In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

RAAD VAN KERKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RAAD VAN KERKEN

4 minuten leestijd

De Raad van Kerken heeft een proeve van beginselverklaring uitgegeven. Deze beginselverklaring is - wat overigens te verwachten was - wel bijzonder vaag.

Maar temidden van die vaagheid wordt toch nog duidelijk genoeg aangestuurd op de humanistische christologie van Teilhard en Chardin. We lezen: „Zij (de kerken in de Raad verenigd) belijden dat God de wereld heeft geschapen tot het Verbond, tot de beleving van het menselijk bestaan als een samen-zijn met Hem, - dat Christus … de vervulling is van dat Verbond". In deze formulering herkennen we heel goed de terminologie van de secretaris van de Raad van Kerken, dr. Fiolet (r.-k.), die hij in zijn verschillende boeken bezigt.

Er wordt niet gesproken over zondeval, die Gods oorspronkelijke bedoeling aantast, waardoor de Here een nieuw, het genade-verbond in Jezus Christus, met het mensdom sluit; ook niet over de ondergang van de wereld en het eindoordeel Gods, waarop de geschiedenis uitloopt. Maar geheel in de geest van Teilhard en Chardin heet het, dat Christus „de wereld voortstuwt naar haar bestemming: het Rijk van God".

Laten de leden van kerken die bij deze Raad zijn aangesloten ,toch fel protesteren tegen deze „proeve van beginselverklaring". Als onze kerken deze beginselverklaring aanvaarden, betekent dat tegelijk de verloochening van de kern van ons belijden, zoals die o.a. in de Heidelbergse Katechismus is uitgedrukt.

Een ander beginsel van de Raad van Kerken luidt: „De kerken aanvaarden in de Raad van Kerken hun gebondenheid aan het woord van God met alle consequenties die deze gehoorzaamheid voor ieder van hen insluit".

Dit klinkt heel orthodox, maar we weten dat dr. Fiolet, de secretaris van de Raad van Kerken beslist een aanhanger is van de tweede Bijbelbeschouwing (zie ons februarinummer) en dat bovendien de grote meerderheid van de r.-k. priesters van Nederland er ook zo over denkt. Verder is de Protestantenbond gastlid - en in vele plaatsen, zoals bv. hier in Velp - volwaardig lid van de Raad van Kerken. Welnu deze Protestantenbond is uitgesproken aanhanger van de derde (de vrijzinnige) Bijbelbeschouwing.

Zo maakt men door de praktijk zulk een beginsel volkomen krachteloos. Eerlijker zou zijn geweest, wanneer men gesproken had van „gebondenheid aan het woord van God, dat men in de Bijbel of elders vinden kan". Want wanneer men met het woord Gods alléén de Bijbel bedoelt, dan zou men nooit de Protestantenbond als lid kunnen toelaten. Bovendien zou dan ook de r.-k. kerk geen lid van de Raad van Kerken kunnen zijn, want het tweede Vatikaanse Concilie heeft uitgesproken: „De kerk put haar zekerheid over al het geopenbaarde niet door middel van de Schrift alleen". „De Heilige Overlevering, de Heilige Schrift en het leraarsambt van de Kerk blijken derhalve, volgens het wijze raadsbesluit van God, zo met elkaar verbonden en verenigd te zijn, dat het een niet zonder het andere stand houdt" (Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring, nr. 9 en 10). En ook de Nederlandse r.-k. kerk erkent nog steeds het leraarsambt van de paus als onfeilbaar.

Een gezamenlijke beginselverklaring heeft alleen dan zin en is alleen dan eerlijk, wanneer er ook een gezamenlijk begin, uitgangspunt, is. Maar dat is er niet tussen bv. de gereformeerde kerk enerzijds en de r.-k. kerk anderzijds.

De gereformeerde kerken gaan uit van de Schrift alleen. De protestantenbond gaat uit van vele geschriften, waaronder de Bijbel er één is, en tendiepste is de menselijke rede hun uitgangspunt. De r.-k. kerk gaat uit van de Schrift, plus de onfeilbare verklaring daarvan door de r.-k. traditie, die in hoogste instantie belichaamd wordt door het pauselijk leergezag. „Daarom moeten beide - Overlevering en Schrift - met gelijke toewijding, vroomheid en eerbied aan vaard en vereerd worden" (a.w., nr. 9). Lijnrecht hiertegenover staat de belijdenis van de gereformeerde kerken: „Men mag ook generlei mensen, geschriften, hoe heilig zij geweest zijn, gelijkstellen met de Goddelijke Schrifturen, noch de gewoonte met de waarheid Gods (want de waarheid is boven alles), noch de grote menigte, noch de oudheid, noch de successie van tijden of personen, noch de conciliën, decreten of besluiten" (Ned .Geloofsbelijdenis, nr. 7).

Het uitgangspunt van de gereformeerde kerken en van de protestantenbond en van de r.-k. kerk staan dus lijnrecht tegenover elkaar als ja en neen; ook van de r.-k. kerk van Nederland, want ook de Nederlandse bisschoppen hebben zich achter bovengenoemde constitutie van het tweede Vatikaanse Concilie gesteld. Waarom dan toch dit rookgordijn over deze totaal verschillende uitgangspunten leggen? Is dat eerlijke voorlichting voor onze kerkmensen en over het algemeen voor het Nederlandse volk?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

RAAD VAN KERKEN

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's