In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Bid en werk - Wens en wil!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bid en werk - Wens en wil!

7 minuten leestijd

Op de artikelen op p. 2 en 3 van ons oktobernummer kregen wij enkele reakties, waaruit blijkt dat men mij ofwel niet goed begrepen heeft ofwel er inderdaad anders over denkt dan bv.

… onze prachtige Dordtse Leerregels

K.B. te Andijk schrijft: „De bekering is toch immers eenzijdig Gods werk, waar niets van de mens aan te pas komt".

Bedoeld zal wel zijn, dat wij op geen enkele wijze zelf onze bekering bewerkstelligen kunnen en dan ben ik het van harte daarmee eens. Immers een onbekeerde verkeert in een geestelijke doodsstaat en een dode kan zichzelf niet bewegen. Een geestelijk dode kan zichzelf dus niet heenkeren naar God.

Maar deze uitdrukking kan ook worden misverstaan. Het lijkt mij daarom goed de Dordtse Leerregels te citeren, die het proces van de bekering zo prachtig beschrijven. „Wanneer God … de ware bekering in hen werkt, … dringt Hij ook in tot de binnenste delen des mensen met de krachtige werking van de wederbarende Geest; Hij opent het hart dat gesloten is; Hij vermurwt dat hard is; Hij besnijdt dat onbesneden is. In de wil stort Hij nieuwe hoedanigheden en maakt dat die wil, die dood was, levend wordt; die boos was, goed wordt; die niet wilde, nu metterdaad wil; die wederspannig was, gehoorzaam wordt; Hij beweegt en sterkt die wil alzo, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen" (III, 11).

Deze leerregels beschrijven dus terecht de bekering als een werk van Gods Geest, waarbij echter de mens zelf ten volle bij betrokken is. Die Geest beademt de dode wil zo, dat hij zich opricht en innerlijk ja zegt op Gods roepstem.

Onze vernieuwde wil

„Die artikelen doen ons denken aan de „helpende genade" en de ,gratia coöperans" (= medewerkende genade H.J. H.) enz. van u welbekende lieden binnen de r.-k. kerk. Heeft u, om het enigszins dogmatisch te formuleren, geen scheiding aangebracht tussen de rechtvaardiging en de heiliging? Ziet u de rechtvaardiging als een „poort" tot de heiliging? Houdt het ,.verkeerd en verdraaid geslacht"-zijn bij de bekering op of blijft gelden wat Paulus zegt: „Ik bén vleselijk, verkocht onder de zonde"?"

Gouda

M. Verduin

Inderdaad zie ik de rechtvaardiging als een poort naar de heiliging in de zin zoals de Dordtse Leerregels dat formuleren. Wanneer een mens tot bekering is gekomen en langs de weg van het geloof gerechtvaardigd is, dan is zijn wil innerlijk door Gods Geest zo omgevormd dat hij daardoor als een goede boom vruchten van goede werken, dat is dus van levensheiliging, kan voortbrengen. Wel is de oude mens nog niet geheel dood, maar er heeft dan een wonderlijke omvorming plaats gegrepen. „En dit is die wedergeboorte, die vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking van de doden, en levendmaking, waarvan zo heerlijk in de Schrift gesproken wordt, die God zonder ons in ons werkt". Het is een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige en tegelijk zeer zoete, wonderbare, verborgen en onuitsprekelijke werking". „En alsdan wordt de wil, zijnde nu vernieuwd, niet alleen van God gedreven en bewogen, maar, van God bewogen zijnde, werkt hij ook zelf" (Dordtse Leerregels, III, 12).

Ieder die deze werking Gods in zich ervaren heeft, zal dit van harte beamen. Het is een „bevinding", die krachtig, zeer zoet en onuitsprekelijk is. We worden er geheel door veranderd.

Strijd NA de bekering

„In de weg van de heiligmaking gaat God onze wil afbreken, verbreken, maar dat gebeurt nimmer in de toewijding van onze wil of overgave van onze wil".

Delfgauw

J.H.C. Olie

Ik dacht dat dit juist het wonder is, dat God onze zondige wil afbreekt, maar tegelijk die wil van binnenuit vernieuwt, zodat wij de Here daadwerkelijk willen, Hem willen gehoorzamen, willen liefhebben, ook al is er nog de oude zondige neiging, waartegen wij te strijden hebben met onze door de Heilige Geest vernieuwde wil.

