Het Schriftgezag BIJ ROME EN REFORMATIE
Er is heel wat in beweging in de r.-k. kerk. Men denkt heel anders over de Schrift. Maar is dat een verbetering? Het is veelal een afglijden naar humanisme, naar een nieuwe vrijzinnigheid, het beschouwen van de Bijbel als een menselijk boek, waarin vrome mensen hun religieuze gevoelens hebben neergelegd, een boek dat wij niet zonder ontroering kunnen lezen. Maar voor de mensen van deze tijd, aldus luidt de redenering, moeten wij dat toch allemaal heel anders interpreteren en met die voorstellingen die in het Bijbelboek voorkomen, kun je met de beste wil van de wereld niet meer uitkomen en dat kun je de Gemeente van nu niet meer voorhouden. Wij moeten de boodschap van de Bijbel veel meer vermenselijken, zodat wij een open deur en een open oor vinden bij de mensen van deze tijd. Wij moeten ons aanpassen aan de tijd waarin wij leven, aan de behoefte van de mens heden ten dage.
Daar zit natuurlijk een element van waarheid in. De kerken mogen niet met oude en versleten termen komen, met tot op de draad versleten woorden, die het in deze tijd niet meer doen. Ik heb eenmaal horen zeggen: We moeten niet de mummie van Calvijn met elkaar opgraven en ook niet de woorden van de belijdenis, als daarin niet doorklonk het warme en levende geloof aan een God die zondaren rechtvaardigt, die ons door Zijn bloed verlost heeft, die Zijn Zoon uit de doden heeft opgewekt en die Zijn Zoon zal weerzenden, om ons allen te oordelen naar onze werken. Als wij die boodschap, die eeuwig is en onvergankelijk, maar willen doorgeven aan ouderen en jongeren in deze tijd, geloof me, dan zullen wij nog wel een geopend oor vinden, en dan is er wel menig mensenhart dat smacht naar die vrede die alle verstand te boven gaat.
Maar wat bedoelt men tegenwoordig in katholieke kringen en wat bedoelt men tegenwoordig in reformatorische kerken met het aanpassen aan deze tijd, het seculariseren, het verwereldlijken, het zich met de wereld solidair verklaren, zodat je helemaal met de wereld meegaat, eigenlijk met verloochening van wat de kern van het Evangelie van Jezus Christus uitmaakt?
Om niet in het algemene te blijven, willen we enkele voorbeelden noemen. Over het Schriftgezag wordt ook gesproken in de Nieuwe Katechismus, die, zoals bekend is, in honderdduizenden exemplaren is verkocht. Maar, en dat moeten wij vasthouden, hij is niet goedgekeurd door de instanties van Rome. Er is ook op last van hogerhand een aanvulling op die Nieuwe Katechismus verschenen, waarin allerlei vrijzinnige gedeelten moesten worden herschreven. Men heeft dat mokkend en met tegenzin gedaan en de hooghartige commentaren op Rome zijn niet achterwege gebleven, maar men heeft het toch moeten doen.
De doortocht door de Rode Zee.
Maar wij moeten wel bedenken dat dit allerlei Nederlandse nieuwlichterij en niet het officiële Rome is. Haast zou ik zeggen: Dat officiële Rome, dat van de paus en de curie, waarop zoveel gesmaad wordt en waarop ook wel rechtmatige kritiek geleverd wordt, veel rechtmatige kritiek, dat katholicisme is uiteindelijk nog beter; dat houdt nog meer van de grondwaarheden van de Schrift vast dan het tegenwoordige moderne, vloeiende r. katholicisme, vooral van Nederland.
De Nieuwe Katechismus zegt bijv. over de doortocht door de Rode Zee: Dat volk Israël werd benauwd en vervolgd door zijn onderdrukkers en dan ontkomt het door een drooggewaaide zeearm. Van een wonder is eigenlijk geen sprake meer. Er is wel een sterke oostenwind geweest, en het volk heeft dat als iets geweldigs beleefd. En die belevenis wilden zij uitdrukken in hun geschrift.
