wat NU? WAARHEEN?
Dr. ARNTZEN…… een profetisch getuigenis
Ja, zo zou ik het neerleggen van zijn ambt door Dr. Arntzen willen noemen, Dr. A. heeft gemeend in geweten niet langer meer als predikant mee de verantwoordelijkheid te kunnen dragen voor de ontwikkeling in de gereformeerde kerken. Hij heeft niet van te voren gezorgd dat zijn bedje ergens anders gespreid was. Hij heeft voorlopig geen uitzicht op een betrekking elders of een beroep naar een andere kerk. Daarom hoop ik dat zijn uittreden velen in de gereformeerde kerken zal wakker schudden. De gereformeerden hebben zich vroeger — terecht of ten onrechte — afgescheiden van de Ned. herv. kerk vanwege de aldaar gedulde vrijzinnigheid. Thans zijn er velen die menen zich van de gereformeerde kerken te moeten afscheiden eveneens vanwege de oprukkende vrijzinnigheid.
Maar een profetisch getuigenis is zeer persoonlijk. De beslissing van Dr. A. is voor hem gerijpt in ernstig en aanhoudend gebed. Hij heeft de Here gezocht in het gebed en voor zich de zekerheid gekregen: Ik moet mijn ambt neerleggen. Dr. A. schrijft zelf in zijn brochure „Een gewetenszaak", dat hij alle respekt blijft behouden voor verontruste predikanten die menen dat ze hun ambt nog moeten blijven uitoefenen in de gereformeerde kerken.
MOETEN WE BLIJVEN?
Velen zullen zich afvragen — op spreekbeurten wordt mij die vraag ook gesteld — wat mijn mening hierover is. Daarom meen ik aan de lezers verplicht te zijn in ons blad daarop een duidelijk antwoord te geven.
Ik ben het met de meerderheid van de verontruste gereformeerde predikanten eens dat wij voorlopig nog in onze gereformeerde kerken moeten blijven. En wel om de volgende redenen.
Allereerst is nu de strijd pas ten volle begonnen. En in Jud. 2 worden wij vermaand tot het uiterste „te strijden voor het geloof dat eenmaal de heiligen is overgeleverd". Wanneer wij nu na de uitspraken van de synode van Sneek meteen de aftocht zouden blazen, zou ik persoonlijk het als een soort desertie na het eerste grote treffen aanvoelen. De linkse richting in onze kerken zou erom juichen. Ze zouden de handen veel meer vrij krijgen, als ze die lastige verontrusten die altijd maar weer roepen tot trouw aan Schrift en belijdenis, kwijt zouden zijn. Een verontruste gereformeerde schreef mij dan ook: „Volg niet het voorbeeld van Dr. Arntzen. Laat ons niet in de steek. Blijf met ons op de bres staan".
En een tweede reden is dat velen in de gereformeerde kerken beslist nog niet weten, waar het precies over gaat en hoever de echte vijand al in onze gelederen is doorgedrongen. Daarom heb ik in ons vorig nummer die lijst gepubliceerd met die zeven vragen, die allemaal ontleend waren aan geschriften van drs. Baarda die lector is aan de V.U. Ik ben van oordeel dat de grote meerderheid nog niet durft zeggen, dat de Bijbel dwalingen bevat, dat de Bijbelschrijvers de woorden van Christus hebben afgezwakt, of aangedikt en overdreven, er allerlei dingen aan hebben toegevoegd, dat ze gewerkt hebben met vroom bedrog om profetieën te laten kloppen, dat ze de woorden van Christus hebben omgebogen zó dat ze voor de ogen van de lezers er een wonder uit hebben getoverd of dat ze legenden aan ons als echt gebeurd voorstellen.
En toch zijn dat allemaal beweringen van drs. Baarda en andere professoren aan de V.U. te Kampen. Wanneer de meerderheid van de gereformeerden die vragen met een beslist „neen" zouden beantwoorden, dan komt meteen een volgende vraag: Hoe kunt u dan toelaten dat dergelijke professoren onze toekomstige predikanten vormen en dat dergelijke predikanten onze kinderen „in de voorzeide leer" onderwijzen?
Deze voorlichting aan onze gereformeerde kerkmensen moet massaal geschieden. Maar datzelfde geldt ook voor andere kerken, want ook niet-gereformeerde gemeenschappen worstelen al met hetzelfde probleem zoals de vrije evangelische gemeenten en de baptisten.
VOORLOPIG… EN DAN?
In ons februarinummer heb ik geschreven dat naar mijn mening de eerste en de tweede Bijbelbeschouwing op de duur niet mogelijk zijn in één kerk. Wanneer het duidelijk is geworden, dat wij in onze eigen (b.v. de gereformeerde) kerk de strijd verliezen, dat onze kerken deze tweede Schriftbeschouwing blijven dulden en de aansluiting bij de Wereldraad van Kerken niet terugnemen, waar moeten we dan heen?
In de eerste plaats zou ik als gelovige willen antwoorden: Wie dan leeft, die dan zorgt. Heeft Jezus niet gezegd: „Zijt dan niet bezorgd tegen de morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad" (Mt. 6:34). En de Here heeft ons geleerd te bidden: „Geef ons heden ons dagelijks brood", dat geldt toch zeker ook van het geestelijk brood, de voeding door Zijn Woord.
Het is waar, dat in Spr. 22:3 iemand die het onheil ziet aankomen en zich op tijd bergt, verstandig wordt genoemd. Maar wij weten dat wij ons altijd mogen bergen in onze Heiland en dat wij door het gelovig vertrouwen in Hem voor altijd veilig kunnen zijn voor ieder onheil.
Vervolgens wie weet, wat er in twee, drie jaar tijds kan gebeuren? Misschien gaat een bestaande kerk snel de stralende gestalte van de Gemeente van Christus vertonen op zulk een wijze, dat het voor iedere gelovige duidelijk is: Daar moeten we zijn; daar wil de Here ons hebben.
Misschien zal er iets nieuws groeien. Wat? Laten we hopen niet iets dat door mensen tot stand gebracht is, want dat houdt toch geen stand; maar dat de Here Zelf op een indringende wijze de Zijnen rondom Zich vergadert door de kracht van Zijn Woord en Geest.
Moge er een nieuwe reformatie en een nieuw reveil komen, een terugkeer naar God in de kracht van Zijn Woord en van Zijn Geest. Laten we daar aanhoudend om bidden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
