In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Maar de Heer zal UITKOMST geven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Maar de Heer zal UITKOMST geven

5 minuten leestijd

Ps. 42:5 ber.

Dinsdagmorgen. Mevr. Velema aan de telefoon: „Mijn man ligt met griep en hoge koorts in bed. De dokter heeft gezegd dat hij morgenavond niet in Velp kan spreken. Erg spijtig". Ja, dat vonden wb ook, maar we hadden er alle begrip voor. Dokters wil is wet in zo'n geval. Hoe zouden we op zo korte temijn nog een plaatsvewanger vinden? Ik belde pmf. Velema: „Wilt u broederdienst verrichten?". Antwoord: „Ik zou het graag doen, maar B moet morgenavond in Dronten spreken".

Toen drs. Noordegraaf in Ede: „Het spijt me, maar ik moet morgen de kerkeraadsvergadering voorzitten". Toen ds. Glashouwer; oak verhinderd.

Wat nu? Het was ook wel te verwachten dat het heel moeilijk zou zijn, want welke predikant heeft zo maar een avond vrij door de week?

Ineens herinnerde ik md dat ik juist die morgen in Trouw had gelezen dat ds. Maris niet in Kameroen was toegelaten. Misschien zo dacht ik - heeft daardoor de beschikking gekregen over avonden die niet direkt gebonden zijn. En inderdaad, het lukte. „Ik heb het wel erg druk - zo antwoordde ds. Maris - maar ik voel my tach verpllcht u uit de nood te helpen". En … het werd een prachtige avond. Ik kree.e bovendien zelfs de beschikking over een artikel dat ook in Getrouw zal verschijnen, waarin iets meer wordt verteld over de achtergronden van het incldent in Kameroen. En dat artikel past goed m dit nummer, waar we wat meer zijn ingegaan op de kwestie van de Wereldraad van Kerken en de Raad van Kerken in Nederland.

OECUMENISCHE TERREUR in Kameroen

Toen ds. J. C. Maris in januari jl. op uitnodiging van de Orthodoxe Presbyteriaanse Kerk naar Kameroen (Afrika) reisde om de synode van die kerk te bezoeken werd hij niet in het land toegelaten. Van de zijde van de ambassade in Brussel was geen enkel bezwaar gemaakt; zelfs werd gezegd dat voor een kort bezoek een visum niet noodzakelijk was. Maar de beambten in Kameroen waren onverbiddelijk. Men vroeg nadrukkelijk welke kerk het bezoek gold en toen de naam werd genoemd, werd gezegd: dan mogen wij u niet toelaten, u moet onmiddellijk terug. Geen protest hielp. ook een gesprek met het hoofd van de politie was vruchteloos. Ds. Maris stond er op, de reden van zijn uitwijzing te vernemen. Het antwoord was: „wij hebben instructies van de president om niemand het land binnen te laten, die deze kerk wil bezoeken".

De achtergrond

Vanwaar dit verbod? Het heeft natuurlijk een voorgeschiedenis. De Presbyteriaanse Kerk van Kameroen besloot in 1967 tot een fusie met twee andere kerken. Een aantal predikanten en ouderlingen had daar al enkele jaren bezwaar tegen gemaakt. Als bijbelgelovige christenen wilden zij niet worden opgenomen in een onheilig verbond met een kerk die de laatste 20 jaar vrijzinnig was in haar theologie.

Wegens dit protest hadden zij reeds allerlei vervolging ondervonden van de zijde van de kerkelijke leiders die ook regeringsinstanties wisten te beinvloeden. Sommige van de bezwaarde predikanten werden meedogenloos afgeranseld door soldaten. Zij werden uit hun zelf gebouwde kerken verdreven; de predikanten met hun gezinnen moesten hun pastorieën verlaten. Ouderlingen die werkten in kerkelijke instellingen, werden om hun nietoecumenische gezindheid ontslagen. Onder pressie van de Amerikaanse zendingsorganisatie werd in 1966 besloten de theologische opleiding te verenigen met die van de beide andere zogenaamde Gereformeerde kerken. In 1967 volgde de vereniging van de kerken zelf. De bezwaarden hadden dit lang zien aankomen en waren erop voorbereid. 43 kerken met hun ouderlingen stonden achter hen. Zij besloten te blijven wat zij waren en niet met de vereniging mee te gaan.

Vervolging

Toen kwamen de moeilijkheden - allerlei pressie van de zijde der regering, onder oecumenische invloed. Twee vertegenwoordigers van de Internationale Raad van Christelijke Kerken werden in januari 1967 het land uitgezet, nadat ze daar op verzoek van de voortgezette kerk waren gekomen. De commissaris van politie die de uitwezing leidde, was zelf ouderling in de plaatselijke Presbyteriaanse kerk, die met de fusie was meegegaan. Het Amerikaanse consulaat ter plaatse kon niets doen. Een reden voor de uitwijzing werd niet gegeven.

De druk werd al zwaarder. In februari 1968 bevonden zich 9 predikanten en 94 gemeenteleden in de gevangenis. Andere berichten spreken van omstreeks 2000 arrestaties. Ds. L. Paul Moore, die meer dan 40 jaar als zendeling in Kameroen had gewerkt, mocht het land niet meer in.

Een delegatie van de afgescheiden kerk zocht herhaaldelijk toegang tot de president om een antwoord te krijgen op hun verzoek om erkenning. Na de tweede vergeefse poging werden sommigen van hen door de plaatselijke autoriteiten geslagen en gevangen gezet, omdat ze niet vla de normale kanalen getracht hadden de president te bereiken

Eindelijk werd de vrijheid verkregen. Dat was 18 februari 1970. Maar - alle vroegere bezittingen werden toegewezen aan de oecumenische kerk. Ondanks alle leed en onrecht schrijft de secretaris van de voortgezette Presbyteriaanse kerk, nadat hij twee ellendige jaren in de gevangenis heeft doorgebracht: „lk dank God dat Hij mij waardig geacht heeft zulke vervolgingen te verdragen terwille van Zijn Naam. Ik kan u zeggen dat het lijden, de pijn, de verdrukking en de daarmee gepaard gaande armoede voor mijzelf en mijn gezin ertoe geleid hebben dat ik God heb leren kennen zoals ik het voorheen niet heb ervaren… Doordat ik alles wat vijanden mij hebben aangedaan, moest ondervinden, reeds voordat ik in de gevangenis kwam, en tijdens mijn verblijf daar, en vooral in de tijd dat ik zo ernstig ziek in het ziekenhuis lag, is mijn kennis van de geestelijke strijd zo reëel geworden - het is alsof ik de satan hier vóór mij zie staan…" Intussen blijkt in de uitzetting van ds. Maris, dat al het mogelijke wordt gedaan om deze spelbrekers op het eenheidsfeest te isoleren van de gemeenschap met andere gelovigen.

De oecumene kent slechts verdraagzaamheid naar één kant. En dat is niet iets nieuws.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Maar de Heer zal UITKOMST geven

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's