Ze hebben dat gedaan in de vorm van een groot verhaal. Ze schreven over die muren van water die daar stonden en over de Egyptenaren die verdronken, terwijl zij zelf heelhuids daar door kwamen. Maar dat moet je niet letterlijk nemen, zegt de Nieuwe Katechismus. Terwijl toch in de Schrift die uitredding uit Egypte met een machtige arm en met een opgeheven hand van God als het grote wonder wordt gezien in het Oude Testament en het is voor ons nóg een voorbeeld van de doop. Het zegt ons hoe wij gered zijn uit die vreselijke, dodende, beklemmende macht van de zonde. In het Nieuwe Testament lees je dat de vrijgekochten staan aan de glazen zee met vuur gemengd en zij zingen het lied van Mozes en het Lam.
Zo is ook ons leven, ons uitgaan uit dit leven, onze strijd en onze worsteling, als kerk en ieder persoonlijk, een doorgaan door de Rode Zee, als het meemaken van dat wonder, van Gods onbeschrijfelijke almacht voor Zijn verkoren volk, maar er wordt de beschrijving van een religieus beleven van gemaakt in de Nieuwe Katechismus.
De roeping van Samuël.
Samuël is door God geroepen, staat er. Eerst dacht hij dat het Eli was, maar het werd hem duidelijk dat de Here hem geroepen had. Hij zei: „Spreek, Here, en Uw knecht hoort". Zo kwam er dus van buiten een stem, zo was het dus een openbaring van God, een openbaring is toch niet iets dat uit het mensenhart is opgekomen; dat komt uit de wereld van God, van God de Schepper en de Verlosser die de wereld in Zijn hand draagt en die die wereld redden en heiligen wil. Maar wat zegt de Nieuwe Katechismus?
Je moet dat niet zo voorstellen dat het God is die Samuël geroepen heeft. Zo is het ook met die roepingen in het Oude Testament eigenlijk niet en ook niet in het Nieuwe Testament, want men rekent in feite af met een God die boven de wereld woont en die eeuwig is en alle dingen gemaakt heeft, die door Zijn Woord het leven in het aanzijn heeft geroepen. Het is eigenlijk alleen maar deze wereld en dit tijdelijke en dit menselijke bestaan, waarom alles draait. En voorzover men dan nog van God en een goddelijke roeping wil spreken, is het eigenlijk niet anders dan wat de mens meemaakt. De mens in zijn bestaan en in zijn nadenken over de dingen stoot op een onuitsprekelijk geheim en dat geheim ligt in de diepte van het mensenbestaan, of wij ontwaren dat in de geschiedenis, in Gods leiding met Zijn mensheid, en dat geheim kunnen wij dan het goddelijke noemen. Zo is het bij Samuël geweest. Die jongeman was bezig te denken of hij misschien een grote roeping had. De ene keer dacht hij „ja" en de andere keer „nee" en zo was hij aan het dubben met zichzelf. Totdat het hem op het laatst duidelijk is geworden dat God wel een taak voor hem had voor het volk Israël in die tijd, in die moeilijke situatie waarin het verkeerde. Maar dan is het gewoon een beleving van Samuël geweest die hij op die manier heeft uitgedrukt en die de Bijbelschrijver dan heeft te boek gesteld op deze manier, zodat het eigenlijk gaat om het religieuze beleven van een mens.
Het gaat dus uiteindelijk om ONZE ervaringen, om wat WIJ denken en wat WIJ van dit mensenleven kunnen maken, terwijl die goddelijke roeping en Gods gedachten van verlossing en redding, Gods gedachten van Zijn heerschappij over dit mensenleven, in de Schrift neergelegd, totaal wordt losgelaten.
Elkaar vinden in het humanisme.
En nu moeten wij niet denken, broeders en zusters, dat dit alleen iets is van de Nieuwe Katechismus: Dit is algemeen verbreid in het buitenland en in het binnenland, vooral dan in Nederland. Er wordt weieens gedacht: Het is allemaal veel gemakkelijker, het is allemaal veel mooier in de r.-k. kerk.
