Hoe moeten we de BIJBEL vertalen?
In Internationale Katholieke Informatie las ik een zeer boeiend vraaggesprek van Alain Woodrow met kanunnik Osty, die dertig jaar lang zich gewijd heeft aan een nieuwe vertaling van de Bijbel in het Frans. „Een lange loopbaan als exegeet en docent in Hebreeuws en Grieks ziet hij nu bekroond door de uitgave van 22 delen in prachtbanden en geïllustreerd van zijn Bijbelvertaling van Editions Rencontre". Bijzonder interessant is wat hij zegt over de kunst van het Bijbelvertalen. Dat geldt natuurlijk ook voor het Nederlands. Uit dat interview citeren wij een groot gedeelte:
Spreek me niet van groepswerk!
Om met het gesprek te beginnen had ik het ongelukkig idee hem te spreken over de „nieuwe Engelse Bijbel" en hem schuchter te vragen of het in onze dagen nog denkbaar is dat een zo reusachtige en zo gespecialiseerde taak als het vertalen van de Bijbel volbracht kan worden door één enkele man.
Over het algemeen werden de Bijbels die de naam dragen van een enkele vertaler, zoals die van Knox in Engeland of Crampon in Frankrijk, vervangen door in groepsverband gemaakte vertalingen, zoals de „Bible de Jérusalem".
„Spreek me niet van groepsverband!" riep mijnheer Osty uit. „Kijk, uw Engelse Bijbel, ik was juist bezig die te bekijken toen u aankwam: ik heb een eenvoudige test gedaan. Ik heb een woord genomen dat verscheidene malen in verschillende boeken van de Bijbel voorkomt en dat elke keer dezelfde betekenis heeft. In deze vertaling die samengesteld is uit zeer verschillende elementen verandert het Engelse woord al naar geval. Het is een kwestie van strengheid; men heeft niet het recht, van de oorspronkelijke tekst af te wijken.
Neen, het is niet gemakkelijk de Bijbel te vertalen, want hij is één en eenvoudig. En juist omdat die eenheid en verscheidenheid geëerbiedigd moeten worden, moet de verantwoordelijkheid voor de vertaling genomen worden door een en dezelfde persoon.
„Het moeilijkste", vervolgde de heer Osty „is het doen leven van twee uitdrukkingswijzen, van twee talen die zo verschillend zijn als het Hebreeuws en het Frans. Er ligt een kloof, een afgrond, tussen de twee, en men moet beide eerbiedigen, aan beide trouw blijven. Het Hebreeuws is een concrete taal, zonder voorwaardelijke wijs, zonder voegwoorden; het is een onverzoenlijke vijand van de abstractie, van de metafysica. Indien er in de Bijbel metafysica steekt, dan is het metafysica in actie. De „God van de Bijbel is niet de God van de geleerden", om Pascal te citeren; Hij is een God die tussen Zijn volk werkt.
„Enkele voorbeelden van die concrete taal: Wie trouw is aan God wandelt voor God, terwijl de ongelovige zich van Hem afkeert; het offer wordt het voedsel van God genoemd. Men spreekt van de opkomst van de dageraad, van de aftocht van de sterren, van de vensters van de hemel. Het idee tijd wordt uitgedrukt in dagen: men zal bijvoorbeeld van Abraham zeggen dat hij „bejaard en verzadigd van dagen" was. Dit concrete boek, dat barstensvol leven en beelden steekt, dreigt te verarmen door onze geraffineerde en abstracte taal.
Men moet het eigen karakter van de originele tekst bewaren, zonder daarom te vervallen in absurde overdrijvingen.
Men spreekt graag over de noodzaak de Bijbel toegankelijk te maken voor de man van de straat, maar naar mijn mening misprijst men die befaamde man van de straat wanneer men zich verbeeldt dat men de meesterwerken omlaag moet halen, wil hij ze kunnen begrijpen.
„Ziet u, het is een kunst, en ook een discipline. Er is een zeer strenge getrouwheid nodig: een filologisch, exegetische, literaire en artistieke getrouwheid. Er is geen plaats voor fantasie, en omdat ik nogal inventief ben, heb ik mijn geest moeten bijschaven, om trouw te blijven aan de eisen van de vertaling.
„In de eerste plaats is het een wetenschappelijk, streng, langdurig en saai werk. Kom hier eens kijken — de heer Osty toont mij achter rekken een koorlessenaar waarop een enorm boek staat, vol Hebreeuwse lettertekens — dit is het voornaamste instrument bij mijn werk: een Hebreeuwse concordantie waarin alle woorden van de Bijbeltekst te vinden zijn: gegroepeerd, vergeleken, geklasseerd, gecodifieerd. Men moet altijd hetzelfde Hebreeuwse woord door hetzelfde Franse woord vertalen waar het mogelijk is. Dat is een elementaire regel. Andere kwestie: waar de tekst onduidelijk is, betekent het verraad een vertaling uit te vinden, aan de Bijbel een betekenis te geven die hij niet heeft. Ik heb die passages aangegeven door stippellijnen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1970
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1970
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