C.J.F. te R. heeft blijkbaar niet goed verstaan, dat Chambers schrijft over de door Gods Geest vernieuwde wil NA de bekering. Chambers schrijft over „discipelen" van Christus, over kinderen Gods, die dus reeds wedergeboren zijn. En die strijd is toch een stuk werkelijkheid in het leven van een christen. Hoe dikwijls voelen wij niet dat de Here iets van ons vraagt en dat wij tegenstribbelen. Het kost ons veel strijd.

Laten we maar eens een konkreet voorbeeld nemen. Iemand leest in het Oude Testament dat God van de kinderen Israëls eiste dat ze hun tienden zouden geven. En ineens gaat dat woord voor hem oplichten en hij voelt dat de Here hem aankijkt en zegt: „Zoudt u die leeft in het Nieuwe Verbond van het Bloed van mijn Zoon dan niet vrijwillig uw tienden geven?" Wij kunnen dan die stem Gods ontvluchten; de duivel en onze hebzucht zullen er gauw bij zijn om allerlei smoesjes te verzinnen, waarom dat niet voor ons persoonlijk opgaat. Maar als Gods Geest ons niet loslaat en erop aandringt: „Ik spreek door dit woord heel persoonlijk tot u", dan kan dat een Gethsemaneworsteling voor ons worden, waarbij wij heel goed voelen dat het erom gaat of ik mijn wil geheel aan God wil onderwerpen, ja of nee.

En zo zijn er vele voorbeelden te geven.

Medewerkers van God?

Iemand schreef dat God de wedergeboorte zonder ons in ons werkt, maar dat wij daarna medewerkers met God worden.

Ik zou die term „medewerkers met God" liever helemaal vermijden. Ook na de bekering is het niet zo dat God ons een soort bovennatuurlijke kracht geeft waaraan wij kunnen medewerken, ja of neen. Ik meen dat we op deze manier onvermijdelijk in het remonstrantisme terecht komen.

De mens kan nooit zelfstandig handelen als een mede-werker met God. Gods reddende genade moet hem altijd doordringen en dat niet als een aangereikte versterking van zijn psychische vermogens, maar doordat Gods Geest geheel bezit van ons neemt en ons zo inspireert tot de vruchten van goede werken.

En ook dat woordje „inspireert" kun je weer verkeerd verstaan in de zin zoals wij ook andere mensen tot goede daden kunnen inspireren door een opwekkend woord. Zeker, die inspiratie Gods werkt door het Woord, maar ze wordt pas krachtig en effektief door de Heilige Geest. Het grote verschil is dat wij slechts van buitenaf inspirerend op anderen kunnen inwerken, maar de Heilige Geest houdt ons scheppend instand en staat dus aan de bron van heel onze persoonlijkheid. Hij inspireert van binnen uit en daarom onweerstaanbaar.

Uit deze uiteenzetting ziet u, hoe moeilijk het is om de zalige alwerkzaamheid Gods, waardoor Hem alleen alle eer toekomt, in woorden weer te geven. Daardoor wordt juist onze slaafse wil vrijgemaakt. Het is onuitsprekelijk heerlijk om vanuit de geestelijke dood te herademen in de Heilige Geest.

Het is misschien meer een zaak van bevinding. al moeten we steeds proberen die bevinding theologisch zo dicht mogelijk te benaderen. Wellicht is het beter om daarover nu maar de diskussie te sluiten en meer te genieten van de Zaak zelve. Je kunt er beter van zingen dan over theologiseren.

Uitgeven als folder?

„Zoudt u het stukje van u over „Bekering" en dat van O. Chambers als folder kunnen uitgeven? Het heeft mij bijzonder getroffen en het tekent zo klaar en duidelijk, hoe ons leven in de omgang met God moet zijn. Ik geloof zeker, dat het velen tot zegen zou zijn".

Wassenaar

P. Bahnmüller

We zullen de mogelijkheid en wenselijkheid daarvan onderzoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Bid en werk - Wens en wil!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's