Bevinding
„Toen ik nog bij prof. H. Bavinck op de collegebanken zat, nu bijna een halve eeuw geleden, klaagde hij al dat men vroeger z'n geloof beleed, maar nu - zo zei hij - gelooft men z'n belijdenis". (Aldus prof. Schep in „Geestesdoop en tongentaal" p. 76.)
Het is dan ook te begrijpen dat velen tegenover dit dorre belijdenisgeloof oproepen tot een geloof, dat uit het diepste van de mens voortkomt, omdat het gewekt is door de Heilige Geest; een ervaringsgeloof, een geloof van bevinding, waarbij men de waarheden niet zo maar aanvaardt, maar ook bevindt dat ze waar zijn.
Maar bijna altijd gaat een reaktie te ver in de tegenovergestelde richting. En in sommige kringen wordt dan te veel de nadruk op de bevinding gelegd, zozeer zelfs dat de leer van de goede werken, van de noodzakelijke voorbereiding voor Gods genade, toch weer langs een achterdeur binnenkomt.
Moeten wij niet onderscheid maken tussen het geloof, waardoor wij blind de belofte Gods aanvaarden en onze schuld voor Hem belijden en tot Hem komen, arm en zondig zoals we zijn - en de uitbloei daarvan in de vervulling met de Heilige Geest? Zeer zeker is ook dat zaligmakende geloof in de vergeving van de zonden het werk van de Heilige Geest en brengt het ook enige ervaring, bevinding, met zich mee. Maar het is toch weer anders - niet wezenlijk, maar wel gradueel - dan de vervulling met de Heilige Geest die ons in gejuich doet uitbreken en waarover wij in het Nieuwe Testament zo vaak lezen.
Als men dit onderscheid niet ziet, dan komt men voortdurend tot twijfel over eigen zaligheid en helaas gaat men dan ook dikwijls anderen tot twijfel brengen. Men houdt hen dan voor: je moet dit of dat ervaren hebben, en anders mag je niet zeker zijn van je eeuwig heil. Dan leef je met een gestolen Christus en ga je met een ingebeelde hemel naar de hel.
Het uitgangspunt van het geloof is altijd het ongeziene, datgene wat je niet ervaren hebt. „Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven", zei de Here Jezus. Het lijkt wel of sommigen het omkeren en zeggen: Zalig zijn zij die eerst gezien, ervaren, hebben en pas daarna zijn gaan geloven, maar wee degenen die de belofte Gods geloofd hebben, zonder die eerst a.h.w. aan den lijve ondervonden te hebben, zonder eerst een bevinding te hebben gehad, die dan bovendien nog aan allerlei voorwaarden moet beantwoorden, voorwaarden die mensen hebben opgesteld.
„Er is een werk van de Heilige Geest dat volledig onconditioneel (= onvoorwaardelijk) is. Het is het werk van geloof en bekering. Hier werkt Christus door de Geest en door het Woord volkomen vrijmachtig. Hoezeer de mens ook hier verantwoordelijk is, geloof en bekering zijn onconditionele gaven van Gods genade. Maar…… beloften, aan gelovigen gedaan, worden als regel alleen vervuld, wanneer men ze gelooft en biddend inwacht. Paulus schrijft dan ook nadrukkelijk in Gal. 3:14 dat de belofte des Geestes (d.w.z. de beloofde Geest) ontvangen wordt door het geloof". Het is goed om over deze woorden van prof. Schep op p. 68 eens verder na te denken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1970
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1970
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
