In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De littekenen van Paulus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De littekenen van Paulus

7 minuten leestijd

Het is dus uit ons vorig artikel duidelijk dat Paulus met die woorden van Gal. 6:17 niet bedoeld heeft dat hij door tatoeage de naam van Jezus in zijn lichaam zou hebben laten aanbrengen. Weer vragen we: wat bedoelde hij dan met die woorden?

Paulus een gestigmatiseerde?

Heeft Paulus dan misschien de „sigmatisatie" gehad, waarover we lezen in de levensvan sommige r.-k. heiligen? Voordat we echter op die vraag ingaan, zal het nodig zijn voor protestantse lezers uiteen te zetten wat zulk een stigmatisatie is.

„Stigmatisatie (in eigenlijke zin) bestaat in zichtbare huidsverkleuringen of veranderingen, wonden of bloedingen, die in gelijkenis met de bekende of althans veronderstelde lijdenstekenen van Christus (hart- of zijdewonden, handen- en voetenwonden, doornenkroon, geseling, striemen van boeien, schouderwonde van de kruisbalk) en in aansluiting aan of beleving van de lijdensgeheimen, in het lichaam van al dan niet godvruchtige personen optreden". Aldus pater A. Munsters M.S.C. in „Theologisch Woordenboek", III kol. 4419-4423).

Pater Munster zegt verder: „Laat de bekende tekst van Paulus (Gal. 6:17) ook al hebben doen denken aan lichamelijke tekenen van vermoeienis en vervolging om Christus' wil, nimmer heeft men er vóór de dertiende eeuw de eigenlijke lijdenswonden van Christus op betrokken". „De vroegste berichten over stigmatisatie dateren eerst van het concilie van Oxford in 1222, ruim twee jaar voordat St. Franciscus van Assisië in een visioen op de Alvarnaberg (sept. 1224) met de vijf wonden des Heren in zijn lichaam getekend werd: een feit dat heel de christenheid door bekend werd en overal diepe indruk maakte".

Dat kan het dus niet geweest zijn bij Paulus, want anders zou dat zeker vanuit de vroegste overlevering al doorgegeven zijn.

Overigens het feit dat zulk een stigmatisatie pas in 1224 voor het eerst voorkomt, is, dacht ik, voldoende bewijs dat ze niet van hemelse oorsprong is, maar het resultaat van een sterk gevoelige natuur als reaktie op de intense inleving in het lijden van Christus. Er is immers vanuit de Bijbel geen enkele reden te vinden, waarom de Here pas in 1224 zou beginnen met dergelijke typische wonderen. En juist het feit dat sindsdien deze stigmatisatie bij' vele vromen in de r.-k. kerk herhaaldelijk voorkomt, is een sterke aanduiding dat hier ook sprake is van kollektieve beïnvloeding.

Een gestigmatiseerde vrouw in Sicilië

Een van de bekendste gestigmatiseerden van onze tijd was de Italiaanse priester Padre Pio. Gedurende vijftig jaar heeft hij die „littekenen van het lijden van Christus" gehad. Hij is op 20 sept. 1969 gestorven.

Sinds 28 januari van dit jaar is er weer een nieuwe gestigmatiseerde bij. Het is mevr. Vincenzina La Tona in Termini Imerese (Palermo) op Sicilië.

In „Gente", een Italiaans geïllustreerd weekblad, staat een uitvoerig verslag van een journaliste over haar bezoek aan deze nieuwe „heilige". „U bent een vrouw, u moogt al mijn wonden zien", zo zei mevr. La Tona aan de verslaggeefster en ze toonde haar de wonden aan handen en voeten en op de borst".

„Op 28 januari is Padre Pio mij verschenen met twee andere paters capucijnen, die echter hun kap over het hoofd hadden, zodat ik hun gezichten niet kon zien. Hij zei tegen mij: Jij bent sterk, gedurende 40 dagen zul je heel hevig lijden. Hij maakte twee kruistekens over mij en zegende mij", aldus mevr. La Tona, die gehuwd is, toen zij veertien was. Thans is zij 32 en heeft nog steeds geen kinderen. In „Gente" staan verschillende foto's van haar. Een foto van de stroom van pelgrims die onmiddellijk op haar afkwamen, toen het nieuws bekend werd; van een pelgrim die haar handen kust; van de palm van haar hand, waar het litteken van het kruis getoond wordt, terwijl even het verband wordt weggenomen.

