BRIEF aan de bisschop
Onder deze titel heeft de ex-priester, A. B. Dijkman, een getuigenis gepubliceerd over de reden van zijn uittreden uit de r.-k. kerk (Uitg. Gideon Gorkum, ƒ 4,-).
Hier is een echt christen aan het woord, die spreekt vanuit de levende kern van de bijbelse boodschap. Het is een verademing om zijn uiteenzettingen te volgen, die geïnspireerd zijn door de kracht van Gods Geest. Hoe arm en leeg zijn daartegenover de bespiegelingen van de nieuwe theologie, waartegen hij zich met alle stelligheid keert in zijn boekje.
Trouwens, die nieuwe theologie is de eigenlijke aanleiding geweest voor zijn ommekeer. Hij schrijft hierover: „De moderne, vrijzinnige theologie, die ook de katholieke kerk binnendrong, bracht mij in een geestelijke crisis. Na het lezen van het boekje „Honest to God" van Robinson, begon mijn geloof te wankelen. Ik wist: dit kan niet waar zijn. Maar ik bezat niet het innerlijke licht om er tegenin te gaan. Dat was vreselijk ontmoedigend" (p. 9).
In juni 1966 ontving Dijkman de krachtige ervaring van de vervulling met de Heilige Geest. Dat gebeurde tijdens een gebedssamenkomst in een pinkstergemeente. Hij heeft toen eerst nog geprobeerd om de boodschap van de bekering, wedergeboorte en vervulling met de Heilige Geest in de r.-k. kerk te brengen, - hij was pastoor in Groningen - maar het werd hem duidelijk dat dit onmogelijk was, gezien de leer en de struktuur van de r.-k. kerk. Thans is hij voorganger in de pinkstergemeente van Valthe.
Graag beveel ik dan ook dit boekje aan ter lezing. Heb ik dan geen bezwaren? Ja, en ik moet die helaas noemen. Br. Dijkman komt eerlijk voor zijn overtuiging uit. Hij zal het zeker waarderen, wanneer ook ik eerlijk mijn diepste overtuiging uitspreek.
De kinderdoop
Welnu, Dijkman schrijft: „Er was geen dogma, waarvan ik zo gauw de onjuistheid inzag als dat van de kinderdoop". „ Ik vroeg mij af: als één dogma van de kerk niet juist is, waarom zouden de anderen het dan wél zijn?" (p. 12).
Wanneer ik dit boekje van Dijkman zo van harte aanbeveel en niet zou spreken over deze uiteenzetting over de kinderdoop, die blijkbaar bij hem zulk een belangrijke rol heeft gespeeld, dan zou ik de indruk wekken, alsof ik zelf maar half geloof in de bijbelse juistheid van de kinderdoop. Ik schrijf daar echter niet graag over, want ik vind het jammer om in ons blad punten aan te roeren, waarover kinderen Gods verschillend denken. Maar ik meen nu niet te kunnen zwijgen, al wil ik zo kort mogelijk zijn.
Ik wil mij beperken tot Rom 4:11. Over deze tekst zegt Dijkman: „Zoals bij Abraham de besnijdenis volgde op het geloof „als het zegel der gerechtigheid van dat geloof dat hij in zijn onbesneden staat bezat", zo behoort ook de geestelijke nakomeling van Abraham de doop te ontvangen, als het zegel der gerechtigheid van dat geloof dat hij in zijn ongedoopte staat bezat" (p. 113).
Brief aan de bisschop
Zo oppervlakkig gezien lijkt dit een redenering die klopt als een bus. Maar... zulk een redenering kun je alleen toepassen. als je niet Schrift met Schrift vergelijkt en deze tekst uit het geheel van de Bijbel losmaakt. Want wat blijkt? Dat God juist aan Abraham de opdracht gegeven heeft ook zijn zoon Izaak te besnijden. Abraham had toen wel kunnen redeneren: Maar, Here God, hoe kan dat nu? Ik heb de besnijdenis gekregen na het geloof; maar die zuigeling Izaak kan toch nog niet geloven! Abraham heeft zo echter niet geredeneerd.
Waarom niet? Allereerst omdat hij de vader der gelovigen was. Abraham redeneerde nooit tegenover God, maar geloofde steeds. Maar vervolgens ook, omdat Abraham blijkbaar begreep dat daar geen tegenstelling aanwezig was. Waarom niet? Omdat de besnijdenis een diepere betekenis heeft. Die besnijdenis is blijkbaar niet een teken en zegel van het geloof van Abraham geweest, maar van de belofte, nl. dat de gerechtigheid Gods geschonken wordt aan een ieder die gelooft. De besnijdenis was dus niet in de eerste plaats een getuigenis van Abraham, een uitdrukking van zijn geloof, maar een spreken van God, een vertroostende herhaling en zichtbaarmaking van Zijn belofte.
