BEZINNING EN BEZIELING
Spotprent in The Guardian. Van rechts naar links: ds Paisley, mej. Devlin, de premier van Ulster en van Engeland. Daarboven de Republiek van Ierland die staat te dringen om in te grijpen.
Bij de overgang van de grens naar een nieuw jaar, is het goed en nodig om ons te bezinnen op de arbeid in het afgelopen jaar. Wij trachten dat te doen in onze gebeden en gesprekken, vergaderingen en besluitvorming. Dankbaar zijn wij voor het feit dat velen uwer met ons meebidden en meedenken. Onze arbeid heeft zeker gebreken en onvolmaaktheden gekend. Moge de Here ons Zijn vergeving schenken.
Dank is er in de eerste plaats voor Gods genade, waardoor wij in staat waren om het werk te doen. Dankbaar zijn we ook jegens Hem voor de vele kansen, die ons geboden werden. De Here heeft weer boven bidden en denken voorzien. Wij waarderen uw offervaardigheid, die het mogelijk maakte om onze taak en de dienst der barmhartigheid te verrichten.
GROEI EN UITBOUW
Ook in 1971 was er weer een gestadige groei en uitbouw van de aktiviteiten. In eigen land kon het aantal aktie-comité's worden uitgebreid. In het buitenland werden vooral door ds. Hegger vele nieuwe kontakten gelegd. Talrijke spreekbeurten werden verzorgd.
Het aantal abonnementen van de Nederlandse editie bleef op peil. Een verblijdend teken in een tijd waarin de meeste periodieken geen bestaan meer blijken te hebben. Een bewijs dus, dat ons blad in een behoefte voorziet. Heel blij zijn we ook met ons nieuwe kantoor. Daardoor kan er veel efficiënter worden gewerkt. In de loop van het jaar tobden we met een tekort aan personeel. Gelukkig is dit probleem thans weer opgelost en beschikken we over een staf van toegewijde werkers(sters). Er werden op meerdere plaatsen toogdagen gehouden, nl. Emmeloord, Goes en Amsterdam. Het aantal bezoekers had groter kunnen zijn. De zegen en sfeer was er niet minder om.
EX-PRIESTERS
Er waren weer verschillende ex-priesters, die aanklopten om hulp. Het betrof vooral buitenlanders. Misschien hebt u zich wel eens afgevraagd waarom het aantal Nederlandse ex-priesters, dat zich bij ons meldt, zo gering is. Er zijn enkele duidelijke redenen voor aan te wijzen.
De humanistische tendens in de r.-k. kerk neemt sterk toe. Zij, die hun priesterambt neerleggen, doen dat meestal niet meer vanuit een geloofsworsteling zoals bij Maarten Luther plaats had. Velen van hen vervolgen het leven zonder kerk en geloof. De tweede belangrijke reden is gelegen in de oecumenische kontakten. Men komt in aanraking met predikanten, die zelf de waarde van de reformatie niet meer zien en daarom een aversie hebben tegen het getuigenis van de I.R.S. Deze predikanten zullen hen zeker niet adviseren om met ons in kontakt te treden. Tenslotte zijn er in Nederland voor ex-priesters op maatschappelijk gebied veel meer mogelijkheden dan in het buitenland.
Waar de priester voor principiële vragen wordt gesteld door het onderzoek van Gods Woord, daar is de geestelijke worsteling vaak erg zwaar. Het komt niet zelden voor dat wij reeds kontakten hebben met priesters voordat zij uittreden. Wij spreken dan alleen met hen op basis van het Woord. Slechts vanuit het Woord kunnen zij tot een verantwoorde beslissing komen. Wij kunnen en willen niet voor hen kiezen. Wij zullen er altijd van doordrongen moeten zijn, dat slechts de Heilige Geest kan overtuigen. Er kan daarom een moment komen, dat wij moeten terugtreden.
Als eenmaal de stap is gedaan, dan moet er voorzien worden in de materiële behoeften. Ook na de uittreding volgt meestal een lange tijd van begeleiding, waarbij tal van problemen naar voren komen.
Moeilijk is voor de ex-priesters ook de keuze van een protestants kerkgenootschap. Deze keus komt vaak veel later, maar uiteindelijk staan zij er voor. Moeilijk is de keus niet slechts omdat er zo veel prot. kerken zijn, maar meer omdat er bij veel christenen uit de reformatie lauwheid, gebrek aan bezieling en devaluatie van het Woord valt te konstateren.
Als onze ex-priesters dit ontdekken, kan het een hevige teleurstelling betekenen en een nieuwe geestelijke crisis ten gevolge hebben. Maar als er sprake is van een werkelijk gegrepen zijn door het Evangelie, en een werk van de Heilige Geest in de harten, zal men de strijd ook weer te boven komen.