Ons kommentaar:

Wat moeten we daarvan zeggen? Is het een wonderlijk ingrijpen Gods? Beslist niet! In de eerste plaats kan dit verschijnsel langs volkomen natuurlijke weg verklaard worden als een hysterische reaktie („hysterisch" hier te verstaan als medische term). In „Mijn weg naar het Licht" heb ik ook verteld over een „gestigmatiseerde" in Nederland, Janske Goris van Steenbergen. De nonnen van het klooster van Roosendaal zeiden tegen hun rector die geloofde in het bovennatuurlijke karakter van die littekenen: „Maar, eerwaarde, wij hebben hier ook een hysterische vrouw in het ziekenhuis. Die kan zichzelf laten bloeden waar en wanneer ze maar wil". En vervolgens, het gaat geheel in tegen de Bijbel. De liefde van Christus vervult ons met kracht tot dienstbaarheid aan anderen, terwijl deze mevr. La Tona voortdurend medische hulp nodig heeft. „Het blijft een mysterie deze wonden, negen in totaal, nl. aan de onderkant en bovenkant van de handen en voeten, en de wonde op haar borst. De wonde op de handen is violet van kleur en heeft in het midden een puist - het is een „spijker", zegt mevr. La Tona. De wonden worden geïrriteerd en zwellen op, als ze met medicijnen behandeld worden. Maar volgens mevr. La Tona heeft Padre Pio gezegd, dat er niets aan gedaan mag worden, en dan herstellen ze zich vanzelf en laten littekenen achter".

Aldus „Gente".

Dat die wonden bij behandeling door medicijnen niet genezen, maar eerder erger worden, is psychologisch volkomen te verklaren, omdat de hysterische instelling van deze vrouw deze wonden nu eenmaal in stand wil houden en zich verzet tegen genezing langs normale weg.

En in de derde plaats leert de Bijbel ons dat wij het wekken van belangstelling voor de eigen persoon moeten vermijden. Ons leven moet in ootmoed gericht zijn op de verheerlijking van Christus. „Hij moet wassen, maar ik minder worden" ( Joh. 3 : 3 0 ) . Deze uitspraak van Johannes de Doper over Jezus moet de grondhouding zijn voor ons allen. Het is dwaas om te veronderstellen, dat Christus, door zulke excentrieke verschijnselen te veroorzaken, de aandacht van de publiciteitsmedia zou opwekken door zulk een vrouw in Sicilië.

„Piepende geesten"

De farizeën en saduceën wilden niet tot bekering komen en vroegen voortdurend allerlei wonderbare tekenen van Jezus, maar Hij anwoordde: „Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden dan het teken van Jonas, de profeet" (Matth. 16:4). Jezus bedoelde daarmee Zijn verblijf van drie dagen in het graf en zijn opstanding uit de doden. Wij zullen allen dit teken met ons hart moeten aanvaarden, anders is er voor ons geen dageraad, dan zal het eeuwige licht nooit voor ons opgaan, maar zal ons graf verzegeld zijn met de eeuwige dood in de hel. Wanneer wij waarachtig tot bekering zijn gekomen, hebben wij geen wonderbare tekenen van de hemel meer nodig. Dan is Jezus ons genoeg. Dan rusten wij in Zijn belofte, die Hij ons verzegelt in de eenvoudige tekenen van Doop en Avondmaal.

Ik heb de duivel gezien

„4e februari. Gistermorgen heb ik een verschrikkelijke verschijning gezien. Ik zag een zeer donkere schaduw - het leek op een koe met lange horens - op mij afkomen. Ik maakte het kruisteken en de gedaante verdween. Ik stond op en ging naar de (aangenomen) kinderen kijken. Ze lagen bloot en ik heb toen het huis besprenkeld met wijwater. Toen ik weer in slaap viel, zag ik padre Pio. Ik was nog bang en deze keer had ik angst ook voor hem. Hij vroeg mij: „Waarom ben je zo bang? Je hebt je goed geweerd". Ik begreep niet wat hij bedoelde en vroeg hem: „Verklaar u nader". Hij zei mij: „Je hebt gevochten met de duivel. Je bent sterk geweest". Na een poosje: „Je bent erg moe. Ga nu slapen". Aldus schreef mevr. La Tona in haar dagboek.

Dat demonische machten achter deze bespottelijke vertoningen staan, lijkt mij het enig waarschijnlijke in heel dit verhaal. Voor het overige: Naar de wet en de getuigenis! terug naar Gods Woord alleen, anders brengt de Boze ons allerlei dwaasheid en laat hij ons naar zijn pijpen dansen.

In een volgend nummer hopen we ons onderzoek voort te zetten naar de eigenlijke betekenis van Gal. 6:17.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1970

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

De littekenen van Paulus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1970

In de Rechte Straat | 32 Pagina's