als onze enige en volkomen Zaligmaker.

Dhr. Joost en: Resten dan de bewijzen die de Bijbel geeft, dat Lourdes niet uit God kan zijn. Vooreerst zal iedereen het er mee eens kunnen zijn, dat teksten nooit volle zekerheid kunnen geven, om de doodeenvoudige reden dat er bij elke tekst interpretatie mogelijk is.

Onze opmerking: Inderdaad, afzonderlijke teksten zijn vaak voor verschillende interpretatie vatbaar, maar niet het geheel van de Bijbel. Daarin wordt voldoende duidelijk verkondigd, wat wij moeten doen om zalig te worden, om het eeuwige leven te beërven. Het zou een belediging zijn voor God, wanneer wij beweren dat uit Zijn Boek zelfs de wezenlijke bedoeling niet duidelijk zou zijn.

Dhr. Joosten: Als ds. Hegger zegt dat de Bijbel nergens zegt dat boete Gode welbehaaglijk zou zijn, zou ik toch willen wijzen op de talrijke feiten van boete in het oude en het nieuwe testament. Overbekend is de boete van David en het gebruik van het scheuren der kleren en het strooien van as op het hoofd. En heeft in het nieuwe testament de goede moordenaar niet openlijk boete gedaan, door zijn lijden te aanvaarden?

Onze opmerking: Inderdaad komt de boete meerdere malen voor in de Bijbel, maar dan als uiting van innerlijke verbrokenheid en van berouw en niet als een poging om daardoor onze zonden voor God uit te boeten. De grondgedachte van de Bijbel is juist dat wij, zondige mensen, nooit onze zonden voor God kunnen uitboeten; daarvoor was juist het offer van Gods Zoon nodig en zó heeft God zijn barmhartigheid getoond jegens zondaars die anders voor eeuwig verloren zouden gegaan zijn.

Dhr. Joosten: En het bevel om een weinig gras te eten, zou dat wel de betekenis hebben om de mens te verlagen tot een rund? Dat graseten symboliseerde de boete. Eten wij allen geen groente, die ook door het vee genuttigd wordt? We kunnen toch niet zeggen dat we tot konijnen gedegradeerd worden als we bv. worteltjes eten.

Onze opmerking: Het eten van gras wordt door de Bijbel zelf als een verlaging tot de staat van het dier gezien. Nebukadnezar werd vanwege zijn hoogmoed uit de gemeenschap van de mensen gestoten; hij kreeg gras te eten als de runderen (Daniël 4:28-33).

Dhr. Joosten: Maria was de dienstmaagd des Heren. Maar zij was ook: de gezegende onder de vrouwen, namens God door de engel verkondigd. En in haar lofzang zeide Maria: van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen. En dat heeft ze heus niet uit hoogmoed gezegd, doch op Gods aanwijzing.

Onze opmerking: Inderdaad, Maria was een ootmoedige, gelovige vrouw. Zij kan echter met die woorden niet bedoeld hebben, dat men haar na haar dood zou gaan aanroepen en met religieuze eer omringen. Zulk een religieuze verering van mensen, zeker van gestorvenen, was volkomen onbekend, en zelfs verboden, in het Israël van die dagen. Als Maria dat zo bedoeld zou hebben, dan zou daar zeker een sterke reaktie tegen zijn ontstaan. Waarom zouden we die zaligspreking niet moeten verstaan in die zin, waarin wij iemand gelukkig noemen, die veel meevallers heeft gehad in zijn leven, nooit ziek is geweest, gelukkig getrouwd enz. En in de Bijbel komen wel meer dergelijke zaligsprekingen voor; denkt u maar aan de zaligspreking van de Here Zelf: Zalig de armen van geest; zalig zij die treuren, enz. Zo noemen wij ook Maria zalig, omdat zij zozeer begenadigd werd met deze zoon, de beloofde Messias der eeuwen. Ja, wat een geluk moet dat voor haar betekend hebben! In die zin prijs ook ik die behoor tot een van de geslachten van de twintigste eeuw, haar zalig.

