In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Vreugde VULDE DE LEEGTE in mij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vreugde VULDE DE LEEGTE in mij

7 minuten leestijd

Wij hebben nu al enkele keren gezien dat allerlei christenen elkaar kunnen herkennen in Jezus Christus, de levende Here, en dat over allerlei kerkmuren heen. Maar Christus vergadert de Zijnen ook uit allerrlei landen, stammen, en natiën. En daarom willen we deze avond laten zien hoe wij elkaar ook kunnen herkennen over allerlei landsgrenzen heen, kunnen herkennen in Jezus Christus. Wij hebben deze avond in de studio juffrouw Van de Velde, geboren in Iddergem, Oost-Vlaanderen; zij is zendelinge geweest in Algerije.

Als u naar ons gebeld hebt en onze secretaresse, Monique van de Velde, aan de telefoon hebt gekregen, dan zult u misschien genoten hebben van haar zuidelijke, zangerige. Vlaamse accent. En misschien bent u dan nieuwsgierig geworden naar haar verleden en rezen vragen bij u op: Hoe kwam zij op de Wartburg? Stamt zij uit een oud protestants geslacht in België of ging ze als volwassene over naar de reformatie?

Ik heb met mej. Van de Velde een vraaggesprek gehad voor de E.O. in de rubriek: „Wij herkennen elkaar in Hem". Dat gesprek laat ik hiernaast volgen en dan zijn meteen uw vragen beantwoord.

HJH: Monique, je bent vroeger roomskatholiek geweest. Heb je toen wel eens de Bijbel gelezen?

M: Ik heb natuurlijk vroeger stukken uit de Bijbel gelezen die voorkomen in het Misboek. Maar een Bijbel zelf heb ik nooit gelezen. Wel had mijn familie er een gekregen van een oom van me, toen ik elf jaar oud was. Maar mijn ouders hebben die weggedaan. Want dat was toen nog verboden. Toen gold nog altijd het kerkelijke wetboek, dat wie een protestantse Bijbel leest, in de kerkelijke ban komt.

HJH: Je had dus een oom die protestant was? Was die protestant geboren of protestant geworden?

M: Mijn oom is naar de Verenigde Staten gegaan, en daar is hij in aanraking gekomen met een protestant, die op zijn werk gedurende de schafttijd van Jezus getuigde, en daardoor is hij tot bekering gekomen. Toen is hij later naar België teruggekomen, en daar leerde ik hem ook kennen. Enige tijd daarna kreeg ik retraite, geestelijke oefeningen, op school, en toen preekte de pater geweldig over de hel, en dat we al onze zonden moesten biechten. Toen heb ik dan ook in de biecht beleden dat ik in een protestantse Bijbel had gelezen en dat mijn protestantse oom samen met mij gebeden had.

HJH: En wat zei die priester toen?

M: De pater gaf mij een ware penitentie, een ware boetedoening. Ik moest heel wat gebeden verrichten, hetgeen een zware zonde aanduidde. Zodoende kreeg ik voor lange tijd de schrik te pakken voor de Bijbel. Ik heb in de biechtstoel zitten huilen, en toen ik dat beleed van in de Bijbel te lezen en het gebed met mijn oom, was de pater zo kwaad dat ik nog meer begon te huilen. Toen ik met betraande ogen uit de biechtstoel kwam, zullen mijn medeleerlingen, dip ook in de kapel waren, wel gedacht hebben dat ik een vreselijke zonde had begaan.

HJH: Wat zijn de tijden intussen toch veel veranderd, want nu maakt de roomskatholieke kerk, vooral in Nederland, maar toch ook in België, heel wat propaganda voor het lezen van de Bijbel. En nu zal men heus toch niet meer gaan zeggen dat die kerkelijke wet toch nog altijd geldt, dat men in de ban komt door het lezen van een protestantse Bijbel. Maar hoe is het toen verder gegaan?

M: Mijn oom is later weer naar Amerika vertrokken, maar intussen waren er meerderen van zijn familieleden, dus ook van mijn familie, tot bekering gekomen, en jaren later kreeg ik ook kontakt met hen, en daar leerde ik meer over de Bijbel. Toen ik in het begin naar een evangelische kerk ging in Denderleeuw, was ik toch nog niet erg gerust en bezocht nog elke zondag de Mis. Maar hoe meer bijbelse kennis ik had, en ook protestantse geschriften las, hoe meer ik tot de overtuiging kwam dat ik jarenlang was misleid geweest, en dat ik allerlei leerstellingen had aangehangen die eigenlijk geen grond hebben. Maar de teleurstelling was dan ook zo groot, dat ik op de duur aan alles ging twijfelen.

