In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

VAN PREDIKHEER TOT PREDIKANT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAN PREDIKHEER TOT PREDIKANT

15 minuten leestijd

Men vraagt me wel eens waarom ik predikant in Denderleeuw in België geworden ben, terwijl toch ook in Nederland zoveel kerken zonder predikant zijn. Als antwoord op die vraag moet ik dan zeggen: Ten eerste heeft Denderleeuw mij het eerst beroepen en ten tweede is Denderleeuw een nog vrij jonge protestantse gemeente, waarin ik me helemaal thuis voel, omdat daar het bijbelse, reformatorische geloof, zoals ik het mocht leren kennen, nog altijd zonder enige bedenking trouw en onverkort beleden en beleefd wordt. En dat kan men tegenwoordig niet meer van iedere gemeente en van alle protestanten zeggen!

Ik heb overigens volop reden om aan te nemen dat er ook in Nederland nog wel degelijk zulke gemeenten en zulke protestanten zijn te vinden. Want ook in Nederland mag ik telkens opnieuw weer echt diep gelovige mensen ontmoeten, trouwe kinderen Gods, die niet vooral kritisch, zoals tegenwoordig ook vele protestanten doen, maar bovenal gelovig biddend Gods Woord in de Heilige Schrift lezen, er zonder voorbehoud op durven vertrouwen en van harte proberen om er werkelijk naar te leven.

Maar zulke mensen treft men in Nederland lang niet meer in iedere gemeente aan! In Denderleeuw echter wel. En daarom ben ik als predikant daarheen gegaan. Want tussen zulke mensen voel ik me nu eenmaal veel beter thuis dan tussen verschillende zogenaamde „progressieve" medebroeders, vooral in Nederland, van wie ik de nogal vérgaande „nieuwe inzichten" onmogelijk kan delen.

Nu zal ik de laatste zijn om aan de goede bedoelingen van deze broeders te twijfelen. Ik zal het daarom ook niet in mijn hoofd halen om hen direkt maar even uit te maken voor ongelovigen, verraders of afvalligen, zoals dat wel gebeurt. Want ten eerste is dat liefdeloos. En ten tweede ben ook ik van mening dat er in de kerken heel grote vernieuwingen nodig zijn. En dat niet alleen in de roomse kerk, want ook in de kerken die zich „de kerken van de reformatie" noemen, is het dikwijls en in verschillende opzichten een zo verstard en stoffig, muffig kerks gedoe geworden dat de echte evangelische geest en een gloedvolle verkondiging en beleving daar ver te zoeken zijn!

Mijn teleurstelling

Een protestantse dame zei me eens: „Ik kom 's zondags met een steenkoud hart de kerk binnen en ga na afloop van de dienst nog even steenkoud weer naar huis". Nu kan men natuurlijk denken dat het dan zeker aan die dame zelf gelegen zal hebben, maar dat denk ik nu juist helemaal niet!

De roomse professor Fiolet heeft daarom beslist gelijk, als hij in zijn boek over „De Tweede Reformatie" ondermeer zegt dat de doelstellingen van de hervorming en de hervormers in de zestiende eeuw ook in de protestantse kerken feitelijk nog steeds niet helemaal bereikt zijn. De roomse kerk was in die tijd beladen en belast met allerlei dingen die in geen enkel verband meer stonden met het bijbelse geloven, maar de zogenaamde „kerken van de reformatie" hebben de levende idealen van de hervormers in de loop der tijden ook bedolven onder het stof van allerlei starre, onschriftuurlijke vormen en theorieën. Dat was voor mij zelfs een van de ergste teleurstellingen, nadat ik nader met „de kerken van de reformatie" had kennis gemaakt. Er zijn daarom ook naar mijn mening in de hele gemeenschap van de christenen dringend noodzakelijk op verschillende punten grote vernieuwingen, veranderingen en hervormingen nodig. Die zullen echter alleen maar dienstig zijn en zinvol, als die gemeenschap daardoor meer en duidelijker de kerk van Christus zal zijn naar het totale voorbeeld daarvan in de Heilige Schrift. En dat is helaas van alle „nieuwe wegen" beslist niet te verwachten. Toch volgt daaruit niet dat we dus maar aan niets moeten meedoen of de ogen gesloten moeten houden voor de grote noden in de wereld of dat we zouden moeten weigeren om met anderen samen te werken aan het lenigen van die noden, zoals dat van bepaalde zijde wel eens wordt geinsinueerd. Want juist het tegendeel is waar! Wie werkelijk gelovig is en tot de kerk van Christus behoort, zal zelfs meer dan wie ook van harte, en vooral effektief, aan de pogingen willen meedoen om in de wereld een einde te maken aan honger, onrecht, discriminatie en oorlog en om samen nieuwe gestalten te vinden in kultuur en maatschappij.

