In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

LOURDES

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LOURDES

7 minuten leestijd

Het is al weer enige tijd geleden dat onze vriend, dhr. Joosten van Oudewater, met ons van gedachten wisselde. Wij hebben steeds zijn rustige en heldere uiteenzettingen op prijs gesteid. We zijn blij dat we weer eens samen kunnen praten rondom de geopende Bijbel.

GAARNE EEN PROTESTANTSE VERKLARING

In het oktober-nummer 1971 van „In De Rechte Straat" staat een artikel dat twee bedevaartplaatsen behandelt.

Zoudt u in een van de volgende nummers uw visie ook eens willen geven over Lourdes? Over de gebeurtenissen daar zijn de meest serieuze onderzoekingen gedaan door geleerden van elke wetenschap, liefst geen katholieke.

Nog steeds ligt het onbedorven lichaam van Bernadette opgebaard in de kerk te Nevers. Ook blijft de wonderbare bron vloeien en worden de zieken zonder nadelige gevolgen ondergedompeld in het ijskoude water van de piscine. De wonderen worden aan het strengste medische onderzoek onderworpen. Om commerciële redenen is die bedevaartplaats zeker niet in aanmerking te nemen — op kerkelijk terrein mag geen souvenirswinkel komen.

Gezien de geestelijke gevolgen kan er geen sprake van zijn dat de verschijning een boze geest zou zijn.

Gaarne zou ik — en waarschijnlijk talloze anderen — eens een serieuze protestantse verklaring van de gebeurtenissen in Lourdes willen vernemen. Dat is tenminste een echte bedevaartplaats, die is voortgekomen buiten menselijke inmenging bij het ontstaan.

Met hoogachting,

J. Joosten

GODS WOORD EN DE WOORDEN VAN DE VERSCHIJNING

Wij gaan er ons niet in verdiepen of de wonderen van Lourdes echt zijn geweest of niet. In de Bijbel wordt verhaald van echte wonderen, die toch niet uit God waren. We lezen dat de Egyptische tovenaars hetzelfde deden als Mozes en Aaron b.v.: Ze wierpen hun staven op de grond en die veranderden in slangen (Ex. 7:12); ze veranderden water in bloed (Ex. 7:22). En deze wonderen zijn door God Zelf bevestigd in Zijn Woord, de Bijbel.

Ook ga ik mij niet verdiepen in de vraag of er echte vruchten van bekering zijn geweest in de Bijbelse zin. Ik ga de uitspraken van de verschijning vergelijken met wat de Bijbel zegt en dan zie ik dat die uitspraken in strijd zijn met Gods Woord.

In het voorwoord op de vertaling van de encycliek over Lourdes van Pius XII (Eccl. Doe.) zegt dr. M. H. Mulders, dat de verschijning aan Bernadette heeft gezegd: „Ga drinken en u wassen aan de bron en eet het gras, dat ge daar zult vinden" (p. 7 ).

De Bijbel zegt echter dat wij geschapen zijn naar Gods beeld en dat Christus gekomen is om dat beeld Gods dat in ons geschonden was, te herstellen.

Wanneer een verschijning dan een mens uitnodigt om gelijk te worden aan een rund dat gras eet, is dat in strijd met Gods diepste bedoeling, in strijd met de schepping en de herschepping van de mens in Jezus Christus, zoals de Bijbel ons dat openbaart.

Verder heeft die verschijning, volgens dr. Mulders, gezegd: „Boetvaardigheid, boetvaardigheid, boetvaardigheid, kus de grond voor de zondaars".

Nergens wordt in de Bijbel gezegd, dat een mens — uitgezonderd de God-mens Jezus Christus — geroepen wordt en in staat is vernederingen te ondergaan die Gode welbehagelijk zijn, tot uitboeting van de zonden van anderen.

Het is een oneer aan Jezus Christus Zelf, wanneer wij menen te kunnen boeten voor de verzoening van de zonden van anderen. „Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden" (Hebr. 1:14). De woorden van de verschijning van Lourdes houden in, dat het offer van Christus niet volmaakt zou zijn.

Het is een aanmatiging, wanneer een mens meent op grond van zijn goede werken, van zijn boetvaardigheid, zichzelf, laat staan anderen, met God te kunnen verzoenen. Met opzet wil ik uit de r.-k.-vertaling citeren, opdat zodoende elke twijfel onmogelijk wordt: „En allen worden zij om niet door Zijn genade gerechtvaardigd, krachtens de verlossing die in Christus Jezus is. Hem heeft God voor wie gelooft aangewezen als zoenoffer door zijn bloed. God wilde zo Zijn gerechtigheid tonen". „Waar blijft dan de eigen roem? Die is onmogelijk geworden!" (Rom. 3:24,25,27). De Bijbel verkondigt ons voortdurend dat wij onder de macht van de zonde liggen en enkel daarvan verlost worden door Jezus Christus, door het geloof in Hem en nooit op grond van onze werken.