De Maria-verering taant, ze biechten niet meer tegenwoordig. En ze zijn veel gemakkelijker in hun omgang met de protestanten. Vroeger kwam je bij een rooms-katholiek niet binnen. Dan gold je voor elkaar als een ketter en wij zullen dat verleden allemaal niet goed praten, maar die tegenwoordige toenadering, die oecumene die men in deze tijd nastreeft, zowel van Rome als van de reformatorische kant, is niet een toenadering op de wettige manier, dat is niet een-elkaar-vinden op de wijze die alleen voor God welbehaaglijk kan zijn, nl. in gehoorzaamheid aan Zijn wil, maar dat is een samen-elkaar-vinden in het leven, los van God, in een humanisme waarin voor de levende God die het alleen te zeggen heeft in ons bestaan, weinig ruimte meer overblijft.
Ook Jezus wordt volgens deze theorieën, volgens de Nieuwe Katechismus en veel andere theologen, niet anders gezien dan als Iemand met een heel sterk roepingsbesef, iemand met een ideaal van medemenselijkheid, een wereldvernieuwer, met revolutionair elan, die echter uiteindelijk machteloos is. Dat Hij God is en dat Hij enig is, moeten we op een andere manier uitleggen, nl. zo, dat het goddelijke van Hem uitkomt in Zijn oprechte, ware menselijkheid.
Een trieste balans.
Het zou ons te ver voeren om een trieste balans op te maken van al deze dingen. Er is een boek verschenen en de titel daarvan is wel kenmerkend: „Het geloof bij kenterend getij". Het is een bundel die opgedragen is aan Prof. Van de Pol, een merkwaardige figuur die eerst hervormd is geweest en later uit overtuiging tot het katholicisme is overgegaan en daarin ook weer een hele beweging heeft meegemaakt en zijn leven helaas schijnt te eindigen in een absolute vrijzinnigheid.
Hij schreef: „Het einde van het conventionele christendom", maar was het dan maar zo dat men bepaalde ouderwetse bijkomstigheden, ceremoniën, afschafte (aflaat, biecht, een bepaalde wettische gehoorzaamheid), maar met al die dingen werpen zij ook het allermooiste weg, het belangrijkste, de kern en het hart van het Evangelie.
Zo wordt in die bundel bijv. gezegd: „Wat de opstanding van de Here Jezus betreft, heeft Bultman misschien wel gelijk". Zoals we weten, is Bultman de bekende theoloog die de lichamelijke opstanding loochende.
Jezus heeft, volgens Bultman, wel geleden en is gekruisigd en gestorven en begraven, maar is niet opgestaan en ook niet ten hemel gevaren en zal ook niet wederkomen. Het is de machteloze Jezus die aan het kruis geroepen heeft: „Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" En het is niet de Jezus die de Zoon van God is en die God dan ten derde dage door Zijn macht heeft opgewekt en Hem met Zijn heerlijkheid en eer heeft gekroond.
Dan kun je wel zeggen: Als we de idee van opstanding en hoop maar vasthouden! Maar, broeders en zusters, die hoop op een vernieuwing van het leven en op een verandering van de wereld, die hoop op een betere samenleving met meer gerechtigheid, die hoop kan maar zeer ten dele vervuld worden in eigen kracht.
Die hoop is ijdel en zal tot niets leiden en bevredigt de diepste behoeften van het mensenhart niet, als de Here Jezus die in het graf is geweest, ook niet werkelijk de Zoon van God was, die uit eigen kracht tot heerlijkheid van de Vader is opgewekt.
Al die wonderen, de storm op zee en de stilling daarvan door de Here Jezus, worden door bekende moderne uitleggers die aan de katholieke universiteit van Nijmegen het voor het zeggen hebben, tegenwoordig zo uitgelegd: „Er zal natuurlijk iets gebeurd zijn; dat kunnen wij nog wel toegeven. Maar het verhaal is beschreven door de vroege Gemeente en die vroege Gemeente heeft de Here Jezus allerlei woorden in de mond gelegd en Hem allerlei daden toegeschreven. Daarin herkenden ze hun eigen situatie. Ze stonden ook moeilijk in deze wereld, omringd door dreigende stormen, maar de Here was toch bij hen en dat wordt in dit verhaal duidelijk gemaakt door de storm op zee, dat Jezus dan Zijn machtwoord heeft gesproken, maar dat zal natuurlijk zo niet gebeurd zijn".