Misschien zullen zulke mensen hierbij niet willen meedoen aan heel hard schreeuwen, schelden en demonstreren langs de straten, wat tenslotte ook maar erg gemakkelijk en goedkoop is en verplicht tot niets, maar ze zullen wel steeds graag bereid zijn om zich persoonlijk in te zetten en persoonlijk ook heel veel te geven, teneinde samen met anderen en dwars door alle verschillen in geloof en levensopvatting heen te proberen om de ellende in de wereld te verminderen en zo mogelijk op te heffen. Wie dat niet zou willen, kan immers onmogelijk lid van de kerk van Christus zijn, waarin het gebod van de liefde het eerste is en het voornaamste.

Maar zulke mensen zullen tegelijk ook protesteren tegen de moderne opvattingen van sommigen die beweren dat in dit samenwerken met anderen om de wereld voor de mensen en vooral voor de arme mensen meer leefbaar te maken, het Kerk-van-Christus-zijn voornamelijk zou bestaan. Want daarvoor is méér nodig. Dit soort samenwerking is wel geweldig nodig en ook een noodzakelijke uiting van het tot de kerk van Christus behoren, maar het is de kerk van Christus niet! Wie dat denkt, huldigt een opvatting die wel overeenkomt met een stukje van de Heilige Schrift en zelfs met een heel belangrijk stukje, maar die met de totale Heilige Schrift in strijd is. En daarom kan iemand die werkelijk gelooft en die de totale Heilige Schrift belijden en beleven wil, die opvatting niet delen. Dat wil echter nu óók weer niet zeggen dat zulke mensen het altijd even gemakkelijk hebben in hun leven en dat de Heilige Schrift en het geloof ook hen nooit eens voor geweldige problemen plaatst. Want een geloof zonder problemen bestaat er niet op deze aarde. Lees maar eens de worstelingen op dit gebied van mensen als Abraham, Jozef, Job, Johannes de Doper, etc. Maar het wil wel zeggen dat de werkelijk gelovige mens er voortdurend en terdege rekening mee zal houden dat in de Heilige Schrift geen „vernuftig gevonden verdichtsels" staan (2 Petrus 1:16) en dat deze mens, ondanks de voor zijn menselijk verstand niet op te lossen geloof s- en Schriftproblemen, toch minder vertrouwen zal hebben in de mannen van de menselijke wetenschap dan in de mannen die „door de Heilige Geest gedreven van Godswege gesproken hebben" (2 Petrus 1:21).

Een wonderbaar Boek

En laat men nu toch vooral niet denken dat dit een bekrompen mening is of dat dit van minachting getuigt voor iedere vorm van wetenschap. Volstrekt niet! Maar de Heilige Schrift is nu eenmaal zo'n wonderbaar en heel apart soort boek dat met geen enkel ander boek kan vergeleken worden en dat telkens aan de normale normen van de menselijke wetenschap ontglipt. Normen die voor andere dingen en boeken gelden, gelden niet per sé ook voor de Heilige Schrift. Want het is met de Heilige Schrift zoiets als met de kunst en met de schoonheid. Die hebben ook heel andere normen en wetten. Op de vraag: „Wat is kunst? Wat is nu mooi?" heeft een professor eens geantwoord: „Mooi is wat af is voor de kenner". En toen men hem vroeg: „Geeft u daarvan dan eens een duidelijk voorbeeld", zei de professor: „Bijvoorbeeld een ruïne".

Als voorbeeld van iets wat af is voor de kenner, voor de kunstkenner in dit geval, noemde hij dus iets wat voor nietkenners op dit gebied nu juist precies het meest ónaf is, namelijk een ruïne, een kapot kasteel, een gedeeltelijke puinhoop. Voor de niet-kenner leken die twee uitspraken van de professor lijnrecht met elkaar in tegenspraak. Maar in werkelijkheid was dat toch niet zo. Want wat voor niet-kenners alleen maar kapot kan lijken en juist heel erg ónaf, zoals die ruïne, kan in werkelijkheid geweldig mooi zijn en in dat opzicht toch volkomen af. Maar dat ziet alleen een kenner. En zo is het ook met de Heilige Schrift. Voor de natuurlijke mens en voor de natuurlijke menselijke wetenschappen kunnen er dingen in staan die lijnrecht met elkaar in tegenspraak lijken te zijn en met de bevindingen van de moderne wetenschappen. Maar het is heel goed mogelijk dat daarvan in werkelijkheid helemaal geen sprake is. Die werkelijkheid blijft echter voor de natuurlijke mens als voor een niet-kenner verborgen, omdat God dit alleen geopenbaard heeft aan de bovennatuurlijke mens, aan de gelovige. Want die is in dit opzicht de „kenner".