Dhr. Joosten: Het verschil tussen de versie van ds. Hegger en mij is dus, dat ds. Hegger de wonderen onbelangrijk vindt, en ik voor mij twijfel heb aan de juiste interpretatie van de teksten. Wat de rozenkrans betreft, deze is tijdens een verschijning aan de H. Benedictus als gebedsvorm aanbevolen, wat betreft het eerste gedeelte. De kerk heeft er later de er op volgende smeekbede toegevoegd.

Rest nog er op te wijzen, dat Lourdes niet alleen staat in wonderbare verschijningen. Van onze tijd zijn de verschijningen te Fatima in 1918 overbekend. In die verschijning werd de volgende oorlog voorspeld. Het daar gebeurde zonnewonder is door 50.000 toeschouwers in angst en ontzetting beleefd. Verder wil ik nog wijzen op de wonderbare dingen ondervonden door Cathérine Labouré, door de kinderen te Beauraing en Banneux, en door dat wenende beeldje van Syracuse waarvan onbevooroordeeld verteld wordt in het boek „Wandelingen door Rome" van Godfried Bomans.

Zonder twijfel zullen de meeste lezers van „In de Rechte Straat" onwennig staan, tegenover het onderwerp van discussie. Bij voorbaat alles afwijzen is echter logisch niet verantwoord. Ook hier geldt: onderzoekt alle dingen en behoudt het goede.

J. Joosten, Oudewater

Onze slotopmerkingen:

Mijn bezwaar, ook tegen deze nieuwe uiteenzetting van dhr. Joosten blijft, dat hij de wonderen te veel als „bewijzen" hanteert. Dat deed Jezus ook niet. De wonderen worden in de Bijbel voortdurend „tekenen" genoemd, d.w.z. heenwijzingen, aanduidingen van iets, van Iemand anders. Wij zullen dus steeds moeten onderzoeken, waar die wonderen vandaan komen, in welke richting ze wijzen.

Die Egyptische tovenaars konden die wonderen niet uit zichzelf verrichten. Ze waren bovenmenselijk, maar het was duidelijk dat ze niet uit God, maar uit de duivel stamden.

We zien deze polemiek ook tussen Jezus en de joden. Zij verwijten Hem ook dat Hij zijn wonderen zou verrichten met behulp van de duivel. Zie bv. Luk. 11:14-27. Maar Jezus antwoordt hen: „Gij hebt de duivel tot vader" (Joh. 8:44).

Jezus verwijt de joden dat zij zijn wonderen hebben gezien, maar niet verder hebben gedacht in de richting waarheen deze tekenen wezen, nl. Zijn eeuwige goddelijkheid. Het was heel het serene leven van liefde, dat Jezus tentoonspreidde, en vooral ook Zijn machtige verkondiging van het eeuwige leven, dat voor hen de beslissing had moeten betekenen. Daardoor hadden ze aanbiddend voor Zijn voeten moeten vallen en Hem als hun Zaligmaker en Verlosser moeten aanvaarden. Ze hebben dat echter niet gewild. Ze hebben zich verhard in hun eigen hoogmoedige standpunt.

Dat een verschijning oproept tot boete, is heel gewoon in allerlei andere wereldgodsdiensten. Ga ook maar eens kijken in de kloosters van de boeddhisten. Wat een ascese, wat een boetedoening en zelfkastijding!

Deze verschijning te Lourdes heeft echter niet opgeroepen tot bekering in de bijbelse zin ,tot ootmoedig vertrouwen in Jezus Christus alleen. Zij heeft de naam van Jezus Christus niet eens genoemd. Wel heeft ze opgeroepen om ter ere van Maria een kapel te bouwen, zich dus heen te keren naar een gestorvene.

Ik stel voor om hiermee de gedachtenwisseling over Lourdes te beëindigen. Ik ben het geheel eens met de slotopmerking van dhr. Joosten: „Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede". Wanneer wij dat in biddend vertrouwen en oprechtheid des harten doen, dan zal de Here ons zeker dieper inleiden in Zijn heerlijkheid.

Zie ook het artikel: „Een ander soort denken".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

LOURDES

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's