En zo zien wij ook de Doop. Het is duidelijk dat Dijkman dit niet heeft geweten.
Toen ik maanden geleden het getuigenis van Dijkman in „Kracht van omhoog" las, heb ik aan br. Dijkman voorgesteld om samen te praten over de kinderdoop, daar ik ook reeds uit dat getuigenis had gemerkt dat hij niets had begrepen van de reden, waarom wij menen dat de kinderdoop bijbels is. Ik betreur het dat hij dat niet heeft gedaan. Dan zou hij zeker niet zulk een ongerijmde exegese van Rom. 4:11 gegeven hebben. Als hij werkelijk op onze visie was ingegaan en er geen karikatuur van had gemaakt, dan had zijn uiteenzetting tegen de kinderdoop waardevol kunnen zijn. Nu leggen we het met een vermoeid gebaar naast ons neer: de zoveelste die ons be schouwt als mensen met zeer beperkte intellektuele vermogens: „Er was geen dogma, waarvan ik zo gauw de onjuistheid inzag als dat van de kinderdoop" (p. 12). Die pientere Dijkman toch! En... die domme achterblijvers, de aanhangers van de kinderdoop, die zo traag van begrip zijn, dat ze het na jaren van ernstige Bijbelstudie nog niet eens zien. Ik denk daarbij aan een man als dr. Aalders, met zijn diepe studie over de brief aan de Hebreeën (zie p. 28-30).
Tenzij men het nog bonter maakt en ons als bewuste afdwalers van de waarheid beschouwt; als mensen die vastzitten aan de traditie en daar niet van los willen komen, ofschoon ze eigenlijk wel weten dat de Bijbel het anders leert.
Er is echter ook nog een derde mogelijkheid, nl. dat men meent op bijzondere wijze door de Heilige Geest verlicht te zijn geweest. Dat is nog de meest sympathieke verklaring. Men brandmerkt de medebroeder dan niet als dom of onoprecht, maar men brengt de eer voor eigen scherper inzicht in de Bijbel aan de Heilige Geest, door wie men meer dan de medebroeder begenadigd werd.
En deze gedachte vind ik ook enigszins terug bij br. Dijkman. Hij schrijft immors: „Ik liet me dopen. Er was geen andere weg voor me, omdat ik door de Geest van God van de noodzaak van die stap overtuigd was" (p. 7).
Deze uitlating verwondert mij heel erg, juist van een ex-priester. Is Dijkman dan vergeten dat ook de pausen zich beroepen op een bijzondere bijstand, een onfeilbare verlichting door de Heilige Geest, wanneer zij een dogma - bv. de Maria-ten-hemel-opname in 1950 - afkondigen? De paus beweert dat hij mag steunen op die onfeilbare macht op grond van zijn ambt als zogenaamde opvolger van Petrus en plaatsvervanger van Christus op aarde. Br. Dijkman en zijnsgelijken steunen op een persoonlijke ervaring van de vervulling van de Heilige Geest als grond voor hun juiste verklaring van de Bijbel. Zij maken daardoor zichzelf als evenzovele pausjes.
Moeilijker wordt het voor hen, wanneer het gaat over christenen, die zeer sterk vervuld waren van Gods Geest en grote opwekkingspredikers zijn geweest zoals Finny, Moody en Wesley, en die toch aanhangers waren van de kinderdoop. Maar geen nood: ook daarvoor heeft men weer een redenering klaarliggen. Dergelijke kinderen Gods werden misleid door de Boze. Een pinksterzuster zei eens tegen mij, toen ze er niet in slaagde om mijn argumenten vanuit de Bijbel vóór de kinderdoop, te ontzenuwen: „U bent bezeten door een leergeest. Die boze geest moet eerst bij u worden uitgedreven; eerder zult u niet de onjuistheid van de kinderdoop zien".
Neen, het Woord Gods alleen is ons houvast. Sola Scriptura. Verlaten we dat beginsel, dan zijn we op drijfzand terechtgekomen en overgelaten aan onze eigen zondige natuur of/en aan de willekeur van anderen.
Tot slot: Laten wij onze tijd toch niet verdoen met aanvallen op elkaar, waartegen de ander zich weer verdedigen moet. Laten wij de heerlijkheid van de levende Christus verkondigen aan een wereld in nood.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1969
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1969
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