Vervolgens heeft de Here Jezus ook nooit Zichzelf verlaagd tot de uitingen van een dier, van een rund dat gras eet. Hij is vernederd door de mensen tot in de uiterste versmading van de dood. Ook daarin is de opdracht van de verschijning aan Bernadette in strijd met de Bijbel, met het voorbeeld van Christus.

De Bijbel veroordeelt de zelfkastijding uitdrukkelijk als „eigenwillige godsdienst" („geforceerde godsvrucht", volgens de r.-k.-vertaling) in Kol. 2:23.

De verschijning heeft ook nog gezegd: „Waar is uw rozenkrans, bedien u van die". (De rozenkrans bestaat uit het vijftig maal herhaalde mondgebed: „Wees gegroet, Maria…"). Onze bezwaren tegen de rozenkrans zijn:

1) Daarin richt een mens zich tot een gestorvene, terwijl de Bijbel dat verbiedt. Zie ons artikel in I.R.S. van dec. 1971 p. 4.

2) De Bijbel keert zich tegen zulk een „veelheid van woorden": „En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden gelijk de heidenen; want zij menen dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden" (Mt. 6:7).

3) Een gebed moet steeds een uiting van een mens zijn. Welnu voor een volwassen mens is het niet normaal, wanneer hij 50 maal achter elkaar in snel tempo hetzelfde aan een ander vraagt zoals in het Wees-gegroet gebeurt: „Heilige Maria, bid voor ons". Veronderstel dat Maria ons zou horen, zou het haar dan niet vreselijk irriteren, wanneer volwassen mensen met honderdduizenden tegelijk altijd maar door hetzelfde herhalen: „Bid voor ons, bid voor ons"? Wanneer een van onze kinderen vijftig keer achter elkaar hetzelfde aan ons zou vragen, wie van ons bewaart dan nog zijn geduld?

Ook heeft de verschijning gezegd: „Ga aan de priesters zeggen op deze plaats een kapel te bouwen. Ik wil dat men in processie hierheen komt".

Onze bezwaren daartegen zijn:

1) De Bijbel roept ons op om steeds Gods wil te zoeken en die wil is neergelegd in de Bijbel. We worden zelfs gewaarschuwd voor verschijningen. We moeten hun boodschappen steeds aan Gods Woord toetsen. „Doch al ware het ook dat wij of een engel uit de hemel u een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt" (Gal. 1:8). Het is zondig wanneer wij luisteren naar een verschijning uit de andere wereld, die ons haar wil komt opleggen, zeker nu die in strijd is met Gods Woord.

2) Jezus heeft gezegd dat de ure is gekomen dat men niet meer op bepaalde plaatsen zal aanbidden zoals in het Oude Testament gebeurde, „maar de ure komt en is nu, wanneer de ware aanbidders de Vader aanbidden in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken die Hem zo aanbidden" ( Joh. 4:23). De opdracht van de verschijning om daar een kapel te bouwen is daarmee in strijd.

3) Het is duidelijk dat die verschijning een kapel ter verering van Maria bedoelt. Welnu de Bijbel verbiedt ons godsdienstige eer toe te brengen anders dan aan onze Here Jezus Christus.

Het laatste wat de verschijning gezegd heeft, luidt: „Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis" (a.w.p. 8 ).

De Bijbel leert ons echter dat wij allen in zonde ontvangen en geboren zijn: „Er is niemand die rechtvaardig is, ook niet één… Allen zijn zij afgeweken" (Rom. 3:1, 12). Wanneer de Bijbel zegt dat niemand rechtvaardig of goed (vs. 12c) is, „ook niet één", maken wij dan de Bijbel niet onbetrouwbaar, wanneer wij geloven in een verschijning die zegt: Niemand is rechtvaardig of goed, behalve één, Maria. Dat is toch precies het tegenovergestelde van wat we in de Bijbel lezen.

Bovendien klinkt dat zeer aanmatigend, wanneer die verschijning niet slechts zegt: Ik ben onbevlekt ontvangen, maar: „Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis". De Maria die wij uit het Evangelie leren kennen, was heel anders. Zij roemde nooit in zichzelf, maar slechts in de Here. Zij sprak: „Zie de dienstmaagd des Heren". Dat klinkt ootmoedig en in elk geval heel anders dan: „Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis".

Om al deze redenen kunnen wij, christenen die de Bijbel als norm beschouwen voor onze verhouding tot God, onmogelijk aannemen dat deze verschijning van Lourdes uit God zou zijn. En ook al heeft die verschijning vrome woorden gebezigd, laten we niet vergeten dat de Bijbel ons ervoor waarschuwt dat de Boze zich kan voordoen „als een engel des lichts" (2 Kor. 11:14). Is het dan verstandig om deze waarschuwing in de wind te slaan en desondanks gehoor te geven aan een verschijning, ook als die boodschappen verkondigt die duidelijk ingaan tegen de Bijbel. De val van de mens is ontstaan doordat een vrouw, Eva, onze stammoeder luisterde naar de duivel die verscheen in de gestalte van de schrandere slang.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

LOURDES

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1971

In de Rechte Straat | 32 Pagina's