ONZE TAAK
De eerste doelstelling van ons werk is het getuigend gesprek met Rome. Vooral de laatste jaren wordt ons steeds duidelijker, dat naast de hulp aan ex-priesters en kloosterlingen de voorlichting en bevordering van het Bijbelse en reformatorische besef meer en meer de aandacht behoeft.
Bij de snel veranderende situatie op het kerkelijke erf, de fundamentele verschuivingen, die zich voltrekken, blijkt het broodnodig om de ware achtergronden te belichten en de daaruit voortvloeiende gevolgen duidelijk in het oog te hebben. Helaas doet men gemakkelijk mee met de zo hoog geloofde „oecumene", die vaak niets te maken heeft met de echte Bijbelse eenheid. Er is een geest van verblinding en tolerantie, die als gevolg heeft een geestelijke uitholling. Dit verschijnsel moet ons niet te zeer bevreemden. De Bijbel zegt dat het komen zal. Immers, Paulus zegt in 1 Thess. 5 dat er in de laatste dagen een instelling zal zijn van: „het is alles vrede en rust". De apostel vermaant om dan wakker en nuchter te zijn. Het is juist zo typerend dat deze woorden worden gebruikt. Het gevaar van geestelijke slaap is groot. We behoren nuchter te zijn om daardoor in staat te zijn de dingen in z'n werkelijke proporties te onderkennen. Velen schijnen in een eenheidsroes te verkeren. De Here geve dat er een ontwaken en zo nodig een ontnuchtering kome.
In de kontakten met gelovigen uit verschillende kerken, mensen die onverkort willen vasthouden aan Schrift en belijdenis, horen wij vaak dat zij zich eenzaam voelen in de kerk waartoe zij behoren. Voor hun getuigenis is geen gehoor meer of slechts een schampere opmerking of medelijdende glimlach. Het is voor ons een verkwikking om de gemeenschap in Christus met hen te ervaren. We mogen elkaar bemoedigen om stand te houden in de geestelijke strijd want we staan niet voor een verloren zaak. We komen dan niet zelden in aanraking met de vraag: waar moeten we heen? Daarop is geen pasklaar antwoord te geven. Waar wij nog de gelegenheid hebben om ons getuigenis te laten horen, daar moeten wij zo lang mogelijk onze plaats innemen. Het zou kunnen zijn dat de Here ons dáár juist geroepen heeft.
Ook wordt ons de vraag gesteld door ex-rooms-katholieken waar zij hun kerkelijk onderdak kunnen vinden. Vooral dan, nadat zij ontdekt hebben dat de tendens van humanisering ook is doorgedrongen in het protestantisme. In zulke gevallen worden wij wel zeer direkt met de neus op de problematiek gedrukt.
U voelt wel dat wij dus in ons blad en getuigenis de problemen niet kunnen omzeilen. Het is daarom onze plicht om te waarschuwen en het licht van het Woord te laten schijnen.
BEZIELING
We zouden nog willen wijzen op een gevaar, nl. dat van het negativisme. Het is niet zo moeilijk om de vinger te leggen op de geestelijke verarming. Het kan ook vrij goedkoop zijn om met de Bijbel in de hand te zeggen dat de leer van de r.-k. kerk op vele punten in strijd is met Gods getuigenis. Het is zelfs mogelijk om daarin zeer aktief te zijn terwijl ons hart er buiten staat.
Van veel belang is welke positieve inbreng we hebben. Het is ook niet genoeg om verdriet te hebben om de hedendaagse ontwikkelingen. Laten we vooral het gebed niet vergeten. Smeek de Here om de opening der ogen en het vernieuwende werk van de Heilige Geest. Wordt het niet hard tijd dat wij als gelovigen uit verschillende kerken gebedsgemeenschappen gaan vormen. Alleen dan mogen wij de hoop hebben op een nieuw reveil. En niets minder is nodig!
Daarnaast moeten wij misschien ook op organisatorisch terrein aktiviteit gaan ontplooien. Dit laatste ook weer niet eerder nadat de Here ons een weg in dit opzicht heeft gewezen opdat het geen zuiver mensenwerk zal worden.
Een allereerste voorwaarde is dat wij zelf bezield zijn door Gods Geest. Ook de vruchten van de Geest zullen zichtbaar moeten zijn. Vindt men bij ons geen liefde, blijdschap en vrede, dan zal er geen aantrekkingskracht van ons uitgaan. Enkel zure kritiek, werkt slechts afstotend. Er mag toch sprake zijn van glans als de verzoening en genade van de Heiland ons bestaan heeft veranderd?
Ons verlangen is dat de Here ons in 1971 kan gebruiken om instrumenten te zijn in Zijn hand om Zijn werk te doen. Wij bidden dat voor allen, die op één of andere wijze bij de arbeid zijn betrokken.
Een gezegend nieuw jaar toegewenst.
Namens het bestuur van de Stichting „In De Rechte Straat", Ds. J. A. Hamers, voorzitter.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1971
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
