HET ADRES VAN DE GEMEENTE
De Geest is niet hetzelfde als het Woord
Christus leidt Zijn Gemeente niet slechts door Zijn Woord, maar ook door Zijn Geest.
Ik heb echter weieens de indruk, dat velen Woord en Geest laten samenvallen. Maar volgens de Bijbel en ook volgens onze belijdenisgeschriften is dat niet juist. De Heilige Geest is een afzonderlijke Persoon, die wel het Woord Gods geïnspireerd heeft maar er niet identiek mee is.
Daarom zijn we er niet mee klaar, wanneer we een gemeente alleen maar beoordelen naar de mate van de meerdere of mindere zuiverheid van getrouwheid aan Gods Woord, - dit alles gemeten naar onze beperkte kennis!
Ook het feit dat die gemeente geleid wordt door de Heilige Geest, moet tot openbaring komen. Paulus zegt immers: „De hoop beschaamt niet, want de liefde Gods is in onze harten uitgestort door de Heilige Geest, Die ons gegeven i s " (Rom. 5:5). En in Gal. 5 : 2 2 lezen we dat de vrucht van de Geest liefde is.
Wij zullen dus dit duidelijk door Christus genoemde kenmerk ook in acht moeten nemen, wanneer wij op zoek gaan naar de gemeente van Christus in een bepaalde plaats. We weten immers dat het Woord Gods „een reuke des levens ten leven, maar ook een reuke des doods ten dode" kan zijn. En hoe kunnen we van een gemeente, die verscheurd wordt door twisten, misschien zelfs door dodelijke haat, zeggen dat zij het adres is van die Gemeente in die plaats enkel omdat zij een orthodoxe belijdenis aanhangt? Er is toch ook een dode orthodoxie. En het is toch niet de leer en zelfs niet het Woord Gods op zichzelf dat ons zalig maakt. De zaligmaking komt alleen van het Woord Gods, wanneer het Gods Geest behaagt dat Woord tot leven in ons te brengen, zodat wij onder Zijn soevereine werking wedergeboren worden tot de levende en onvergankelijke hoop (1 Petr. 1:3).
Antwoord van ds Dekker:
Gaat de Geest nu op in het Woord?
Ik weet echt niet of velen Woord en Geest laten samenvallen. Ik doe het in elk geval niet.
U zegt: we zijn niet klaar wanneer we een gemeente alleen beoordelen naar de mate van getrouwheid aan Gods Woord. Ook het feit dat die gemeente geleid wordt door de Heilige Geest, moet tot openbaring komen.
Zijn dit nu werkelijk twee zaken apart? Als de kerk zich getrouw houdt aan Gods Woord, aan wiens leiding wilt u dat feit dan toeschrijven, anders dan aan die van de Heilige Geest? Dat hebben we toch nooit van onszelf?
Ik ben het met u eens, dat ook in het léven van de gemeente, van de leden en het geheel, de vruchten van de Geest openbaar moeten worden in bekering en nieuwe gehoorzaamheid. Maar, het moge u vreemd in de oren klinken, dat is niet orde als wij zoeken naar het ADRES van de kerk. Wij moeten kenbaar zijn als discipelen van Christus; het Woord kan een reuke des doods ten dode blijken te zijn; en allen die door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Maar wanneer komen deze diep-ernstige maanwoorden aan de orde? Wanneer wij het adres van de gemeente gevonden hebben. Want het Woord kan een reuke zijn, ten leven of ten dode, alleen waar het Woord verkondigd wordt naar de mening van de Geest. En wie door de Geest geleid wil worden, die wordt door de Geest zelf gebonden aan het Woord. Daardoor doet Hij Zijn wonderlijk en onnaspeurlijk werk.
Leest u hierbij ook de Dordtsche Leerregels. Geen belijdenis spreekt klaarder over de innerlijke werking van de Geest, tot wedergeboorte en bekering, zie hfdst. I I I, I V , 11-13. Maar voor het genieten van de innerlijke werking worden we gebonden, aan het werkmiddel van de Geest: het gebruik van het evangelie, de oefening van het Woord ,de sacramenten en de kerkelijke tucht. Niet de Géést is gebonden, maar Hij bindt óns aan dit middel (D.L. III, IV, 17). Dan is de Geest niet hetzelfde als het Woord, maar Hij is wel altijd bij het Woord.
ONS ANTWOORD:
Om alle eventuele misverstanden uit de weg te ruimen wil ik eerst eens een dikke streep zetten onder de uitspraak van ds Dekker, dat de Geest Zich heeft gebonden aan het Woord. Ik ben het daar grondig mee eens. Dit is een zeer belangrijke belijdenis. Wijken we daarvan af, dan doemen de vreselijkste vormen van geestdrijverij en tyrannie van „geestelijke" leiders meteen op aan de horizont van de christenheid.
Maar de Geest heeft Zich NIET gebonden aan de konklusie, die wij uit het Woord trekken.
Als we dat uit het oog verliezen komen we onvermijdelijk bij Rome terecht. Ten diepste is de r.-k. leer een konklusie-geloof. Het uitgangspunt van al de onschriftuurlijke roomse dogma's is een redenering. En de grondredenering is deze: De Kerk moet één zijn. Welnu er is geen eenheid mogelijk zonder een éénhoofdige leiding door een mens hier op aarde ,die de absolute macht bezit in de gemeente van Christus. Welnu de enige figuur die voor zulk een machtspositie in aanmerking komt, is, gezien de geschiedenis, de paus. DUS bezit de paus de volstrekte macht in de Kerk van Christus en moeten alle christenen hem gehoorzamen en zich voegen bij zijn r.-k. kerk.
Ik meen iets van dat konklusie-geloof terug te vinden in de uiteenzetting van ds Dekker.
Hij zegt: „Als de kerk zich getrouw houdt aan Gods Woord"… dan moeten we dat toeschrijven aan de Heilige Geest.
Ik vind deze konklusie echter niet in de Bijbel. Ik lees daar dat de duivels ook geloven en toch sidderen (Jak. 2:19). En we zien het toch ook vaak in de praktijk: mensen die de Bijbel en de belijdenis volkomen onderschrijven, en toch beslist geen blijk van wedergeboorte door de Heilige Geest en zelfs alle tekenen vertonen van een onbekeerd leven.
Als er dus afzonderlijke christenen kunnen zijn die de belijdenis zonder enige aarzeling aanvaarden en die ook verdedigen tegenover andersdenkenden, terwijl toch Gods Geest niet in hen woont, waarom zou dat dan ook niet kunnen met orthodoxe gemeenten? Ik zie nergens in de Bijbel dat dit wél opgaat van de afzonderlijke gemeenteleden en niet van de gemeente als geheel.
Integendeel, de gemeente wordt gewaarschuwd dat zij de Heilige Geest kan bedroeven (Ef. 4:30), die zelfs kan uitblussen (1 Thess. 5:19). En de gemeente van Efeze krijgt van de Here te horen, dat zij wel trouw is geweest in de prediking en de tucht heeft gehandhaafd, maar dat toch „de kandelaar van haar" zal worden weggenomen, als zij zich niet bekeert, omdat zij „haar eerste liefde verlaten heeft" (Openb. 2:1-7).
Onze belijdenisgeschriften zeggen dan ook dat Christus Zijn gemeente leidt door Zijn Woord én Geest. Er staat niet: door zijn Woord en DUS door Zijn Geest.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