Toen ik kort daarna naar Canada vertrok, twijfelde ik zelfs aan het bestaan van God en was alle geloof kwijt. In Canada kwam ik onmiddellijk in kontakt met kennissen van mijn oom, en deze mensen getuigden met zulk een gloed en warmte van de Here Jezus, dat ik opnieuw begon te zoeken in de Bijbel. Op een avond ging ik weer in het Evangelie lezen, en begon met het Evangelie van Mattheüs. Ik raakte niet verder dan Mattheüs 5:6: „Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden".

Toen begon ik mij zo bewust te worden van mijn zondigheid en de grootheid van God; dat ik met mijn werken, menselijke werken, de eeuwigheid niet kon verdienen; dat ik mij wilde overgeven aan God, want ik zag geen uitweg meer; dat alles in mijn wezen naar God verlangde.

Op dit ogenblik kwam die dame bij mij, en zij heeft mij met de Schriften getoond dat Jezus voor mijn zonden gestorven was; dat alles volbracht was; dat gered zijn pure genade was; dat ik juist maar moest geloven en dat ik dan een kind van God zou zijn.

Ik geloofde wat er in de Bijbel stond. Al de onzekerheid over mijn eeuwige bestemming viel op dat ogenblik van me af; ik was zeker dat ik wedergeboren was, dat ik aan God voor altijd toebehoorde en een diepe vreugde drong door en vulde het ledige in mijn wezen.

Dat is nu tien jaar geleden, en sinds dat ogenblik heb ik nooit meer getwijfeld. Maar nu nog vind ik Gods liefde zo wonderbaarlijk groot, dat Hij Jezus zond om voor mijn zonden te sterven, zodat ik het niet kan omvatten - ik kan het alleen maar aannemen, niet verstaan. En daarom prijs ik Hem.

Zes maanden na mijn bekering was ik al in een Bijbelschool in de Verenigde Staten, omdat ik mij meer in Gods Woord wilde verdiepen om beter van Jezus te kunnen getuigen.

HJH: Je bent daarna naar Algerië vertrokken en hebt daar als zendelinge gewerkt. Waarom lieb je het zendingsterrein toch weer verlaten?

M: Dat is een heel verhaal. Hoe moet ik dat kort zeggen? Ik was lid van een Schriftgetrouw zendingsgenootschap. Ze werkten echter, zij het niet-officieel, samen met vrijzinnige zendelingen en ook met r.-k. priesters. Ik was echter overtuigd dat het licht geen gemeenschap kan hebben met de duisternis en dat we de kracht van het getuigenis van Christus verzwakken, wanneer wij met nietgelovigen samenwerken.

Bovendien stortten deze vrijzinnige zendelingen en r.-k. priesters zich op allerlei problemen van culturele, sociale en politieke aard, en indirekt deden onze eigen zendelingen daar aan mee. Ik was echter overtuigd dat wij allereerst het Evangelie moeten verkondigen.

Dikwijls heb ik geprotesteerd, ook bij de Internationale Raad van de zending. Het heeft echter niet geholpen.

HJH: Had je ook wel eens. kontakt met priesters?

M: Ja, dat had ik vrij veel door de Arabische lessen die ik moest volgen. Ik had ook gesprekken met een Nederlandse priester. Deze priester vond het een schande dat wij zo snel met de Bijbel wilden aankomen bij de Mohammedanen. We zouden ons eerst jarenlang moeten verdiepen in de kultuur van Algerië, in hun geestelijke ligging, in de Koran, en pas dan, nadat wij ons dat allemaal hadden eigen gemaakt, zouden we het Evangelie kunnen brengen. Als we eerst met de Bijbel kwamen, dan betekende dit dat wij onze kultuur wilden opdringen aan de Algerijnen.

HJH: En wat heb je daar op geantwoord?

M: Jezus heeft ons uitgezonden om alle volkeren tot zijn discipelen te maken, om het Evangelie te brengen aan allen, en niet om ons eerst jaren te verdiepen in de kultuur van de verschillende volken en Gods Woord te verzwijgen.

HJH: Wat antwoordde die priester toen?

M: Aan het slot van het gesprek zei hij: U moet niet vergeten dat wij jarenlang gestudeerd hebben; wij zijn intellektuelen; u moet van ons willen leren, want u weet van dit alles nog niets af. Ik heb toen geantwoord: U mag nooit vergeten dat Jezus het Evangelie niet heeft toevertrouwd aan geleerden, maar aan eenvoudige vissers die in Hem geloofden. En daarom behoor ik liever tot de eenvoudigen die aan Jezus gehoor geven en het Evangelie getrouw verkondigen. Zij die geloven in Christus zijn op weg naar de hemel en dan is geen enkele kultuur van belang - alleen maar zielen winnen en voor de Here leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Vreugde VULDE DE LEEGTE in mij

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's