En dat wordt een mens niet zozeer door veel en ijverig zich te verdiepen in allerlei menselijke wetenschappen, maar vooral door heel veel te bidden en door blindelings te vertrouwen op de Here en op Zijn Woord in de Heilige Schrift. Daarom is het heel goed mogelijk dat ook iemand, die overigens werkelijk een gelovige is, een bovennatuurlijk mens en een kind van God, toch bij het onderzoeken van de Heilige Schrift dezelfde enorme denkfouten kan maken als de niet-kenner, als hij zich namelijk te veel stelt op het standpunt van de niet-kenner, dat wil zeggen op het natuurlijke stanpunt van de natuurlijke mens en de natuurlijke wetenschap! Want in dit opzicht is nu eenmaal alleen de geestelijke mens de kenner, namelijk de trouwe gelovige, die leeft uit de Heilige Geest.

Het is daarom ook alleen maar deze mens die de Heilige Schrift werkelijk verstaat en die alleen maar in staat is om ook aan een medemens te leren verstaan wat hij of zij in de Heilige Schrift leest, en dat is niet uitsluitend of zelfs ook maar in de eerste plaats de man van de wetenschap, zoals men dat wel eens probeert voor te stellen.

De gewone diaken Philippus was in staat om een kamerling uit Ethiopië te leren verstaan wat hij in Jesaja las, maar niet omdat Philippus een geleerde was, maar wel omdat hij een man was die geleid werd door de Heilige Geest. Niet voor niets vermeldt de Heilige Schrift dit laatste heel nadrukkelijk.

Het is daarom volstrekt onaannemelijk dat thans de geleerden de door God aangewezen uitleggers van de Schrift zouden zijn. Daarvoor is geen enkele grond te vinden in de Heilige Schrift. En daarom zijn degenen die ons nú kunnen leren om de Heilige Schrift goed te verstaan, ook niet de geleerden, maar de mensen die nu geleid worden door de Heilige Geest. Dat kunnen tegelijk geleerden zijn, maar het hoeft niet. Want het verstaan van de Heilige Schrift veronderstelt nu eenmaal heel andere kwaliteiten in een mens dan het verstaan van welk ander boek ook. De gewone normen van menselijke wetenschap passen daar niet op.

De Schrift is iets unieks!

Over de opstandingsverhalen in de Heilige Schrift las ik in „Voorlopig" van januari 1970 op blz. 22: „Wat uniek is, past nergens in. Dat geldt niet alleen van personen, maar ook van gebeurtenissen. Ze passen niet in de ons bekende maten waarin wij gewoonlijk de werkelijkheid proberen onder te brengen. Strikt genomen hebben we dan ook niet genoeg aan onze gewone taal om zulke gebeurtenissen onder woorden te brengen. Men kan ook aan de andere kant beginnen: Wat niet in de ons bekende maten past, is uniek. De opstandingsverhalen willen, als we de bijbelschrijvers goed hebben verstaan, iets van unieke aard verder vertellen, nader; een gebeurtenis van unieke aard. Daarom kan de wetenschapelij ke onderzoeker er ook niet bij. Naarmate wij zouden volhouden dat hij er wel bij kan (met zijn wetenschappelijke werkwijze), in dezelfde mate zouden wij op het unieke van de gebeurtenissen afdingen.

De verleiding om deze richting op te gaan is groot. Het unieke staat onbeschermd tegenover elke ontkenning; het is - juist omdat het nergens inpast - door niets te bevestigen. Dat is een spanning die veel christenen te groot wordt. Zij vluchten uit het geloof terug naar een (overigens vermeende) bevestiging vanuit de geschiedenis-wetenschap, en maken onderhand van het unieke iets dat binnen onze maten valt."

Dat is origineel en zeldzaam duidelijk geformuleerd, zoals trouwens van een professor ook niet anders te verwachten is. Alleen slaat wat hier gezegd wordt naar mijn mening niet alleen op het opstandingsverhaal in de Heilige Schrift, maar op de gehele Heilige Schrift. Niet alleen het opstandingsverhaal, maar de gehele Heilige Schrift is iets unieks!