Er is een bepaalde tendens in dat uitleggen, waarbij men samen in de moderne roomse en de moderne reformatorische theologie het wonder wil wegpraten.
De mens in het centrum.
Ach broeders en zusters, we hebben aan een wondergeloof alleen niet genoeg, als daar niet mee gepaard gaat een oprechte overgave aan Jezus die voor ons gestorven is, maar zonder die wonderen zal het toch ook niet gaan. En als die macht van God niet een echte macht is en als wij het alleen maar moeten zoeken bij onze goede wil en bij onze strevingen en bij onze revolutionaire vernieuwingen en bij ons elan, ach, dan is het een hopeloze wereld en dan zijn wij, om met een woord van Paulus te spreken, de meest beklagenswaardige van alle mensen. Dat men het wonder verklaart voor volksverhaal of voor een apart literair genre, zoals men dat dan met een gewichtig woord wil aanduiden, een aparte vorm van schrijven, dan heeft dit die achtergrond dat men eenvoudig de hoge God die wonderen doet, niet wil erkennen, want het is de mens zelf die het doet: WIJ moeten de wereld vernieuwen. De geest van Erasmus leeft in deze tijd weer op. Het is niet zonder betekenis dat er de laatste tijd weer zoveel aandacht aan deze figuur wordt besteed, die door Luther toch uiteindelijk op leven en dood bestreden is, want Erasmus stootte zich aan het Woord van de Here Jezus: „Zonder Mij kunt gij niets doen". Maar wij willen het allemaal zelf doen en dat is eigenlijk de vloek van de vernieuwing, zowel in de reformatorische als in de rooms-katholieke kerken. De MENS met zijn belevingen, de MENS met zijn vragen, de MENS met zijn zoeken en met zijn idealen, DAT is het een en het al, het begin en het einde, dat is de norm voor alle dingen.
Vragen zijn belangrijk, maar de antwoorden niet, want antwoorden wil men niet hebben: Antwoorden die geldig zijn, zouden ons teveel binden en dat verkiest de vrije mens van deze tijd niet, die zichzelf ten wet wil wezen en die niet van een God wil horen, Die uiteindelijk de normen voor ons leven gesteld heeft.
We horen in deze tijd zoveel van samenkomsten, waar twee mensen samenspreken, één uit de reformatie en één uit de r.-k. kerk, en dan gaat het erover:: Wij moeten toch maar bij elkaar komen en wij moeten samen één kerk zijn. Anders is er straks helemaal geen kerk meer. Maar, broeders en zusters, als het op die manier moet, dan is er al geen kerk meer, want dan heeft men het meest wezenlijke van het kerk-zijn verloochend. Het gaat om de Schrift, bij Rome en bij de Reformatie.
Eenvoudig Gods Woord aannemen.
Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Wij kunnen daar natuurlijk niet een lang betoog tegen houden en hier heeft het woord van Calvijn wel betekenis: Dat Woord van God zal zijn eigen autoriteit bewijzen en dat Woord van God vindt Zijn eigen weg, want het is het goddelijk Woord en de Heilige Geest heeft de schrijvers gedreven. Als het Woord van God met autoriteit gebracht wordt door mensen, omdat het Gods Woord is, dan zal de Heilige Geest ook altijd wel weer de harten van de mensen openen en die hoeven dan niet te buigen voor wat de wetenschap voorschrijft en voor allerlei inzichten die toch uiteindelijk ook veranderlijk zijn, maar dan is het eenvoudig Gods Woord dat wij ootmoedig aannemen. Het gaat niet om ONS getuigenis, maar om het Woord van God, dat eeuwig zeker is en daarom ging het ook in 1517. Daarom hebben Luther en Calvijn zich ook verzet tegenover de grote menigte. En daarom gaat het ook nu. Wij gaan getroost verder, al zijn er veel tegentsanders, al zou je nog achteruitgezet worden en verdacht gemaakt Wij moeten dan maar ziende zijn in het gebod en blind in de toekomst. Hij zal ons bewaren in de ure der verzoeking die over de hele wereld komt. Dan blijft het Woord gelden van de Here Jezus dat Hij Zijn Gemeente zal bouwen, en die Gemeente zal bewaard worden tot de jongste dag en ook de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1970
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1970
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