Om dit boek te begrijpen is niet altijd een menselijke of wetenschappelijk maatstaf die men bij andere boeken kan aanleggen met betrekking tot de betekenis en de betrouwbaarheid ervan, deugdelijk of bruikbaar. Want de Heilige Schrift is een uniek boek, met een unieke inhoud en op een unieke manier geschreven dat alleen begrijpelijk is en vol van mateloze kracht en vertroosting voor unieke mensen, namelijk voor mensen die het aandurven om alles wat de Heilige Schrift vertelt en leert onvoorwaardelijk en zonder enig voorbehoud te geloven, ook datgene wat niet past in onze maten of wat zelfs regelrecht in strijd is met de resultaten van de moderne wetenschap of met de logische, historische en natuurkundige inzichten van het natuurlijke menselijke verstand. Want de Heilige Schrift is een uniek boek, waarin een unieke boodschap staat, vervat in een uniek verhaal.

Aan dat unieke verhaal moest ik denken, toen ik een poosje geleden ergens las over een man in Amerika, die een meisje had vermoord, daarvoor ter dood veroordeeld was en de volgende morgen om 5 uur op de elektrische stoel zou worden terechtgesteld. Stel je nu eens voor, dacht ik, dat die man een onbekeerde zondaar is. Dan betekent dat dat hij morgenvroeg om 5 uur niet alleen de lichamelijke dood zal ingaan, maar ook de geestelijke dood voor eeuwig. Maar stel je nu ook eens voor, dacht ik, dat de rechter dat zou weten en dat hij zou zeggen:

„Nu goed, ik wil die terechtstelling niet laten doorgaan en die ter dood veroordeelde man nog een kans geven om zich te bekeren en gered te worden van de eeuwige verwerping. Maar op één voorwaarde, namelijk dat dan een ander morgenvroeg in zijn plaats op de elektrische stoel zal sterven". Ik dacht: „Zou ik dan gaan in plaats van hem? En ik vraag u:

Zou u dan gaan in plaats van hem? Nee? Maar weet u dat Jezus wél zou gaan in zo'n geval?

En dat zou Hij niet alleen doen, maar Hij heeft het al gedaan!

Want die voor eeuwig ter dood veroordeelde bent u, ben ik!

Maar aan het kruis op Golgotha, waaraan u en ik verdiend hadden te hangen vlak voor onze eeuwige verwerping, hing u niet en ook ik niet, maar daar hing Jezus! Daar hing niemand minder dan de Zoon van de Rechter Zelf. Want omdat Hij ons arme, verloren mensen mateloos liefhad, ging Hij in onze plaats de dood in, om ons daardoor te redden van de eeuwige dood en om ons zalig en gelukkig te maken, nu en voor altijd! Die ontzaglijk indrukwekkende boodschap van Gods eindeloze liefde voor de mensen, voor u en voor mij, is de kern van de Heilige Schrift, van dat unieke boek met die unieke inhoud. Om die heerlijke, hoopvolle boodschap van redding, van verlossing en van eeuwig leven onverkort en onvervormd verder te vertellen, ben ik predikant geworden.

Alleen Christus

Gedurende meer dan vijftien jaar was ik eerst predikheer. Maar, hoe belangrijk dat in de ogen van de mensen ook was, voor mij was het onmogelijk om daarin werkelijke vrede en geluk te vinden. Want ik kon en kan niet gelukkig en in vrede leven zonder zeker te weten dat de zonden mij vergeven zijn, dat ik een kind van God mag zijn. Die zekerheid heeft de roomse kerk mij echter nooit kunnen geven, ook niet toen ik priester was en predikheer. Want de roomse kerk leerde mij niet op de juiste wijze wat daarvoor nodig is. De roomse kerk leerde mij namelijk niet dat daarvoor alleen maar Gods genade nodig is en van de kant van de mens alleen maar het geloof en dat de weg daarheen alleen maar is te vinden in de Heilige Schrift Langs de heel onverwachte weg van predikheer tot predikant die in de voorgaande bladzijden heb trachten te beschrijven, heb ik toch de lang gezochte vrede mogen vinden en ik mag nu met onzegbaar grote dankbaarheid en blijdschap getuigen dat ik daarmee een door en door gelukkig mens geworden ben.

Van harte bid ik iedere dag dat velen van lieve medemensen met wie ik vroeger heb samengewerkt, heb gebeden en heb gezocht en niet in laatste plaats degenen die zullen lezen wat ik hier geschreven heb, diezelfde vrede, zekerheid en datzelfde blijde levensgeluk ook zullen mogen vinden.

En dat kan.

Echter niet langs iedere willekeurige weg en zelfs niet langs een of andere uitsluitend kerkelijke weg, maar alleen door Gods genade, alleen door een onwrikbaar vast geloofsvertrouwen, én… door het lézen, alsmaar lezen, biddend en vertrouwend lezen en herlezen van die geweldige, unieke Boodschap in dat geweldige, unieke Boek!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1970

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

VAN PREDIKHEER TOT PREDIKANT

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1970

In de Rechte Straat | 32 Pagina's